De geüniformeerde jongeman bij de deur van de Nederlandse ambassade begroet me even hartelijk als altijd. Dan belt hij vanuit de wachtruimte, bij een van de loketten waar een knopje zit dat binnen rinkelt, om mijn komst bij een van de dames daar aan te melden. Geeft niet wie, als ze maar open doet. “Ana je došla.” zegt hij. Ana is gekomen. Juffrouw hoeft er tegenwoordig niet meer bij. Ik ben een vertrouwd gezicht inmiddels. Galant als altijd trekt hij de zware eerste sluisdeur voor mij open zodra we beiden de klik van de ontgrendeling hebben gehoord. Ik stap binnen in het krappe hokje en laat de deur dichtvallen. Pas als de sluitklik klinkt mag ik op de volgende vierkante schakelaar drukken, om de dikke glazen deur die de volgende begrenzing naar het echte binnen vormt, te openen. Ikzélf mag er wel in, maar buitenland moet buiten blijven.

Het korte wachten is meestal een moment van bezinning, al weet ik nooit voor wie en waarop. Misschien wordt mijn discretie daar geformatteerd. Of gecomprimeerd. Of misschien word ik stiekem gescand op mijn Nederlanderschap en mijn loyaliteit. Ik vraag me af wat ze dan aantreffen; ik wacht altijd op een foutmelding. Ondertussen kijk ik alvast naar binnen en hoop heel hard dat er niemand zal langslopen net nu ik daar sta. Niemand hoeft te zien hoe ik als een gevangen kikkervis in een jampotje naar bevrijding snak.
Als ik binnen ben steek ik mijn hoofd om de hoek en kijk de lange smalle gang in, eerst links, dan rechts, en dan weer links. Aan die gang grenzen vele kantoren, dus de route naar de keuken, mijn doel, is een mijnenveld van mogelijke ontmoetingen. Vanaf mijn positie is het zo’n tien meter schuin oversteken. In mijn haast om zonder kleerscheuren aan te komen struikel ik mezelf die meters door tot ik eindelijk bij de keukendeur sta. Daar binnen gaan is zo mogelijk nog verschrikkelijker, want om deze tijd zitten er meestal wel twee mensen te lunchen. Tja, die richel tussen twee kwaden. Drempelvrees is vreselijk.

Er zit maar één iemand dit keer, ik zag het al door het halfdoorzichtige grensglas dat gang van keuken scheidt. Ik werp een hele korte blik naar binnen. Een onbekende. Dat vormt een even goede reden om er weg te blijven, verlegenheid is rekbaar. Schielijk trek ik mijn hoofd weer terug en sluip richting de grote vergaderzaal, waarvan ik weet dat die meestal leeg is. Op de gang kom ik Amela tegen. In het Engels spreekt ze me aan. Zegt dat ze niet weet hoeveel mensen er dit keer Nederlandse les willen, want er is een vergadering. Ze zal het vragen.

Al die gewichtige werkdingen. Waar ik buitensta. En dan kom ik hier ook nog heen om mensen met mijn spek- en bonenlesjes te storen. Helemaal niet ten overvloede meldt ze me dat ik in de keuken maar moet wachten. Dat is precies het duwtje dat ik nodig heb. Ik hobbel weer terug, stap binnen en ga op een stoel zitten, ervoor zorgend dat er toch zeker drie tafels tussen mij en de vreemdeling in blijven staan. Ik vind mezelf heel moedig.

Categorieën: Vervolg verhalen

9 reacties

Avatar

Grumpy-old · 18 december 2007 op 14:42

Grappig hoe je mij door deze column voyeuristische trekjes doet krijgen 😉

Greetz
Grumpy

Avatar

pepe · 18 december 2007 op 14:53

Hoe jij je een opgesloten kikkervisje kan voelen. Dat is wel het laatste wat ik had verwacht.

Wel weer mooie neer geschreven, ook dat is moedig.

Avatar

pally · 18 december 2007 op 15:50

Ha Anne,
Op de een of andere manier doet je column me
aanvoelen als een bezoek aan de gevangenis.
Die sluizen en gangen en hoe jij er ongemakkelijk rondsluipt en je bespied waant.
Aparte sfeer geef je me mee.
Benieuwd naar meer.

groet van Pally

Avatar

KawaSutra · 18 december 2007 op 18:08

Beloofd veel goeds dit eerste deel.
Persoonlijk en invoelbaar, en tevens een kijkje over de grens, in heel mooie beschrijvingen zoals we van jou gewend zijn.

Avatar

arta · 18 december 2007 op 20:41

Mooi geschreven weer, Anne!
🙂

Avatar

lisa-marie · 19 december 2007 op 00:45

Ik ben benieuwd hoe het verder gaat. Mooi neergeschreven.

Avatar

Anne · 19 december 2007 op 11:22

Dank voor de reacties. Ja Pally, zoals ik het beschrijf is het echt. Dat wil zeggen de architectuur van het gebouw. Hoe ik het beleef is natuurlijk subjectief. Maar dat in veel ambassades over het algemeen die speciale “geur” van etiqette en discretie hangt, daar ben ik van overtuigd. Op mij werkt dat vervolgens bijzonder enerverend, gezien mijn matige sociale souplesse 😀 .

Avatar

WritersBlocq · 19 december 2007 op 15:37

Mooi, Anne, inderdaad zoals we van je gewend zijn. Fijn, de garantie je gauw weer te lezen.
Groetje, Pauline.

Avatar

Li · 19 december 2007 op 16:50

Mooi geschreven. Als je niet het verklapt dat het de Nederlandse ambassade betreft,dan was het zelfs superspannend geweest.

Li

Geef een antwoord