Nog één uur, en ik heb nog steeds niks gevonden om aan te trekken. Ik spit mijn kast nogmaals door, gooi dingen overhoop, probeer het weer goed terug te leggen. Het lijkt alsof al mijn leuke kleren zijn verdwenen. Wat moet ik in vredesnaam doen? Ik bel mijn vriendinnen. Ze lachen naar me dat ik echt wel genoeg kleren heb en me niet zo aan moet stellen. De frustratie is me even teveel en ik ga op de grond zitten. Waarom begrijpen mijn vriendinnen me niet? Al snel begin ik te snikken. Het is weer ‘die tijd van de maand’ en dan ben ik, net als vele andere vrouwen, enorm gevoelig. Problemen zoals dit kan ik er dan ook echt even niet bijhebben. Daar zit ik dan te snikken. Ik kruip een stukje richting de tafel en pak het grote stuk chocolade wat ik daar voor mezelf had neergelegd. Zonder het te proeven prop ik de chocolade naar binnen. Ik voel me weer iets beter.

Ergens, vele honderden, duizenden kilometers verderop…

Wanhopig kijkt ze haar tent door. Haar baby klampt zich aan haar vast en haar zoontje van drie kijkt haar met grote, bange ogen aan. Ze wist het toch zeker. Ze had nog iets te eten. Hier had ze wat sneetjes brood bewaard. Brood dat af en toe in het kamp werd uitgedeeld door hulporganisaties of het leger. Het was nergens te vinden. Haar baby, slechts 4 maanden oud, begint te huilen. Voorzichtig haalt ze een vliegje uit zijn kleine oogje, dat al veel te veel ellende heeft gezien.

Ze loopt de tent uit, in de richting van de mannen van het leger die zij gisteren heeft zien aankomen bij het kamp. Wat komen ze hier doen? En aan welke kant staan ze? Voorzichtig loopt ze op een man af, die ze gisteren ook voorbij zag komen lopen. “Heb je misschien iets te eten?” vraagt ze hem in haar taal, maar hij verstaat haar niet. “English?” vraagt hij nog. Maar ze spreekt geen Engels. Waar had ze dat moeten leren? Ze heeft geen studie gehad, nooit. Van haar moeder leerde ze hoe te koken en voor haar kinderen te zorgen. Voor school was geen geld, en al helemaal geen tijd. Ze moest helpen thuis, ze hadden haar veel te hard nodig.

Ze maakt een gebaar naar de man, haar vinger richting haar mond, ik wil eten. Hij pakt haar hand en neemt haar mee naar een tent van het leger. Hij gebaart dat ze moet gaan zitten en dat doet ze. Dan komt hij naast haar zitten. Zijn handen glijden over haar benen. Ze wil schreeuwen, gillen, maar het lukt niet. Zijn hand schuift voor haar mond en ze hapt naar adem. Langzaam duwt hij haar achterover en kleedt haar uit. Ze trapt en krabt, maar tevergeefs. Op de meest brute manier wordt ze verkracht. Als hij eindelijk klaar is en van haar af komt, kijkt hij haar minachtend aan. “Slut” sist hij nog naar haar. Hoewel ze geen Engels kan, wist ze wat het woord betekende. Zo noemt het leger de vrouwen uit het kamp. Sluts, sletten, die je mag gebruiken wanneer je wilt, zo vaak je wilt. Haar maag rommelt zo hard dat het de stilte in de tent doorboord. De soldaat kijkt haar weer minachtend aan. Hij pakt een paar sneetjes brood uit een kastje en smijt ze naar haar toe. Ze knielt voor hem om haar dankbaarheid te tonen. Hij grinnikt nors en loopt weg. Ze heeft brood. Ze heeft weer eten. Snel loopt ze naar haar tent, waar haar kinderen op haar zitten te wachten. Ze verdeelt het brood onder hen. Zelf kan ze nog wel even zonder.

En zo’n eind verderop zit ik te snikken met mijn chocolade nog in mijn handen. Wat moet ik aantrekken? Het is allemaal opeens zo belachelijk en onbelangrijk.


11 reacties

Avatar

WritersBlocq · 27 augustus 2005 op 11:01

Goed geschreven, die twist. Walgelijk, dat verhaal over die armoe en zo gaat het echt hier en daar. Dat wij ‘dit soort dingen’ nodig hebben om te relativeren is toch grote armoe!!!

Avatar

WritersBlocq · 27 augustus 2005 op 11:01

(sorry 2x op ‘plaats’ gedrukt)

Avatar

mrcrash · 27 augustus 2005 op 14:21

Waar we ons al niet druk over kunnen maken. Lekkere leesbare column overigens.

Avatar

Trukie · 27 augustus 2005 op 16:52

Schrijnende tegenstelling. Nog eens extra benadrukt door de juiste woordkeuze in cruciale passages.

Avatar

Geertje · 27 augustus 2005 op 17:38

[quote]Ze heeft brood. Ze heeft weer eten. Snel loopt ze naar haar tent, waar haar kinderen op haar zitten te wachten. Ze verdeelt het brood onder hen. Zelf kan ze nog wel even zonder. [/quote]

Ze kan geen aangifte doen, ze krijgt geen trauma begeleiding, niet haar vriendinnen opbellen, geen nobel prijs voor de vrede, zij betaalt met haar lichaam om het leven van haar kinderen te redden.

En morgen wacht haar weer een dag. Ook morgen zal ze aan eten moeten zien te komen voor haar kinderen.

Om bij stil te staan en ons diep te schamen! En waar mogelijk onze arrogantie, zelfingenomenheid, hebben, hebben, om te zetten in ‘dare to take care’.

:red:

Avatar

Li · 27 augustus 2005 op 23:32

Goed en indringend geschreven Chantal.
Ik sluit me bij de reactie van Geertje aan.

[quote]zij betaalt met haar lichaam om het leven van haar kinderen te redden[/quote]

Dat leidt weer tot nieuws mondjes die gevuld moet worden.
Triest.

Avatar

Ma3anne · 27 augustus 2005 op 23:42

Sterk contrast en daarom indringend. Goed geschreven.

Avatar

melady · 28 augustus 2005 op 01:26

Een aangrijpend issue, dat is duidelijk.
Recht uit het hart geschreven.

Grammaticaal soms wat slordig, dat hoort bij een column recht uit het hart en het stoort niet echt.

[quote]Ik bel mijn vriendinnen. Ze lachen naar me. [/quote]

[quote] “Slut” sist hij nog naar haar. Hoewel ze geen Engels kan, wist ze wat het woord betekende.[/quote]

Avatar

Louise · 28 augustus 2005 op 07:24

Aangrijpend onderwerp en aangrijpend geschreven!
Met een minimale aanpassing een heel sterk stuk zelfs:

Door het schrappen van het uitleg-zinnetje tussen de twee scènes en de laatste twee zinnen en door je tweede stuk te eindigen met ongeveer dezelfde zin als de eerste. Dat de moeder zich ietsje beter voelt nu haar kinderen eten hebben. Dan komt het contrast nog een dubbel zo hard aan.

Avatar

bert · 28 augustus 2005 op 10:49

[quote]Het is allemaal opeens zo belachelijk en onbelangrijk. [/quote]
Inderdaad, dat is het.
Goed neergezet.

Avatar

KawaSutra · 28 augustus 2005 op 23:06

Goede column, knap gedaan Chantal.
Ben het wel eens met de suggestie van Louise. Dan wordt het verhaal nog indringender.

Geef een antwoord