Achter het raam staan op een paar meter afstand zeven vrouwen. Ze kijken strak mijn richting uit, terwijl ze een bordje onder hun kin houden. Nummers een tot en met zeven. ‘Neem er rustig de tijd voor’, zegt de agent naast me. Mijn blik gaat langzaam de rij af. Ik bekijk hun gezichten, hun haren, houding, handen. Ik ga weer terug van rechts naar links en probeer tevergeefs iets te herkennen in de personen voor me. Mocht ik ooit de rol van getuige krijgen in zo’n Oslo-confrontatie dan ben ik vast en zeker een ramp. Ik begrijp niet hoe iemand een dader uit zo’n rijtje kan herkennen. Ik ben echt heel slecht in het me voor de geest halen van personen. Een bruikbaar signalement zul je van mij niet krijgen.

Stel je doet je ogen dicht en je denkt aan je buurvrouw. Kun je me vertellen hoe haar wenkbrauwen eruit zien? En haar tanden, zijn ze wit, staan ze recht? Zou jij haar neus uit twintig voorbeeldneuzen kunnen kiezen? Ja, misschien jij wel. Maar ik dus niet. Echt niet. Ik twijfel nu zelfs of ze een bril heeft. Vreemd is het wel. Waarschijnlijk kijk ik gewoon niet goed genoeg. Of het heeft mijn interesse niet. Misschien is het een aangeboren afwijking, dat ik me dit soort dingen niet kan herinneren.

Zaterdag las ik een voor mij geruststellend artikel in de Volkskrant over een onderzoek in Maastricht. Twee jonge vrouwen hebben twee weken lang op De Markt aan wandelende voorbijgangers de weg gevraagd naar een plein en een restaurantje. Daarna werden de voetgangers opgevangen door onderzoekers en werd ze verzocht om uit zes portretfoto’s een van de twee vrouwen te kiezen. Na de keuze zat er een addertje onder het gras; de onderzoekers hielden een andere foto dan het gekozen plaatje omhoog en vroegen de getuigen waarom ze voor die foto hadden gekozen. Maar liefst vier op de tien proefpersonen had niet door dat hun foto verwisseld was.
Ik zou zeker bij die veertig procent hebben gehoord, maar veertig procent is toch bijna de helft.

Binnenkort ga ik het meemaken, dan zal er een beroep op mijn geheugen worden gedaan. De boswachter van natuurgebied de Kampina heeft me herhaaldelijk verzocht om de rampzalige wandeling van vorig jaar over te doen. De wandeling waarbij ik stevig werd aangevallen door een koe. Ik stond niet meteen te trappelen om terug te gaan naar die plek, maar wil het nu toch doen. Als ik denk aan dat ongeluk voel ik schrik, paniek zelfs. De koe die op me af rent, de ambulance, de onderzoeken in het ziekenhuis. Maar mijn herinneringen aan de aanval zelf zijn vervaagd. De koe was wit. Dat weet ik omdat ik het mezelf vaak heb horen zeggen, maar ik zie haar niet scherp voor me. Hoever stond ze van me af? Dat is me zo vaak gevraagd dat ik op gegeven moment begon te twijfelen. En stond haar kalfje nu links van mijn pad of rechts? De beelden zijn niet helder, ik durf het niet meer met 100% zekerheid te zeggen. Een betrouwbare getuige zal ik niet zijn.

‘De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij maar wil’, schreef Douwe Draaisma in een boek dat ik van hem heb gelezen. Hoe waar en ja, woorden en zinnen als deze, die herinner ik me dan weer wel.

Categorieën: Algemeen

10 reacties

Avatar

Fem · 26 juni 2012 op 07:47

Oh, ik ben ook zo slecht in gezichten… Vraag mij welke zebra er voorbij liep en ik roep: Die gestreepte!

Leuke column!

Avatar

Libelle · 26 juni 2012 op 08:02

Wat een mooie laatste zin. Ik getuig er gaarne van dat ik ook zo in elkaar zit. Wij reserveren ruimte voor iets anders, Sylvia. Laat anderen maar precies vertellen wie er een voorzet gaf aan wie en waar de grensrechter stond.

Avatar

Mien · 26 juni 2012 op 08:21

Het geheugen is selectief.
Behalve als het onder spanning komt te staan.
Dan herinnert het juist of vergeet.
Dat heeft dan weer te maken met de aard van het beestje.

Dat geldt niet voor de zintuigen.
Die transmitten (of in ernstige gevallen, trancemitten) alles linea recta naar de geheugenkamertjes.
Hoest dat dan maar weer eens op?

Wel goed dat je het verwerkingsproces aangaat.
Dapper ook.
Sterkte met die koebeesten en dat je straks weer onbekommerd mag wandelen.

Mien

Avatar

LouisP · 26 juni 2012 op 09:27

De koe was wit. Dat weet ik omdat ik het mezelf vaak heb horen zeggen, maar ik zie haar niet scherp voor me. Hoever stond ze van me af? Dat is me zo vaak gevraagd dat ik op gegeven moment begon te twijfelen. En stond haar kalfje nu links van mijn pad of rechts? De beelden zijn niet helder, ik durf het niet meer met 100% zekerheid te zeggen. Een betrouwbare getuige zal ik niet zijn.

Bijzonder onderwerp en nog steeds herkenbaar, en goed geschreven

Avatar

lisa-marie · 26 juni 2012 op 17:19

Hij is goed !

of ik zelf tot die veertig procent zou horen daar ben ik dan benieuwd naar.
Met koeien weet ik het wel ; diegene met die vlekken 😉

Avatar

Nachtzuster · 26 juni 2012 op 21:09

Bijzonder dat wij kunnen multitasken (zegt men) maar blijkbaar weinig talent hebben staan om menselijke details te onthouden. Ik herken het zeer.
Denk eerlijk gezegd dat mannen hier ook niet zo goed in zijn, die hebben alleen wat meer moeite om dat toe te geven.

Avatar

pally · 26 juni 2012 op 22:01

Goeie Column, Sylvia. En ja, ik ken dat ook. Niet meer weten hoe iemand eruit ziet. Ik geloof dat ik meer gehelen zie dan details: bij mensen dan. Dapper, trouwens, dat je dit aangaat,
Mooi citaat van Douwe Draaisma!

groet van pally

Avatar

sylvia1 · 26 juni 2012 op 23:04

Da’s wel een hele vleiende verklaring voor iets wat ik toch als een zwakker punt van mezelf zie, Libelle.

Avatar

sylvia1 · 26 juni 2012 op 23:05

Wat leuk, al die herkenning. Er zijn er dus toch echt meer…
(En fijn jou hier weer te zien Pally.)

Merci voor de reacties!

Avatar

Sagita · 28 juni 2012 op 00:58

Nog een opmerking dan! Ja uit heel veel onderzoeken is gebleken dat getuigen bijzonder onbetrouwbaar zijn. Dus die van jou of die van mij ook!
Wat die hond van Douwe betreft, mijn eerste reactie was, dat een hond gaat liggen waar jij wil. Een kat daarentegen…
En sterkte met de reconstructie met de koe!!!

Geef een antwoord