Philip is god ongelooflijk dankbaar dat hij de gezegende leeftijd van tweeënnegentig heeft mogen bereiken, maar Jezus nog aan toe die verdomde vergrote prostaat. Stram wipt hij van het ene been op het andere. Hij moet zo vreselijk nodig, maar er is geen toilet in de buurt. Hij rekt zich een beetje uit om te kunnen zien of de man van de sleutels er al aankomt, maar bij het ongewenst verliezen van de eerste druppels urine staakt hij die poging.

Tersluiks neemt Philip de vrouw naast zich op. Jong nog, denkt hij. ‘Ik weet wat u denkt,’ hoort hij de jongedame zeggen. ‘O ja?’ Betrapt kijkt Philip weg. ‘Ja,’ reageert ze, ‘laat me raden: u vindt me jong.’ Philip besluit niet te ontkennen: ‘Klopt.’ De vrouw draait zich naar hem toe en reikt hem de hand. ‘Ik ben Myrthe.’ Philip pakt haar hand. ‘Philip,’stelt hij zich voor.

Voor de zoveelste keer kijkt hij op zijn horloge, maar ontdekt opnieuw dat hij die niet om heeft. ‘Och ja, die hebben ze afgedaan voor het sluiten van de kist,’ mompelt hij. Myrthe kijkt vragend naar hem op: ‘Wat zegt u?’ ‘Niets, niets,’ antwoordt Philip, ‘maar weet u toevallig hoe laat het is?’ ‘Nee helaas,’ schudt Myrthe spijtig haar hoofd. ‘Mijn sieraden zijn niet mee het graf ingegaan.’

Zwijgend wachten ze voor de afgesloten poort. Philip vervloekt zijn nieuwsgierigheid, maar kan het niet laten: ‘Hoe…..?’ Myrthe staart voor zich uit. ‘Tja, te veel gezopen. Leuk feestje gehad en met mijn dronken kop de kortste weg genomen. Met mijn fiets, over de snelweg. Na de botsing met de vrachtwagen op slag dood. U?’ Philip zucht. ‘Niet echt een spectaculair einde. Avondje geklaverjast in de recreatieruimte, naar bed gebracht door de verzorgster en vervolgens definitief in slaap gevallen. Ouderdom.’

Het knerpen van grind doet Philip en Myrthe opkijken. In de verte komt de man aan die zich uren geleden aan de andere kant van de poort aan hen had voorgesteld. ‘Petrus, aangenaam,’ had hij gezegd. ‘Jullie zijn van harte welkom in hemel, dat is al gecheckt. Probleem is Het Laatste Avondmaal. Dat verliep deze keer zo hectisch, dat Jezus in alle verwarring de sleutels bij zich heeft gestoken. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij ze dit jaar mee zijn graf in genomen.’ Petrus had hen snel gerustgesteld: ‘Maar geen nood! Ik ga op zoek naar de reservesleutels.’

‘Bedankt voor het wachten,’ zegt Petrus als hij bij de hemelpoort is aangekomen. ‘Helaas zijn de reservesleutels nergens te vinden. Jezus herrijst pas weer in – pak ‘m beet – april, dus daar moeten we het ook niet van hebben.’ Verbijsterd kijken Philip en Myrthe elkaar aan. ‘En nu?’ vraagt Philip. ‘Ja, een deurtje verder dan maar,’ glimlacht Petrus. ‘De hel?!’ roept Myrthe ‘Grapje!’ bulderlacht Petrus. ‘Natuurlijk niet! We gebruiken deze jongens.’ Hij wijst naar de ladders in zijn handen en duwt er een over het hek.

Die avond valt Philip uitgeput in slaap. Nooit had hij kunnen denken dat hij zijn eerste dag in de hemel op de Spoedeisende hulp zou doorbrengen. Zijn osteoporose bleek niet bestand tegen een ongelukkige val van een trapje. Aan zijn bed staat Myrthe. Vertederd kijkt ze naar de oude slapende man. Zachtjes sluipt ze zijn kamer uit. De avond is nog jong. Tijd genoeg nog om alvast de hemel een beetje te ontdekken.

Categorieën: Overig

1 reactie

Nummer 22 · 10 september 2021 op 08:59

Geweldig! In bijna comateuze toestand op ontdekking.

Geef een antwoord