Als dolle honden liepen we door de kamer. Muziek galmde in majeur door het huis en iedereen leek geïnjecteerd te zijn met een overdosis euforie. Zelfs Planka, geroemd om haar gebruikelijke ik-kan-niet-dansen-dat-weet-ik-en-toch-doe-ik-het-bewegingen en haar niet al te volle decolleté leek dit keer soepeler dan gewoonlijk. Bochthoofd, onze huisalcoholist, kon het dan ook niet laten om daar een misplaatste opmerking over te maken waarop ze ter plekke in haar oude houterigheid terugviel. Als gevolg doneerde ik Bocht een niet al te zuinige sloot derderangs Martini in zijn gezicht, waarmee ik tenminste ook zijn naamsstatus nog enige eer aan wist te doen. Planka reageerde daarop door net iets te hard in een haar zo kenmerkende giechel te schieten, met als gevolg dat de borrelnootjes al snel als kogels door de kamer vlogen. Net op dat moment kwam Mast, onze andere huisgenoot, binnen met achter hem een ons nog onbekend gezicht. Onze begroeting moet onvergetelijk zijn geweest aangezien er, nog voordat een van ons de kans kreeg om ‘hallo’ te zeggen, een borrelnootje midden in het glas wijn van zijn nieuwe aanwinst terechtkwam en daarmee haar witte blouse met een aantal onaangename rode vlekken vergezelde.

“Oeps,” piepte Planka met een net niet overtuigende onschuldige grinnik, en dat was genoeg om het gezicht van Mast in vlammen te doen ontsteken. “Verdomme” gromde hij. “Kunnen jullie dan nooit een keer normaal doen?” “Het is al goed” mompelde het mens met de roodgevlekte blouse, nu ook met bijpassend rood aangelopen hoofd. “Ik trek straks wel wat anders aan.” Wanneer Mast geïrriteerd was moest je opletten want met zijn twee meter tien werd je je dan vaak ineens pijnlijk bewust van je eigen lengte. “Het spijt ons” zei ik, mezelf opwerpende als vredesstichter, waarop Mast zijn vriendinnetje bij de arm graaide, zich omkeerde en de deur dichtsmeet.

“Aangenaam trouwens” bromde Bocht erachteraan. “Zo mooi was die blouse nou ook weer.” “En die rode vlekken hadden wel wat” merkte Planka op. De volumeknop werd al snel nog wat hoger gedraaid en met een hervonden zelfvertrouwen zette Planka haar heupen in beweging.

“Iemand nog wat te drinken?” opperde ik.
“Zolang je m’n gezicht droog houdt” grinnikte Bocht.
“En je je borrelnootjes buiten mijn glas houdt” lachte Planka.

Net terwijl ook ik me over wilde geven aan de muziek stormde Mast de kamer binnen. “Jongens, ik denk dat ik toch een woord van dankbaarheid aan jullie uit moet spreken.” Verbaasd keken we hem aan waarop er kleine pretlichtjes in zijn ogen verschenen.

“Wanneer ik opgescheept zit met een mislukte date weten jullie mij daar iedere keer weer als geen ander vanaf te helpen. Daarvoor een nederige buiging. En Bocht, doe mij ook eens een biertje!”

Categorieën: Overig

3 reacties

Avatar

lisa-marie · 3 november 2007 op 13:13

Ik zag het al helemaal voor mij en heb er dan ook hartelijk om gelachen .:-D

Avatar

SIMBA · 3 november 2007 op 18:12

Hij is leuk!
[quote]Zo mooi was die blouse nou ook weer.” [/quote] niet vergeten? vergeetmenietje 😀
[quote]“En die rode vlekken hadden wel wat” [/quote] 😆

Avatar

Li · 4 november 2007 op 22:26

Weer een heel andere Troy…
Leuk!

Li

Geef een antwoord