Een kluwen meisjes strijdt nu al een half uur voor het alleenrecht op de wipkip. Hobbits met glanzende zwarte haren. Te klein voor het vuur in hun lijf. Steeds als het er een gelukt is om te gaan zitten, beginnen anderen aan de witte handvatten te rukken. Dan ontstaat ruzie. En tot het moment dat hij weer wordt veroverd, waggelt het speeltoestel na. Dat ze in die tijd allemaal één voor één hun longen uit hun lijf hadden kunnen wippen, is natuurlijk een pedagogische denkfout. Vanuit mijn raam heb ik uitzicht op de speelplaats. Hoewel er veel geluid en beweging vandaan komt, is het een statisch plaatje. Altijd rennen de kinderen en weerkaatsen de flats hun gekwetter. En altijd zit er langs de kant een groepje goed ingepakte moeders met elkaar te kletsen. Effen overjassen. Soms zonder schoudervulling. Hoofddoeken met onbestemde patronen. Ze hoeven nooit ergens naar toe. Het is hun plek.

Een kind explodeert niet van de een op de andere dag in een vierkant gevaarte. Al een tijdje vraag ik me dus af waar de generatie is, die inzit tússen de kleuters en de ingesnoerde moeders. Die meisjes die met vriendinnen lachend door winkelcentra paraderen of achteloos op scooters door het verkeer heen razen. Ze zijn groter dan het leven. Groter dan ik in ieder geval. Dat weten ze. En dat vind ik onweerstaanbaar.

Waar zijn die meisjes? Bij de Albert Heijn een paar straten verderop werkt er een. Een ragfijn gezichtje. Soepel lichaam. Toen ik haar een keer tussen de schappen vroeg naar de zoetjes voor in de koffie, zag ik eigenlijk alleen ogen. Diep en donker. Met zoveel licht dat alleen wegkijken of blozen nog tot de opties behoorden. Ik deed beide. En zij lachte.

Ik ben niet voor de mediterrane godinnen naar de enige Vogelaarwijk van de stad verhuisd. Maar, misschien had ik wel de stille hoop dat ik er af en toe een tegen het lijf zou lopen in de hal van mijn complex. Een buurvrouw natuurlijk. Voor wie ik dan de deur zou kunnen openhouden. Door wie ik elke dag even met mijn hand over de muur tussen onze woningen zou strijken. Om maar iets van haar brandende energie op te pikken.

Ergens gaat iets mis. Want ik deel mijn woonomgeving met schimmen van vrouwen. Aseksueel, uitgeblust, berustend. Wellicht dat dáarom de meisjes voordat ze dat stadium bereiken, exploderen van levenslust. De hele dag hangen op de rand van de zandbak kan immers de rest van hun leven. Dat ze dáarom op de scooter de buurt uitvluchten. Met de string wapperend in de wind. Nog voor ik daarvan een glimp heb kunnen opvangen.

Maar misschien is het ook wel nooit anders gegaan. Zijn de vrouwen bij de speelplaats er zo aan toe omdát hun licht in de jaren ervoor te fel brandde. En daar komen nou eenmaal kinderen van. En die willen de hele dag op de wipkip.

Categorieën: Maatschappij

5 reacties

Avatar

SIMBA · 6 juli 2008 op 17:53

Mooie overpeinzing….
[quote]Al een tijdje vraag ik me dus af waar de generatie is, die inzit tússen de kleuters en de ingesnoerde moeders. [/quote]

Avatar

arta · 6 juli 2008 op 19:57

Via de wipkip een algemeen jongerenprobleem opschrijven: origineel! Om dat ook nog eens op een lekker weglezende en af en toe een glimlach tevoorschijn toverende manier te doen: Helemaal goed!
🙂

Avatar

pally · 7 juli 2008 op 16:31

Een juweeltje van een column met veel inhoud, Teunis. Van het buurtsfeerbeeld zwenk je moeiteloos via de kinderen naar de sensuele meisjes en terug naar de moeders. Heel knap gedaan.
Ook de titel is top, :wave:

groet van Pally

Avatar

Neuskleuter · 8 juli 2008 op 11:49

Erg leuk geschreven, een overpeinzing met typische Teunis-details die glimlachend en goed wegleest.

Het is vooral een kip of het ei-verhaal: voluit leven omdat er een schimmig bestaan volgt, of een schimmig bestaan als vrije keus omdat er daarvoor zo vurig is geleefd?

[quote]Dat ze dáarom op de scooter de buurt uitvluchten. Met de string wapperend in de wind.[/quote]
Hilarisch. Vooral als ik dat soort dingen bedenk bij de nu schimmige figuren zoals je ze beschrijft. Ik zie het al helemaal voor me.

Avatar

Dees · 9 juli 2008 op 10:32

Mooi stukje dit. Ik vraag me alleen wel af waarom je diepere donkere ogen die je vanuit een soepel lichaam aankijken om ‘zoetjes’ vraagt. Dat is ook wel een beetje je eigen glazen ingooien 😉

Geef een antwoord