Het dak was open. Het was fris. Met mijn handen diep in de zakken en mijn kin in de kraag van mijn jas probeerde ik in te schatten wanneer de zon mij zou bereiken. Rij 21, stoel 250. Het zou nog wel even duren. Naast mij zat een jongen. Ik kende hem niet. Hij was zeven schat ik. Tussen mij en zijn vader in was hij in afwachting van wat er zou komen. Het jack goed dicht en de rood witte sjaal om de hals. Hij was beter op de kou voorbereid dan ik. Jong en ontvankelijk voor goed advies. Hij wel. Voetbal daar ging het over. Vader en zoon samen naar het voetbal. Uitgezwaaid door moeder die de hele week heeft uitgekeken naar de zondag voor zichzelf. Ik kende het. Met mijn vader naar stadion De Hout in Alkmaar. Moeder bleef bij oma, haar moeder. AZ tegen Heerenveen herinner ik mij. Een wedstrijd om promotie of degradatie. Beide clubs bevonden zich in het schemergebied tussen eerste- en eredivisie. Bij Heerenveen viel de onbekende Kees Kist in. Op witte gymschoenen. Mijn vader vond het niks. Voetbalschoenen waren zwart. Met twee verticale strepen, Quick; drie strepen, Adidas of desnoods zo’n malle uitlopende streep schuin over de zijkant van de schoen van Puma. Kees Kist heeft het later gemaakt. Bij AZ wel te verstaan. Op geleend geld. Toen ook al. Vandaag lopen de mannen op het veld met roze en groene schoenen. Kermis zou hij het genoemd hebben. Mijn vader. Hij hoeft het niet meer mee te maken.

Het jongetje naast mij kijkt er niet van op. Hij heeft andere interesses. Daar waar zijn vader tracht hem onderdeel van zijn eigen voetbalenthousiasme te maken lijkt het niet het voetbal dat hem boeit. Vader doet zijn best. Hij wijst zijn zoon op de goede passes, het verkeerde vrijlopen, de onterechte vrije schop, de vanzelfsprekende gele kaart… Jongetje heeft zijn blik de andere kant op gericht. Vooral gefascineerd lijkt hij door de continue en luidruchtige aanwezigheid van een groepje fans. Schreeuwende mannen van tussen de twintig en veertig die hem boeien. Joden zijn zij, ze zijn er trots op en ze komen uit Amsterdam. Om hun geloof in eigen opvatting te sterken laten ze niet na dit steeds weer te herhalen. Ik zag het, luisterde en glimlachte. Kermis, dacht ik onwillekeurig. Kermis. Ik keek naar mijn dochter naast mij. Ze keek terug, lachte en schonk me een knipoog. Het werd warm. Mijn wangen begonnen te gloeien. De zon had rij 21, stoel 250 bereikt. Het waren de laatste minuten. Extra tijd werd er niet bijgeteld.


5 reacties

Kuin · 10 april 2012 op 14:31

Hoewel er sommige zinnen niet helemaal lekker lopen; je hebt me. Mooi man!

Libelle · 11 april 2012 op 10:01

Een prachtige column van een schrijver die weet hoe hij zijn vaardigheid benutten moet.

WritersBlocq · 11 april 2012 op 11:25

Leuke column!

Mien · 11 april 2012 op 15:41

Mooi epos vanuit de arena.
Ik poetste het wit van mijn voetbalschoenen met [b][u][url=http://www.buurtmuseumkamperpoort.nl/images/vim2.jpg]VIM[/url][/u][/b].

Mien

pally · 11 april 2012 op 17:54

Goed geschreven column, heel mooi eind, Frank!

groet van Pally

Geef een antwoord