[i]“Waar komt de wind vandaan?”[/i] Dat vraagt de instructrice op gezette tijden. Mijn bootgenoten reageren al niet eens meer op mijn gemompel wanneer zij die vraag stelt. Zij kijken naar de windvaan in de top van de mast, naar bomen en struiken langs de kant en letten op de rimpelingen in het water want zoveel hebben zij inmiddels al geleerd. Net zoals ik zelf geleerd heb trouwens, van dezelfde instructrice ook, maar mijn antwoord op de vraag luidt steevast onverstaanbaar anders. [i]“Waar komt de wind vandaan?”[/i] Belangrijk om te weten wanneer je zeilt. Ik zou me voor kunnen stellen dat het ooit instinct wordt. In de wetenschap dat je koers voor een groot deel afhangt van omstandigheden, zal een koersend iemand zich voortdurend op de hoogte willen stellen van de omstandigheden waarin hij verkeert. Bij het zeilen leer je spelen met die omstandigheden. De ene keer pas je je aan, een andere keer zet je de situatie juist naar je hand en in een enkel geval geef je je aan de omstandigheden over.

[i]“Waar komt de wind vandaan?”[/i] Een onschuldig zinnetje. Zo lijkt het tenminste. Voor mij echter is die zin onlosmakelijk verbonden aan het gedicht [i]À deux[/i] van Hans Andreus. De grenzeloze verwondering van een man over de vrouw onder hem en die uiteindelijk niet verder komt dan zich te voegen naar de omstandigheden waarin zij samen, [i]à deux[/i], verkeren. Misschien wel spelenderwijs. Want te strijden tegen één van de omstandige elementen is nu eenmaal onbegonnen werk. De ene keer pas je je aan, een andere keer lukt het om de situatie naar je hand te zetten en soms rest je niets anders dan je er aan over te geven.

[i]“Waar komt de wind vandaan?”[/i] is nogmaals de vraag van de zeilinstructrice. “De wind is wild vandaag, er waait vannacht een blinde hete wilde wind” is wat ik ten leste luid en duidelijk antwoord in plaats van mompel. Het gedicht ken ik sinds ik het voor het eerst las uit mijn blote hoofd. Voor een gelegenheid waarbij er meer bloot zou zijn dan alleen het hoofd en de omstandigheden zich daarvoor zouden lenen. Maar dit is natuurlijk niet die gelegenheid en de instructrice kijkt me dan ook verbaasd aan. Terwijl ik het roer iets bijdraai voeg ik er aan toe dat het om een zin uit een favoriet gedicht gaat, me zo aanpassend aan de omstandigheden. Een andere keer misschien, [i]à deux[/i], oploevend aan een scherpe, hete, wilde wind die ik dan onmiskenbaar naar mijn hand zal trachten te zetten.

Categorieën: Sport

18 reacties

Kees Schilder · 14 juli 2005 op 08:20

Goeie vraag. Ook een goeie vraag is; waarom kun je wind niet zien? 😀
Heel fijne column

bert · 14 juli 2005 op 08:53

Er zijn maar enkele momenten in je leven dat je je gewaar wordt dat er echt geen wind staat. Die momenten moet je koesteren en alleen op die momenten hoef je jezelf niets af te vragen en hoef je niets te zeggen.

champagne · 14 juli 2005 op 09:31

Raindog, ik vind het prachtig geschreven!
Knap hoe je dingen met elkaar weet te verbinden…

Domicela · 14 juli 2005 op 10:03

Mooi beschreven … ik word nieuwsgierig naar het hele gedicht!

WritersBlocq · 14 juli 2005 op 11:47

Heel mooi!!!

klungel · 14 juli 2005 op 12:25

Erg mooi geschreven Raindog!
[quote]Ik zou me voor kunnen stellen dat het ooit instinct wordt. [/quote]
Ik kan je uit ervaring vertellen dat dat zo is. En dan ook niet alleen in de zeilboot.
Maar of dat dan ook positief is, daar zou ik eens diep over na moeten denken.

Mosje · 14 juli 2005 op 12:46

Prachtig stukje Raindog.

Overigens is het wel uitkijken geblazen. Als de instructrice “Ree” roept, kun je natuurlijk wegdromen over jonge hertjes en hun glazige bruine ogen. Maar als ik jou was zou ik dan gewoon m’n kop intrekken.

Li · 14 juli 2005 op 13:27

Wind is fascinerend. Je weet nooit waar het begint en waar het eindigt. Wind is heerlijk en beangstigend tegelijk. Een liefelijk briesje kan zomaar veranderen in een allesvernietigende orkaan. Mooi beschreven Raindog
(Of is het nu Hazewindhond) 😛

KawaSutra · 14 juli 2005 op 13:28

[quote]Een andere keer misschien, à deux, oploevend aan een scherpe, hete, wilde wind die ik dan onmiskenbaar naar mijn hand zal trachten te zetten[/quote]
Spannend, maar je kunt ook kapseizen.
Laat mij maar dobberen op de golven zolang ik de thuishaven maar in het zicht houd.

Prachtig beschreven Raindog. Hier kan ik echt van genieten.

emaessen · 14 juli 2005 op 14:55

Ik pis al jaren tegen de wind in, hopend dat die uit een andere hoek gaat waaien. Aanpassen is natuurlijk ook een optie.

Mooi geschreven.

Ma3anne · 14 juli 2005 op 16:39

Zat naar het gedicht te zoeken op Google en vond daar een link naar CX: een reactie van jou op 6 februari jl.
[quote]Eindelijk het gedicht ‘A deux’ van Hans Andreus begrepen. Er waait vannacht een blinde hete wilde wind.[/quote]

Ik vind het een heel mooie column, maar die andere associatie raak ik even niet meer kwijt. 😛

melady · 14 juli 2005 op 18:58

Zoals de wind waait, waait mijn jasje 😀

Een column met een gouden randje!

Troy · 14 juli 2005 op 19:00

Ik ga meer voor een goede stormachtige wind…

Ps: Volgende keer dat zij aan je vraagt waar de wind vandaan komt, moet je zeggen dat jij onschuldig bent 😀

Ok, beetje flauw (windje);-).

Alle gekheid op een stokje: mooie column.

Grt Troy

sally · 14 juli 2005 op 21:16

Mooi, lekker dromerig.

groet Sally

KingArthur · 14 juli 2005 op 21:18

Ja mooi geschreven. Ik zie je al helemaal gaan op de Friese meren. En wakkert ook de nieuwsgierigheid naar het gedicht aan.

Louise · 14 juli 2005 op 21:38

Dit is genieten, Raindog! Met de wind mee.
Een tocht, een gedicht, gedachten, de omgeving en ook nog enkele zeiltechnieken.
Het werd één geheel en het klopt allemaal…

Raindog · 14 juli 2005 op 22:09

Dank voor de reacties. Ik wilde al heel lang eindelijk eens iets insturen in de sportrubriek ;-).

@Kees; me rotgelachen om je wedervraag. Ik weet niet of het me lukt om dat nog eens in de sportrubriek te beantwoorden.
@Champagne; je zou het als een soort sport van me kunnen bekijken.
@Mosje; in principe is het zo dat je al te laat bent als er ‘ree’ geroepen wordt. Het is verstandiger om al te reageren op het ‘klaar om te wenden?’ dat er aan vooraf hoort te gaan.
@Li; vrees niet, hier geen stilte voor de storm. En waarom niet juist genieten van de stilte nà de storm? Daar hoor je nou nooit eens iemand over ;-).
@Kawa; jij je motorpak, ik mijn zeilpak!
@emaessen; ik heb ooit iemand gekend aan wie je ‘s nachts, nee, ‘s ochtends na het stappen, wachtend op de taxi, even helemaal niets moest vragen wanneer hij zijn lendenen tot de struiken wendde. Mijn aanpassingsvermogen heeft me op die momenten vaak gered van andermans urinevlekken in eigen kleding. Zie het als een idee 😉
@Ma3; laat die associatie toch los! Ik zal je er strakjes nog snel bij helpen ook!
@Melady; erg geglimlacht om je slimme opmerking – òòk een manier om het te zeggen ;-).
@Arthur; ik vind zeilen zo ontzettend genieten dat, als de wind niet uit een andere hoek gaat waaien, ik voor volgend jaar overweeg een zeilbootje aan te schaffen. Mocht je daar nog eens nieuwsgierig naar zijn… 😉
@Lou; rond zei je?
@rest; dankjewel.

Ik geef toe, ik heb er erg lang naar moeten zoeken maar ik heb het dan eindelijk (online) gevonden. Als je even naar beneden scrollt tot zo ongeveer halverwege de pagina, dan vind je het gedicht [url=http://meandermagazine.net/magazines/moz107.txt]hier.[/url] Wel doen he Ma3? Dan ben je d’r zo weer van af!

Have fun!

Raindog

pepe · 16 juli 2005 op 06:37

Mooi deze column, maar ook het gedicht dat erbij hoort.

Ook ik moest lachen bij de reactie van Kees;-)
Raindog en Kees, je kunt de wind wel ruiken en soms zelfs proeven, dat is zien zonder ogen (mijn waarheid).

Geef een antwoord