Wat een rare situatie.
Ik lig hier naast jou in het bed van iemand anders.
Ik weet wat er is gebeurd, misschien is het verkeerd, dus ik zwijg erover.
Je bent zenuwachtig, je lijkt wat bang.
Je ademhaling klinkt als schreeuwen.
En ik snap wel waarom, want zijn ring zit aan jouw vinger, maar mijn hart ligt in jouw handen.

Het wordt steeds moeilijker om je vast te houden, maar ik kan je ook niet laten gaan.
Als je me niet nodig hebt doet dat pijn, verdomme.
Maar als je we wel nodig hebt, doet dat ook pijn.
Ik zou willen dat ik niet degene was die in mijn eigen schoenen stond.

Een deur valt keihard in het slot, je springt overeind, je bent bang.
Maar het is gewoon de wind die door deze kamer waait en de geheimen die wij bewaren, met zich meeneemt.
Ik wilde dit gewoon graag en jij ook.

Nu praat je niet meer met me als ik je met hem tegenkom op straat.
Ben ik dan zo blind geweest?
Je kijkt me niet meer aan, terwijl me recht tegen het lijf loopt.
Wat wil je nu nog van mij?
Wat wil ik het hem graag vertellen, het ligt op het puntje van mijn tong, maar ik dat doe ben ik verdoemd, dus ik slik de woorden in.

Maak je geen zorgen, ik ga je echt niet bellen.
Hem ook niet.
En als je me nog een keer ziet, loop me dan maar gewoon voorbij, het is de beste keuze.
Onze levens raken anders anders zo verwrongen en we moeten dit geheim samen bewaren en in ere houden.

En hoe meer ik me ertegen verzet, des te moeilijker kan ik de verleiding nog weerstaan.

Verdomme! Stond ik maar niet in mijn eigen schoenen.

Categorieën: Overig

1 reactie

Arta · 3 juni 2021 op 08:57

Die laatste zin dekt de lading volledig!
Mooi geschreven.
Wanneer jij over een paar jaar dit terug zult lezen zul je waarschijnlijk niet kunnen geloven dat dit allemaal gebeurd is…

Geef een antwoord