‘Wat ben jij verbitterd’ wordt mij met beschuldigende vinger verweten, ‘niet alle mannen zijn hetzelfde’ volgt er zelfs nog achteraan. ‘O jawel hoor, jij bent net zo alleen weet je het zelf nog niet’ en lachend haal ik de koffie. Even schrik ik van mijn antwoord op deze heftige verwijten, ben ik inderdaad verbitterd? Het lijkt er wel verdomd veel op. Nu heeft niemand mij het ooit kwalijk genomen en wordt het vaak wat subtieler gebracht. Vaak heb ik gehoord hoe hard ik ben geworden, dat ik ben veranderd.
Geheel terecht natuurlijk na wat er is gebeurd. Het zou een prachtig woensdagavond drama zijn met alle benodigde ingrediënten, RTL zou er een moord voor doen.

Vaak nog wordt ik kwaad maar meestal moet ik lachen om de onnozelheid van mannen. De opmerkingen, de clichés, de stommiteiten. Maar misschien verbeeld ik mij die onnozelheid, die domme jagersdrang zoals zij dat noemen. Misschien zie ik spoken en vergooi ik zo mijn kansen op dat prachtige sprookje, je weet wel die met dat kasteel en dat witte paard.

‘Hoe gaat het nu trouwens tussen jou en je vrouw’ vraag ik terwijl ik weer in de bank plof. Ik kijk op de klok, alweer kwart over drie, en ik vraag me af of hij niet eens naar huis moet. Terwijl hij naar een passend antwoord zoekt op mijn vraag probeer ik te zoeken naar een reden hem te wantrouwen. Die is er niet. Zou het kunnen dat mijn wantrouwen naar zijn sekse ongegrond is? Laat ik mijn mening over de helft van de wereldbevolking afhangen van de wandaad van een enkel persoon?

‘Het gaat best oké’ is zijn antwoord ‘misschien komt het zelfs nog goed’.
Wat inderdaad zijn statement bevestigt want hij is de man die terugging. Terug naar vrouw en kind om zijn huwelijk te redden. De man die zijn vrouw niet wil bedriegen, zo’n man die nooit zou liegen.
Zijn telefoon gaat ‘nee ik ben nog steeds bij Dolf, ik neem nog een biertje en kom dan naar huis’.

Ik neem een slok van mijn koffie en zucht tevreden bij de gedachte dat de naam Dolf mij niet zou sieren. Ik ben opgelucht dat mijn verbittering verbeelding was en hooguit de realiteit een wat bittere nasmaak heeft.


Assepjotster

In the depth of winter I finally learned that there was in me an invincible summer...

14 reacties

Dees · 9 februari 2009 op 20:22

Heel mooi stukje. Technisch wat kleine mankementjes, maar echt een heel mooi stukje… Met humor, wat melancholie ook, verrassing. Mijn favoriet van jou tot nu toe.

En bitterheid is niet meer dan verdriet met een laag eelt, dus maak je daar ueberhaupt geen zorgen over 😉

phoebe · 9 februari 2009 op 22:03

Lekker stukje, Dolf :hammer:

Mosje · 9 februari 2009 op 22:19

Prachtig stukje!
En kon die man nou niks anders verzinnen dan Dolf??

u-queen · 9 februari 2009 op 22:50

De, in bovenstaande column, vermelde namen zijn, vanwege privacy-overwegingen, aangepast 😀

De echte naam was nog veel erger :hammer:

@Dees
Kun je mij de mankementjes noemen? Zeker weer van die vervelende spelfoutjes? Maar ik kan ze zo snel niet vinden :stom:

pally · 9 februari 2009 op 23:24

Mooi stukje, jammer wel van de taalfouten.
Hoewel: het is veel beter dan een slecht stukje dat foutloos is. 😀

groet van Pally

u-queen · 9 februari 2009 op 23:41

@Pally
Wil je de taalfouten noemen want ik ben echt ontzettend slecht in dat opzicht geloof ik 😥 dat wordt een nieuwe cursus Nederlandse taal in geschrift 😆
Ik wil echt heel graag weten waar ze zitten :wanted:

KawaSutra · 10 februari 2009 op 00:48

Het mooie van een goede tekst is dat de foutjes mij niet erg opvallen. En ik heb ook geen zin om ze te zoeken. Nou ja, vooruit. ‘wordt ik’ valt wel op natuurlijk. En de interpunctie kan ook wel beter. In dit stukje horen korte zinnen, punten en hoofdletters. Kortom: leespauzes op de juiste momenten.
Overigens niet zo verstandig om zo laat nog koffie te drinken.

arta · 10 februari 2009 op 07:45

Ook ik las over de taalfoutjes heen, omdat de tekst boeide.
Leuk geschreven.
Qua spelling haalt de spellingscontrole er het meeste wel uit.
Qua interpunctie is het handig om het even hardop voor jezelf voor te lezen: Komma is één seconde rust, punt is twee seconden. Vóór voegwoorden is een komma vaak nuttig, doordat er dan een bijzin begint en het anders teveel in één adem wordt.

Mien · 10 februari 2009 op 08:08

Wat een Oekel die Dolf?
Goede column met verrassende wendingen.

Mien

Dees · 10 februari 2009 op 09:04

Het is meer af en toe de missende interpunctie die bepaalde zinnen soms lastig te vatten maakt. En in de bank ploffen is op. Het is echt maar klein en heeft soms ook charme, maar soms vind ik het net verwarrend (terwijl ik zelf ook niet altijd even consequent met interpunctie ben trouwens, hmm)

doemaar88 · 10 februari 2009 op 09:30

Mooi!

LouisP · 10 februari 2009 op 12:35

Hoi,
wat een intrigerend stukje proza. Mannen die vreemd gaan, kunnen precies niets goed doen.
Tweede alinea is voor mij niet helemaal duidelijk maar voel wel de spanning.

L

u-queen · 10 februari 2009 op 12:38

Heel erg bedankt voor jullie aardige reacties en ook voor de gegeven tips 😀

@Kawa
De ‘arme’ jongen was met de auto, zo gemeen om dan voor zijn neus een heerlijk koud biertje te gaan drinken. Dus dan maar verslaving nummero twee 😉

Ma3anne · 11 februari 2009 op 00:53

Mooi stukje.
Leuk om te zien, dat je wat met de reacties wilt doen om jezelf te verbeteren.

Geef een antwoord