Edwin Rutten wist het jaren geleden al. De fillem van ome Willem blijft eindeloos intrigeren. Van broodjes poep en lachende kindertjes tot kidnappen, gijzelen, witwassen, met vastgoed speculeren, laten moorden, roven, afpersen en levens bedreigen is dan ook slechts een kleine stap wanneer men een film boeiend wil houden. Kleine stapjes leiden tot grotere, en hoe groter de stap, hoe overmoediger men in de regel wordt. Soms struikelt men. En als men flink struikelt en te vaak grote stappen maakt, in dit geval over mensen heenstapt of ze platwalst, kan het zijn dat daar consequenties aan verbonden zijn. Een gevangenisstraf van wat jaartjes, een afrekening. Och, de stress die dat een mens geeft. En stress maakt ziek. Zelfs grote jongens kunnen hier over meepraten. Hoewel, praten: de komende tijd zal het verdacht stil zijn in de rechtszaal waar Willem Holleeder iedere dag misselijk en duizelig na lange autotochten mocht op komen dragen.

Arme Willem, in een oogwenk is hij veranderd van een gevaarlijke man met een neus voor geld en vuile zaken, tot iemand die, net als de rest van ons – grotendeels – minder gevaarlijke Nederlanders, vatbaar is voor ziekte en verdoemenis, en zelfs zijn neus kan hem daarbij nu niet helpen. Een lekkende hartklep, plotseling – bijna – uitvallende lever en nieren; men zou toch bijna gaan denken dat ‘de neus’ ook maar een mens is. En wat een mens zelfs tijdens zijn meest beestachtige uitingen van geweldpleging en corruptie altijd tot mens heeft gemaakt is toch wel zijn onvermogen om zich te hoeden voor ziekte. Ach, de mens, zo sterk en weerloos tegelijk. Je zou er bijna medelijden mee krijgen. En toch is het de weerloze mens die blijft fascineren. Weerloos zijn is dé manier om sympathie op te wekken. Het is dé manier om te laten zien dat je meer bent dan een vervelende schoonmoeder of een moordlustige geweldsmachine, en het mooiste van dat alles is: Je hoeft er niets voor te doen, het overkomt je. Aan de niet – weerlozen heb ik een hekel, vooral wanneer ze zich gepantserd hebben met leugens, sprak de schrijver W.F. Hermans ooit. Sympathie, precies wat ik zei.

Nu ben ik altijd zeer altruïstisch ingesteld, maar ook ik ken mijn grenzen. Oog om oog, tand om tand, zoiets zal het waarschijnlijk zijn. Neus om neus in Willem’s geval. En ik altijd maar denken dat de grootste neus de sterkste was. Welja, bij een verkoudheid zijn alle neuzen hetzelfde. Misschien is het dan zelfs handiger om een wat kleiner formaat te hebben. In het geval van een lekkende hartklep zou een groot hart daarentegen misschien wel weer wat beter van pas komen.

‘Het zijn altijd de goeden die het eerste gaan,’ zei mijn moeder standaard als er weer eens een bijna – heilige zoals wijlen Lady Diana, of, wat dichter bij huis, een buurvrouw die altijd suiker te leen had, ruw van de wereld der levenden werd onttrokken. En met zo’n wijsheid zal Willem er nog bekaaid vanaf komen. Weerloos of niet en het formaat van zijn hart daargelaten.


6 reacties

Trukie · 12 april 2007 op 20:49

Om de een of andere reden krijg ik beelden op mijn netvlies van jaren terug. Een man zat wekenlang onder bedreiging opgesloten in een kleine kamer op een onbekende plek. Een kale vloer en een dekentje.
Door zijn emotionele kracht hield hij zich op de been en wist zelfs vanuit zijn benarde positie het overwicht over zijn ontvoerder te handhaven. Anders zou zijn belager misschien al lang doorgeslagen raken.
Allebei meneer H. Maar Heineken lijkt meer op rein en Holleeder blijft toch hol klinken.
Hoezo zwak????

Maar je lardeert knap tussen de regels door dat de de mens zich gemakkellijk laat verleiden de zwakkere op een voetstuk te zetten.

Een andere Troy.

arta · 12 april 2007 op 21:03

Wat een goede column!
Prachtige overgangen.
Niet veroordelen , maar relativeren!
Mooi geschreven, anders dan anders, maar mooi!
🙂

KawaSutra · 13 april 2007 op 00:43

Een verrassende Troy. Knap geconstrueerde bruggetjes, maar daardoor moest ik het wel nog een keer lezen, overigens geen straf.

SIMBA · 13 april 2007 op 08:34

[quote]Het zijn altijd de goeden die het eerste gaan[/quote]

Dus dan heeft Willem nog een poosje te gaan.

Goeie column!

KingArthur · 13 april 2007 op 10:51

En hij leefde nog lang en ongelukkig? Een welkome afwisseling op je andere soms wat minder toegankelijke teksten (niet dat ik die niet goed vind overigens).

Mup · 13 april 2007 op 14:12

Sterk weergegeven zonder een opdringerige mening, heel sterk,

Groet Mup.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder