‘Dit is toch niet te geloven, op Schiphol konden gisteren een hoop vliegtuigen niet vertrekken door een computerstoring’, zegt een man terwijl hij naar een artikel uit de krant wijst, ’Duizenden passagiers gedupeerd’. ‘Wat zeg je?’, roept de man tegenover hem en buigt iets naar voren. De man met de krant herhaalt zijn woorden met enige vertraging en doet er wat decibellen bij. Nu heeft de man tegenover hem het wel verstaan. Hij maakt een wegwerpgebaar met zijn rechterhand en zegt: ’In onze tijd waren er nog geen computers en liep alles gewoon door’. Het is kwart over vijf ’s middags. Ik ben net een treincoupé binnengestapt. Drie oudere mannen zaten er al. Allemaal in pak. Ik verdenk ze ervan dat ze van een of andere veteranenreünie afkomen. Ik kan me onmogelijk afzonderen van hun gesprek dus luister ik maar mee. En ja hoor, ik ben opeens slachtoffer, want waar hebben oudere mensen het steeds weer over? Juist ja, over vroeger, dat vroeger alles beter was.

Mij ontgaat bij dit onderwerp elke logica, want vroeger hadden vrouwen toch haar onder hun oksels? Laat staan ooit van een brazilian wax gehoord. Vroeger moesten we het doen zonder klapschaats. Vroeger moest de kabel uit de TV als het onweerde. Vroeger was alles beter?

Vroeger waren er typemachines en moest er bij elke tikfout weer een nieuw blaadje in (of twee of drie als je met carbonpapier werkte). Vroeger was Wikipedia twee meter encyclopedie in een kast. Vroeger was het cassettebandje vol als het liedje dat opnam nog niet afgelopen was. Vroeger was alles beter?

Vroeger trok je de snelbinders van de fiets kapot en was een thuistap nog toekomstmuziek. Vroeger was er Mies Bouwman. Vroeger deden alle vrouwen het met de melkboer en moest je voor het zingen de kerk uit. Vroeger was alles beter?

Als vroeger vroeger ook alles beter was, dan hadden uiteindelijk de holbewoners het pas echt goed voor elkaar. Wat moeten die mensen gelukkig zijn geweest. Was ik maar een paar duizend jaar geleden geboren. Of melkboer geweest.

Ik vraag me af of ik later ooit tegen mijn kleinkinderen zal zeggen: ’Vroeger… vroeger moest ik het nog doen met een mobiele telefoon waar je alleen maar mee kon bellen en fotootjes maken’. En dat zij dan antwoorden: ‘Ha ha Opa, dat was pas behelpen, hè?’. Puur uit beleefdheid zeggen ze dat, want meteen na het uitspreken van het woordje vroeger zullen ze denken: daar gaan we weer met de ouwe zeurneus.

Wat bezielt de vroeger-was-alles-beter-populatie toch? Ik snap het niet. En dan nog te weten dat Nederland aan het vergrijzen is. Dus meer en meer bejaarden erbij die alleen maar in de voltooid verleden tijd praten. Het wordt een serieuze plaag.

De oude mannen in de treincoupé kletsen maar door. ‘Vroeger vertrokken geen duizenden passagiers per dag, maar per maand’, moppert de kale. De andere twee knikken.

Ik moet er een vinger achter zien te krijgen. Is de wereld echt veranderd? Mij maakt niemand wijs dat er vroeger nauwelijks sores was. Miserie hoort bij het leven.

Trouwens, die kale lijkt een beetje op Van Beek. Van Beek (op het schoolfeest mocht je hem Jos noemen) was mijn klassenleraar op de middelbare school en stond bekend om zijn wijze levenslessen. Ik luisterde er altijd met open mond naar. Opeens herinner ik me weer een van zijn uitspraken: ‘Het is heel menselijk dat we het verleden romantiseren omdat we alleen de goede dingen onthouden’.

Hé, wacht eens even, ik snap mijn coupégenoten. De puzzel valt op zijn plaats. Wat deze aardige oude mannen tegen elkaar zeggen is gewoon pure romantische logica. Wat mooi om naar te luisteren.
Tja, dat waren nog eens wijsheden die we meekregen als scholier. Die komen me na zoveel jaar toch weer eens van pas. Wij leerlingen hadden toen – en toen is: in de jaren 80 – nog respect voor onze docenten. Er werd nog geluisterd naar wat ze te vertellen hadden. We keken tegen ze op. Dat is tegenwoordig heel anders…. schijnt.


2 reacties

Anne · 28 december 2008 op 22:05

Ik vind de column een beetje dwangmatig rondgebreid, het gebeurt niet natuurlijk. Bovendien is het een aaneenschakeling van open deuren. De voorbeelden die je aanhaalt, tja. Misschien is het allemaal ironie. En dat zegt mij erg weinig.

Neuskleuter · 29 december 2008 op 12:28

Het verhaal zelf is aardig cliché, je gebruikt iets te vaak dezelfde zin, waardoor het gaat irriteren. Toch vind ik de gedachte over romantische logica wel mooi.

Geef een antwoord