Ik ben een werkende man. Het schijnt een ander soort man te zijn dan de studerende man. En nu moet ik bekennen dat ik mij ook wel een beetje een andere man voel. Mijn karakter is niet veranderd, maar ik ben moe. Waar ik eerder niet voor twee uur in de nacht mijn bed kon vinden, ben ik nu om elf uur leeg. Deels verrijkt het mij, omdat ik de gehele dag bezig ben met nieuwe dingen. Maar het stompt op ook af, want ’s avonds kan ik niets meer dan stoïcijns naar Extreme Makeover Home Edition kijken, zonder dat ik bij mijzelf te raden ga of ik het wel leuk vind. En zo gebeurde het ook dat ik tot twee maal toe mijn Co|Ma plicht wist te verzaken. Wel heb ik een klein gedichtje geplaatst uit de tijd dat ik nog veel dronk. Meer dan een pleister was het niet, op een letterlijk gapende wond. Co|Ma zonder Co is toch ook maar gewoon een verkleinwoordje voor moeder.
Dus in navolging op ‘Het academisch maar’ waarin door Ma de eerste collegeweek werd beschreven, is hier mijn ervaring van de eerste twee weken in de arbeidersklasse.

Kleren maken de werkende man. Repre is de afkorting voor het magische begrip representatief. Het is een zeer flexibel begrip. Een kabeltrekker moet vuile handen hebben, een administratieve medewerker een leuke glimlach of een net overhemd en de directeur een nette scheiding. Ik moest dus ook repre worden. Ik was dat overduidelijk niet. Tijdens mijn sollicitatie werd mij op het hard gedrukt dat ik geen spijkerbroek moest dragen en mijn wenkbrauw piercing moest dumpen.
Mijn piercing kan ik naar hartelust in en uit doen, dus daar doe ik niet moeilijk over, maar ik was alleen maar in het bezit van jeans. Het resultaat dat ik twee weken lang ben gaan winkelen. Pantalons en overhemden vlogen om mijn oren. Met als eindresultaat dat ik eruit zie als een werkende man. En dat alleen maar omdat ik andere kleren aan had.
Als het zo gemakkelijk is om mensen in de maling te nemen, dan ga ik mij toch echt afvragen of de mens wel het intelligente dier is.
Vooral voor mijn vrienden bleek het een shock. Ik sta bekend als een lui mens. Zelf noem ik het liever de kwaliteit om te kunnen ontsnappen aan de verwachtingspatronen van de maatschappij. Boeddha zou het een staat van verlichting noemen. Ik denk zelfs dat iedereen lui is. Een mens is net als water, zoekt de weg van de minste weerstand. Op dit moment is vijf maanden lang veertig uur in de week de stagiair uithangen voor mij de kortste weg naar de mijn diploma.

Allerhande rare mensen zijn op zoek naar werk of op zoek naar geen werk. Hoe gek het ook klinkt, in een uitzendbureau komen zelfs mensen die geen werk willen. In de WW bestaat er iets als sollicitatieplicht. Dus komen er mensen die een visitekaartje van je willen als bewijs dat ze solliciteren. Maar ze komen binnen, vragen om een kaartje en gaan weer weg. Als ze die weten te krijgen, dan lijkt het voor het CWI net of ze solliciteren. Zo proberen ze de boel te belazeren. De weg van de minste weerstand.
Het is dan aan mij hen weer weg te sturen. Want mijn nieuwe garderobe verplicht mijn slecht mensen aan het werk te helpen waar geld aan verdiend kan worden.

Soms komt er een verdwaalde mongool binnen. Hij wilde een reclame pen hebben, want die spaarde hij. En aangezien die dingen toch al afgeboekt zijn, mag hij er best een hebben. Toen bleek dat hij misschien wel zwakbegaafd is, maar dom is hij zeker niet. Hij vroeg namelijk om een tweede pen, om te ruilen, toen hij de eerste al in de zak had. Slim, want om één per keer te vragen wordt als minder ervaren als in eens twee stuks te verlangen. Neurolinguïstisch noemt men dat, de leer die communicatie zo efficiënt en productief mogelijk te maken. En dat deed hij, al was het op kleine schaal.

Om mensen uit te zenden moet je stressbestendig zijn. Op het ene moment kun je rustig om je heen kijken naar raar geklede mensen die langs lopen of grote vrachtwagens die een bochtje achteruit uitvoeren alsof het niets is, maar vanuit het niets kan er een vloedgolf aan vacatures binnen stromen. Dan moeten alle zeilen bijgezet worden om de klant in zijn behoefte te voorzien.
Je zal denken dat ik daar moe van wordt, maar dat is niet het geval. Het zijn de lange uren die mij slopen. Zeven uur uit mijn nestje, acht uur in de trein, half negen aan de slag en om half zeven ben ik pas weer thuis. Het zijn lange dagen. En nu zou ik niet moeten zeuren, want blijkbaar kan het grootste deel van de mensen dit aan en is er dus geen enkele reden aan te nemen dat ik dat niet zou kunnen. Maar toch ben ik moe. Waarschijnlijk komt het door het contrast tussen het luizenleventje van een student en het harde leven van de arbeider.
Maar zo langzamerhand gaat het wennen. Ik werd laatst zelfs voor de wekker wakker. Ik baalde ervan dat ik nog slecht vijf minuten in plaats van een uur mijn ogen kon sluiten alvorens het alarm mijn rust zou verstoren. Maar ik merk dat het steeds minder moeite kost om wakker te worden. Zelfs op zaterdag werd ik om acht uur wakker, terwijl ik gepland had tot na de middag te slapen. Het lijkt wel of ik gevoel voor ritme krijg. En nu wordt dat al jaren van neger gezegd, maar voor mij is het nieuw.

[i]Cor Jan van Zwol[/i]


3 reacties

KawaSutra · 25 september 2006 op 23:32

Zeker niet in dienst geweest? Nou, ik ook niet.

Anne · 26 september 2006 op 13:14

Een leuke zelf-spot column.

Chantal · 27 september 2006 op 00:03

Leuke column!
[quote]En zo gebeurde het ook dat ik tot twee maal toe mijn Co|Ma plicht wist te verzaken. [/quote]
Ik zie ik zie wat jij niet ziet, en het is promotie van je eigen site. Kon je het weer niet laten? 😛

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder