De straat was totaal verstopt. Bij de halte waar ik op de trolley-bus zou wachten stonden zoveel mensen dat ik wist hier zeker tot ver na sint Juttemis nóg te zullen staan. Dus besloot ik te lopen. Bij het grote open kruispunt verderop was zichtbaar dat de drukte door de hele stad tot autostroop was ingedikt. Zover het oog reikte blikkerend metaal onder de strakke zon.
Mij kruiste, ook lopend, sjouwend met een grote tas waarin zich ongetwijfeld een van zijn handeltjes bevond, de kleine, dikke, morsige zigeuner met wie ik in voortdurende staat van sjans-van verkeer.

Het begon ooit met een gesiste invitatie toen ik door de regen langs zijn uitgestalde paraplu’s liep. Of we samen gingen koffie drinken? Nu? Of anders morgen? Ik wierp tegen dat ik een man had maar juist dat leek in hem nog meer enthousiasme te ontsteken. Vrolijk riep hij terug dat dat toch niks uitmaakte; hij had óók iemand! Met één joviale armzwaai bevrijdde hij ons beiden uit het knellende harnas van de monogamie. Daar had hij ons wel eerst samen ingepropt. Lekker krap.

Zijn vrouw – even klein en even dik – werkt net als hij in de zigeunerbranche. Ze is zwijgzaam en kijkt met doffe ogen de wereld in. De straat is ook háár werkterrein. De ene dag sjokt ze met haar man en zijn handel door de stad, de andere dag zit ze langs de kant te bedelen. In kleermakerszit op een stuk karton.
Haar man bedelt niet. Hij lonkt. Succesvol denkt hij wellicht want hij ving tot nog toe steeds mijn lach, die hij natuurlijk in zijn eigen voordeel uitlegde. En dus praatte hij zichzelf keer op keer een stukje dichterbij. En hoewel het vandaag als vanouds begon sloeg hij dit maal meteen maar vijf stappen over.

“Hey, psst, kad ćemo kafu popiti, ja i ti!?”

Wanneer we nou eindelijk eens gingen koffie drinken, hij en ik.
Hij had over me gedroomd, ongelogen!
Wanneer gingen we samen naar bed? Hij en ik?
Nu?
Of morgen?
Overmorgen mocht ook.

In straffe pas liep ik verder langs ronkende filemotors en verhit metaal terwijl zijn geildicht door me heen lawaaide. Dit keer moest ik alleen maar lachen. De andere antwoorden waren op.

Categorieën: Diversen

8 reacties

Avatar

arta · 25 juni 2007 op 18:18

Mooie zin:
[quote]Bij het grote open kruispunt verderop was zichtbaar dat de drukte door de hele stad tot autostroop was ingedikt. [/quote]
Heerlijk hoe jouw woorden bij mij beelden worden!
Mooi geschreven!
🙂

Avatar

Mosje · 25 juni 2007 op 20:18

Nou, zoals ik het zie, probeert hij je op een wat ingewikkelde manier een paraplu te verkopen. Dat je dat nou niet snapt.
😀

Avatar

Li · 25 juni 2007 op 22:11

Van autoverkeer naar geslachtsverkeer; het is weer mooi geschreven Anne.

Li

Avatar

pepe · 26 juni 2007 op 19:07

Door jouw ogen mag ik een beetje meekijken in de wereld, die voor mij onbekend is.

Mooi ook hoe je deze man met jouw antwoord laat verder dromen.
Het laten zijn, voor wat het is. Een droom voor hem.

Avatar

Ma3anne · 26 juni 2007 op 22:46

Prachtig!

Avatar

Siebe · 27 juni 2007 op 10:13

Anne,

Verveelt het nooit om ‘mooi’ en ‘prachtig’ te horen te krijgen op je verhaaltjes? Toch zijn het, zo vind ook ik, enkele van de best passende woorden.

En toch, toch had deze meneer je even… En zo zal ook hij wel ‘mooi’ en ‘prachtig’ hebben gedacht.

Gr.
S.

Avatar

Anne · 28 juni 2007 op 10:13

Dank voor alle reakties wederom, enne Siebe, nee hoor, dat verveelt nooit. Ik probeer juist om het magische van het alledaagse te vangen, wat automatisch meestal ontaardt in schoonheid, dus prachtig en mooi zijn altijd weer fijne complimenten.
groet uit een heet Sarajevo van Anne.

Avatar

KawaSutra · 1 juli 2007 op 23:54

[quote]het magische van het alledaagse[/quote]
Nou dat is je ook dit keer weer prima gelukt. Prachtig en mooi. 🙂

Geef een antwoord