Zoutpareltjes glinsteren als fonkelende diamanten op haar rug. Haar haar glanst als nooit tevoren en met de dag komen er steeds meer blonde lokken bij. Met de afdrukken van haar duikbril nog op haar gezicht ligt ze op haar met zand overgoten badlaken er ontspannen bij. Met haar hoge jukbeenderen en grote blauwe ogen heeft ze veel weg van een Russisch fotomodel in spé. ’s Avonds, wanneer we wachten op onze taxi na een heerlijk etentje bij ons lievelings restaurantje aan Spinola Bay zien we haar in gedachten lopen met haar vriendinnen, net als al die jonge vrouwen die ons passeren op weg naar Paceville, om als een vlinder de avond door te fladderen. Neerstrijkend op een van de vele terrasjes, en wanneer de zwoele nacht invalt en de sterren stralen boven St. George Bay verplaatsen ze zich van de lounge banken naar opzwepende salsa muziek. Onze taxi is er en we stappen gauw in, de vlinders achterlatend. Gelukkig is ze nog een paar jaar bij ons, maar dan komt de tijd dat we haar los moeten laten en zij haar weg gaat zoeken.

‘Ben je hier gelukkig,’ vraag ik haar tussen haar puberbuien door. ‘Ja Mam, ik voel me hier veel meer thuis dan in Nederland. Is dit waar, vraag ik mezelf dan af. Of zegt ze dit, omdat ik dit graag wil horen. Ze heeft haar vriendinnen achtergelaten, haar laatste jaar op haar basisschool niet doorgebracht. Hier is alles nieuw, exotisch, spannend, maar ik besef dat de schoonheid van je omgeving, niet altijd dat geluk kan geven, waar je op hoopt. Een nieuwe school, internationaal, vele nieuwe vakken en vele talen. Een uitdaging? Zo zien wij dat, maar wij worden geacht volwassen te zijn. Maar wat weten wij er nou van. Hebben wij alle wijsheid in pacht, of zijn de gedachten en emoties van het vlinderkind veel realistischer dan wij ooit nog kunnen ervaren. Op weg naar de zogenaamde volwassenheid verliezen we sommige van onze dromen en gaan deuren dicht die eerst voor ons geopend waren. Deuren van hoop en dromerijen, niet bestaande werelden en grasveldjes om de hoek, waar je op blote voeten geniet van grassprietjes die aan je tenen kriebelen.

Parels zijn deze vlinderkinderen, die gekoesterd moeten worden. Parels die soms verborgen blijven en soms nooit te voorschijn komen. Ik hoop dat mijn eigen vlinderkind haar weg kan vinden en voor haar de deuren open blijven en kan blijven dromen van witte stranden op weg naar haar volwassenheid en niet vergeet dat geluk als een parel in Gods hand ligt en je hem alleen maar hoeft te pakken.

Categorieën: Liefde

3 reacties

Avatar

WritersBlocq · 3 oktober 2008 op 00:01

Ik vind het wel een mooi verhaal, recht uit het hart en (op een paar dingessies na, maar dat heb ik al snel) erg goed geschreven.

De laatste alinea geeft mij alleen een hoog jeuk-jeuk-jeuk-gehalte. Ik heb niks tegen God, maar hoezo God in deze zin?
[quote]Parels zijn deze vlinderkinderen, die gekoesterd moeten worden. Parels die soms verborgen blijven en soms nooit te voorschijn komen. Ik hoop dat mijn eigen vlinderkind haar weg kan vinden en voor haar de deuren open blijven en kan blijven dromen van witte stranden op weg naar haar volwassenheid en niet vergeet dat geluk als een parel in Gods hand ligt en je hem alleen maar hoeft te pakken.[/quote]

Parels zijn deze vlinderkinderen, die gekoesterd moeten worden. Parels die soms verborgen blijven en nooit te voorschijn komen. God, ik hoop dat mijn eigen vlinderkind haar weg kan vinden en dat zij, op weg naar haar volwassenheid, kan genieten van deuren die al dan niet openen of in haar gezicht dichtgesmeten worden.

Zo vind ik ‘god’ minder irritant, terwijl er niks irritants is aan God in het algemeen, maar hoe wij hem/haar/het gebruiken. Vind ik 🙂

Avatar

lisa-marie · 3 oktober 2008 op 09:41

Het is mooi opgeschreven en ook om te lezen hoe je je vlinderkind beschrijft.
Alleen zou ik de laatste zin een veranderen, bij mij haalde het gebruik van God in deze zin net dat mooie van de parel af.

Avatar

KawaSutra · 4 oktober 2008 op 01:41

Nee hoor, ik vind je afsluiter prima zo. Geloof je niet in een god, lees het dan als metafoor voor het goede in de mens. Het is een beetje wishful thinking natuurlijk want ik geloof niet dat het geluk zomaar voor het grijpen ligt. Daar moet je over het algemeen wel wat voor doen. Maar de gedachte in relatie tot je kind is mooi beschreven.

Geef een antwoord