Vandaag heb ik helaas moeten concluderen dat de olympische zwemsnelheid waarvoor ik me uit de kieuwen getraind heb niet afdoende is voor een fatale botsing met het glas van mijn kom. Ik vloog weliswaar spectaculair uit de bocht, maar veel meer dan een gehavende vissenbek en wat beurse schubben heeft het niet opgeleverd. Tot overmaat van ramp geeft mijn wanhoopsdaad die smerig verwende labradoodle die hier sinds kort rondloopt alleen maar meer redenen om me te zieken.

Dat zichzelf schromelijk overschattende harige geval op vier poten heeft de weinig verheven naam Doodle meegekregen. Dat het deel van het brein dat verantwoordelijk is voor creativiteit niet heel actief werkt bij onze baasjes blijkt ook uit mijn naam: Goldie. Al met al is het een wonder dat ze me überhaupt een naam gegeven hebben. Op die paar dagen in de maand dat mijn leefwater schoon genoeg is moet ik vaak met knorrende maag aanzien hoe Doodle zich klem vreet aan hondensnackjes met zalm-, rund- of kipsmaak. Voor die haarbal worden kosten noch moeite gespaard, maar op gezette tijden wat vlokjes vissenvoer in het water deponeren is te veel gevraagd. Hoewel ik het afschuwelijk vind om door mijn eigen poep van weken (soms maanden) te moeten zwemmen brengt het wel met zich mee dat mijn zicht op die rothond beperkt blijft. Elk nadeel heeft zijn voordeel.

Mijn huisgenoten kijken graag tv. Het valt door de troebelheid van het water niet mee om iets te zien, maar ik luister goed. Zo was er een poos geleden een uitermate interessant programma over depressies op NPO1. Daaruit maakte ik op dat ik eigenlijk reddeloos verloren ben. Alles wat in die documentaire door professionals werd aangedragen ter verbetering van de stemming doe ik al. Ik heb al geruime tijd geleden aan mezelf toegegeven depressief te zijn; de ontkenningsfase ben ik al lang voorbij. Ik zwem veel, dus met bewegen zit het ook wel goed. Ik verschaf mezelf regelmaat door linksom na vijf keer consequent te verruilen voor rechtsom. Ik heb geprobeerd erover te praten, maar Doodle staat niet open voor een goed gesprek over mentale kwetsbaarheid. Sterker nog: hij lacht me keihard uit.

Van de ongeveer duizend eieren die mijn moeder ooit afzette ben ik een van de weinige die niet is opgegeten door pa en ma zelf. Na een trauma van moeizaam groot worden in een aquarium met vijanden achter iedere waterplant vestigde ik mijn hoop op huisdier zijn in een leuk gezinnetje. Het is echter een leven geworden van zwemmen in eigen uitwerpselen. Tel daar die vreselijke Doodle bij op en het wordt zelfs een taaie vis als ik ben af en toe te veel.

Desalniettemin moet ik uit mijn mislukte visglasaanvaring opmaken dat het mijn tijd nog niet is. Ik moet verder. Ik richt mijn pijlen nu op de theorieën van mijn bazin en haar mindfulnessvriendinnen. Ik hoor hen bij de groene theevisite altijd beppen over het doorbreken van niet helpende gedragspatronen. Morgen komen ze weer en ga ik meedoen met de ademhalingsoefeningen. Baat het niet dan schaadt het niet.

Categorieën: Overig

1 reactie

Nummer 22 · 5 juli 2021 op 09:51

Bouw een “brug over troebel water” (Simon en Garfunkel, 2 bekende zingende vissen uit de Joe Es EE) leer op jouw staart kruipen en langzaam lopen. Spring, spring eruit.. blijf snakken en happen naar adem en af en toe terug in de kom, jouw aquarium waar het veilig kan zijn achter glas.
Ga door met schrijven : “Ik ben een vis, dus besta” n wordt eerst een puber, een… bakvis!

PS… ik zwom even mee en moest daarna mijn snorkel schoonmaken van de alg, maar dat terzijde!

Chapeau voor jouw verhaal ! of.. de vis wordt duur…. !

Geef een antwoord