[b]M[/b]ijn hoofd zit vol watten als ik vanmorgen wakker word. Verheugd merk ik dat de pijn in mijn kaak, na tweeënhalve week, eindelijk verminderd is. Kennelijk doen de pijnstillers en de antibiotica die ik maandag van de huisarts kreeg hun werk. Suf worden mijn hoofd en lijf er wel van. En duizelig. Daarnaast heb ik nu ook last van een stekende hoofdpijn. Toegeven aan mijn uitermate wankele conditie van dit moment wil ik niet, dus sta ik dapper op. Ik smeer een paar boterhammen voor mijn dochter, die neuriënd haar tas staat in te pakken. Ze zingt leuk, maar ik kan er het nu niet bij hebben en als ze even later de straat uitfietst, slaak ik wat gegeneerd een zucht van verlichting. Waar is mijn bed? Pas rond de middag word ik wakker. De hoofdpijn houdt zich koest en na enig kloppen op mijn kaak constateer ik dat ook die zich rustig blijft houden. Nu nog een manier zien te vinden om van die enorme dufheid af te komen. Apathisch blader ik De Gelderlander door. Thomas glimlacht naar me, maar kan me niet uit mijn apathie verlossen. Even overweeg ik om opnieuw mijn bed in te kruipen, maar ik weet dat toegeven aan lusteloosheid slechts meer lusteloosheid oproept. Daarom start ik mijn laptop op om te kijken of ik nog mail heb. Ja! Eentje. Van mijn moeder, die meldt dat mijn ‘Ode aan Thomas’ in de krant staat. Opnieuw sla ik De Gelderlander open. Kennelijk ben ik vanmorgen zo suf dat mijn eigen bijdrage me niet eens is opgevallen. Ik blader naar de Opiniepagina en daar staat hij. Mijn ‘Ode aan Thomas’:

[i]‘Sinds een jaar of twee komt hij iedere ochtend eventjes op bezoek. Met het schaamrood op de kaken moet ik bekennen dat ik hem de eerste tijd links liet liggen. Er waren zoveel anderen die om mijn aandacht vroegen, zoveel dingen te doen die belangrijker leken dan hij. Na verloop van tijd besloot ik om een paar minuten tijd aan hem te besteden en ik was aangenaam verrast door wat hij te vertellen had en door de manier waarop hij dat deed. Steeds vaker betrapte ik mezelf erop dat ik naar zijn bezoekjes ging uitzien. Tegenwoordig, ik geef het gewoon openlijk toe, mis ik hem als ik niet samen met hem de dag kan beginnen.

Thomas Verbogt. Schrijver, dichter en columnist. Iedere ochtend te vinden aan de rechterkant van pagina drie in de Gelderlander. Soms heb ik weinig tijd voor de krant die dan, nauwelijks gelezen, belandt bij het oud papier. Maar nooit zonder dat ik de column van Thomas gelezen heb. Hij schrijft over alledaagse gebeurtenissen en deelt zijn overpeinzingen met zijn lezers. Hij is niet bang voor zelfkritiek, hanteert soms zelfs een vleugje zelfspot. Thomas observeert en reflecteert op subtiele wijze. Met zorgvuldig gekozen woorden maakt hij fraaie zinnen, waarin hij iets van zijn wereld met mij deelt. Nooit bedient hij zich van grove taal. Hij verwondert zich liever dan dat hij beledigt. Zijn columns zijn een oase van rust en subtiele schoonheid in een wereld waarin steeds meer mensen provocerend en lelijk taalgebruik menen te moeten hanteren om hun boodschap kracht bij te zetten.
De columns van Thomas Verbogt vormen voor mij een bron van inspiratie, een voorbeeld dat ik op mijn eigen wijze probeer na te volgen en, misschien nog wel belangrijker, een mooi begin van de dag.’[/i]

Hoewel het aantal toegestane woorden voor een ingezonden stuk slechts honderd vijftig is, heeft de krant alle tweehonderd vijfennegentig woorden integraal afgedrukt. Als bij toverslag verdwijnen de watten uit mijn hoofd en voel ik me een stuk fitter. Ik blader terug naar pagina drie en geef Thomas een klein beschaafd kusje op zijn voorhoofd.

Categorieën: Media

Avalanche

Zit nooit om woorden verlegen. http://tekstfontein.com

8 reacties

Chantalle · 11 november 2009 op 13:21

Nou, dat is nog eens de opsteker van de maand.
Ik ken Thomas’ columns niet maar de manier waarop je ze omschrijft zegt genoeg.

Lekker geschreven column!

Emiliever · 11 november 2009 op 14:12

Ik hoop van harte dat je hoofd-en kaakpijn voorgoed wegblijven…want dit soort stukjes zijn te mooi om niet te schrijven!
Die Thomas, hij zal wel vereerd zijn met zo’n fan.
😉

DreamOn · 11 november 2009 op 18:56

Sterkte met het genezingsproces, en leuk, een column over een columnist! 😉

lisa-marie · 11 november 2009 op 19:55

kan mij er iets bij voorstellen want ook ik heb zo mijn vaste stukken in de krant.

Avalanche · 11 november 2009 op 23:46

Dank voor de complimenten en de beterschapswensen 🙂 Inmiddels ben ik pijnstiller-, hoofdpijn- en kaakpijn vrij. Eindelijk!

arta · 12 november 2009 op 12:36

Leuk stuk!
🙂

KawaSutra · 13 november 2009 op 01:03

[quote]Met het schaamrood op de kaken……[/quote]
Dat verklaart de kaakontsteking. 😀

Mooie, dubbele, ode aan Thomas.

Avalanche · 13 november 2009 op 10:43

Het dubbele valt me nu pas op. 😉 En ter voorkoming van pijn in de toekomst zal ik trachten me voortaan wat minder te schamen…. 😀

Geef een antwoord