Op weg naar mijn werk word ik ingehaald door een porsche uit 1955. Die gebeurtenis doet mij in gedachte teruggaan naar mijn jeugd. Ik weet het nog goed. Wij, mijn vriend en ik, hadden in die tijd samen een kever. Zo een met een brilletje. We waren door de politie van de weg gehaald, omdat volgens de plaatselijke koddebeier “de achterbanden wel binnenbanden leken.” Na veel zeuren mochten we hem weer meenemen, als we tenminste die banden uitwisselden voor exemplaren die beduidend beter waren. Nu hadden we in die tijd erg weinig geld dus zelfs aan tweede hands banden durfden we niet eens te denken. Ik had een plan bedacht.
We rijden op een brommer naar het woonwagenkamp, alwaar zich een groot autokerkhof bevond. We kopen daar een aantal wielbouten voor pak hem beet een knaak, zodat we de betreffende wielen al meteen losschroeven en als de verkoper uit het zicht verdwenen zou zijn, dan gaan we er als een haas vandoor inclusief de banden die wij nodig hebben. Mijn vriend en ik vonden het een goed idee. Er was alleen een klein detail en dat was het feit dat wij de aftocht moesten blazen via het woonwagenkamp. Toen wij ter plekke poolshoogte gingen nemen ontdekten wij een lumineuze vluchtweg. Het woonwagenkamp (in Alkmaar) lag aan het Noord Hollands kanaal en als wij een kilometer verder via de rails over de spoorbrug met de brommer dit water konden kruisen, dan kon de snelste auto ons niet klemrijden. Als die omgereden was waren wij al uit zicht.
Het zwakke punt is natuurlijk de trein die van tijd tot tijd ook gebruik zou kunnen maken van onze vluchtroute, maar wij waren van mening, dat als er een trein aan zou komen terwijl wij ons op de spoorbrug bevonden, die wielen ook niet meer nodig zouden zijn.
Oke, wij meldden ons bij het kamp en al snel waren de wielbouten gekocht. Totaal waren wij een gulden kwijt. Niet duur voor twee wielen. Uiteraard van een volkswagen kever, want die banden hadden wij nodig. Ik herinner me nog het gevoel toen ik achterop de brommer zat met aan weerskanten de wielen en voor mij mijn vriend plat op het stuur.
De verbaasde blikken van de kampers en het holle gevoel in mijn maag. We waren nog niet het kamp af, of ik hoorde het opperhoofd zijn ‘razendsnelle’ porsche al starten. Volgens mij lag daar gewoon een kevermotor in, maar het was toch de moeite waard. De spoorbrug kwam al snel inzicht, maar de porsche ook. Waar wij niet op gerekend hadden gebeurde. De grote slagbomen daalden, omdat er een trein aankwam. En dat waren geen bomen waar je zo tussendoor kon, neeeeeh dat waren hermetisch gesloten echte hollandse jongens. De kamper kwam zo hard aangereden, dat hij de bomen ramde, maar niet getreurd, hij was nog fit genoeg om mij af te ranselen. Ik werd mishandeld op een vreselijke manier. De geur die ik toen rook zal ik nooit vergeten. Het rook naar stoffige kokosmatten. Hij bleef maar tegen mijn hoofd trappen en uiteindelijk verloor ik mijn bewustzijn. Dat is toch een uitkomst, je voelt er niks meer van. Toen ik bijkwam lag ik aan de oever van het kanaal, met een aantal mensen om mij heen. De kamper was verdwenen en ongelukkig genoeg de wielen met hem. Een man schreeuwde mij toe, dat ik aangifte moest doen maar ik vond dat het best wel een beetje zinvol geweld was geweest. Ik had tenslotte die wielen gejat. Na een kwartiertje uitgeziekt te zijn vervolgden wij onze weg. Met een bebloed hoofd schreeuwde ik naar mijn vriend: “ Rij maar naar het politieburo, dan weet ik nog wel wat.” Bij de balie aangekomen vielen de ogen bijna uit de kassen van de dienstdoende agent. Hij vroeg wat mij overkomen was en mijn vriend antwoordde: “ Hij probeerde te tongzoenen met een aardappelschrapmachine.” De agent kon er niet om lachen en vroeg wat wij wilden. Mijn vriend was in de veronderstelling dat ik aangifte wilde doen, maar ik had een hele andere tekst in gedachte.
“ Hij is klaar hoor, dat orgel,” zei ik.
“ Welk orgel?” vroeg de koddebeier.
“ Nou die kever, er zitten andere banden onder,” zo ging ik verder.
Wonderlijk genoeg toverde de man een formulier tevoorschijn waarop we allebei moesten tekenen.
Daarna kregen we de sleutels van ons orgel.
Mijn vriend nam plaats achter het stuur en ik ernaast. Het zonnetje scheen op mijn gezicht ik herinner me nog heel goed hoe gelukzalig ik mij voelde. Die avond hadden wij een afspraak met twee meisjes. Heel even dacht ik weer terug aan die lekkere achterbank in de kever, de roffelende motor achterin, de heerlijke warmte die de motor afgaf aan de leuning en het meisje naast mij in haar spijkerrokje met die prachtige benen. Hemel op aarde en vanavond was het weer zover.
Mijn vriend draait het sleuteltje om en de kever produceert een korte noorholandse G, daarna nog een limburgse G en toen werd het angstig stil. “ Ik duw wel even,” zeg ik terwijl ik uitstap, maar wat we ook proberen, het kreng springt niet aan. Als ik sta uit te hijgen over het spatbord, komt de agent, die dit alles veroorzaakt heeft, aangefietst.
“ Wat heb jij aan je hoofd?” vroeg hij en mijn vriend die vroeger thuis echt de leukte was schreeuwde uit het portierraampje: “ Hij probeerde een kangeroe te neuken, maar ja, het was net onder een viaduct he,”
De agent zet met zijn duim de pet wat achterover, kijkt glazig in de verte en vraagt: “Doet hij het niet, jongens?”
Hij is zo sportief om een handje mee te helpen. Na een meter of honderd geduwd te hebben, vraagt hij plotseling wat er ook al weer aan mankeerde. Hoe dit afliep laat zich raden. We hebben de kever nooit meer teruggezien. De meisjes trouwens ook niet, maar ik troost met de gedachte dat ik met mijn hoofd niet veel kans meer gemaakt zou hebben.


5 reacties

Hans · 3 juli 2004 op 14:03

Zo zie je maar, een pizza bakker begint al bij de bodem en dan is het ook nog een kwestie van je hoofd erbij te houden.
Trouwens een heel slechte plaats om banden te jatten lijkt mij. Hier zie ik lef, wat domheid maar vooral volharding

Mosje · 3 juli 2004 op 17:30

Moraal van dit verhaal voor mij? Ik zal nooit een kangoeroe neuken onder een viaduct!
😀

Li · 4 juli 2004 op 16:40

En tongzoenen met een aardappelschrapmachine lijkt me ook niet zo’n succes.:-o

Leuke vergelijkingen. De column springt soms ‘van de hak op de tak’. Verder een spannend verhaal.

Li

sally · 4 juli 2004 op 20:55

[quote]Mijn vriend draait het sleuteltje om en de kever produceert een korte noorholandse G, daarna nog een limburgse G [/quote]

Ook grappig bedacht
🙂
leuke column
sally

Ma3anne · 4 juli 2004 op 22:47

Mooi verhaal!

In die tijd (ongeveer, denk ik) had mijn toenmalige vriendje een lichtblauwe eend, waarbij de portieren met touwtjes sloten. De voorbank bestond uit twee veilingkisten. Startmotor was defect, dus we moesten altijd aanduwen. Hier heb ik auto in leren rijden dwars door de bossen op de Veluwe, toen ik 17 was. Ook door de pliessie van de weg gehaald en nooit meer terug gezien, dat vehikel. Daar moest ik ineens weer aan denken, na dit verhaal. Heerlijke tijden! 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder