Zittend op de rand van haar bed kijkt zij haar kamer rond. De witte muren en het witte zeil staan in fel contrast met de inrichting van de rest van het huis. Ze houdt niet van de zware donkere meubelen waar haar ouders voorkeur voor hebben. Haar hand trilt een beetje, wanneer ze een elpee opzet. Paul Simon’s ‘Graceland’ schalt, ietwat krakend, door de kamer. Morgen wordt haar dag. Ze is nu al zenuwachtig. “Zet die rotherrie verdomme af!” In een reflex draait zij het volume omlaag. “Uit! Uit met dat ding. Ik heb hier ook nooit rust.” Het is vrijdagavond. Haar vader is weer op zoek naar een reden om naar de kroeg te kunnen. “Hier heb je een reden.” De volumeknop gaat op tien. Enkele minuten later hoort zij de achterdeur dichtslaan. Hij is weg. Rust.

Ze besluit nog even wat te eten voor het slapengaan. Morgen moet ze fit zijn. De zwarte band judo zal dan haar middel sieren. Dat is het enige wat haar momenteel bezighoudt. In de keuken ligt haar moeder op haar knieën voor een keukenkastje. Triomfantelijk haalt ze een fles jenever vanachter de pannen. “Zo, die ga ik soldaat maken,” mompelt zij tegen zichzelf. “Kop dicht tegen je vader,” bijt zij haar dochter toe in het voorbijgaan.

Op haar bed eet zij haar boterham met pindakaas, om vervolgens onder de dekens te kruipen. Een diepe droomloze slaap overvalt haar. “Heb je weer gezopen?” Ze zit rechtop in bed. “En jij dan? Ben jij dan niet gaan zuipen in de kroeg?” “Ik doe het tenminste niet stiekem!” “Blijf van me af!” “Je moet naar bed, zuipwijf.” “Blijf van me af!” Ze trekt haar kussen over haar hoofd, maar kan het gegil niet buitensluiten. “Au, gek, wat doe je? Blijf van me af!” Ze staat op.

In de woonkamer treft zij haar ouders aan. Haar vader heeft zijn handen om de nek van zijn vrouw gesloten, al roepend dat ze er nu écht aan gaat. Haar moeders lippen beginnen blauw aan te lopen op het moment dat zij ingrijpt. “Kom op, klaar, allebei je roes uitslapen. Ma in bed. Pa op de bank en morgen zien we wel weer.” Ze begeleidt haar moeder naar bed, kleedt haar uit en hoort haar excuses emotieloos aan.

Met wijdopen gesperde ogen wacht ze op de morgen. Vogeltjes verwelkomen de dag met vrolijk getjilp. Een zonnestraal piept brutaal tussen de gordijnen door. “Kom op,” lijkt hij te roepen. “Vandaag wordt jouw dag.” Ondanks de vele verstoorde nachtrusten van de laatste tijd staat zij monter op. Niemand neemt haar dit af.

Veel vroeger dan nodig staat zij in de sporthal. Er zijn al veel mensen. Alle andere judoka’s hebben vrienden en familie meegenomen. Langzaamaan loopt de tribune vol. Het publiek wordt alvast getrakteerd op wat oefenpartijtjes. Ze is goed in vorm. Ze heeft er zin in.

“We gaan beginnen.” Hun leraar en enkele mensen van de judobond betreden de mat. Na enkele toespraken mag ze dan eindelijk beginnen. De eerste worpen lukken met gemak. Ook het verplichte partijtje wordt door haar probleemloos gewonnen. Als zij met het laatste onderdeel wil beginnen hoort ze ineens een bekende mannenstem. “Dat is míjn dochter daar!” Haar concentratie is verdwenen, maar gelukkig zitten alle onderdelen in haar systeem. Ze is geslaagd. “Gefeliciteerd, meissie. Ja, dat talent heeft ze echt van mij, hoor!” wordt er door de hal gelald.

Als in een roes maakt ze de banduitreiking mee. Ze wordt vastgepakt, gefeliciteerd, maar ze hoort het niet. Ze wil hier weg. Dit was háár plaats.

Thuisgekomen gooit zij haar zwarte band achteloos over de kapstok.
Jaren later hangt hij er nog.

Categorieën: Fictie

Avatar

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

21 reacties

Avatar

lagarto · 15 november 2007 op 07:57

Mooi en verdrietig vind ik het…Een echte Arta.
Goed gedaan!

Avatar

SIMBA · 15 november 2007 op 08:10

Jeetje…..triestig mooi.
Prachttitel.

Avatar

pepe · 15 november 2007 op 08:46

Mooi en triest geschreven, bijzonder ook hoe sterk dit kind is geworden. Misschien wel dankzij die jeugdjaren.

Avatar

FatTree · 15 november 2007 op 08:46

Jezus Arta, en ik voelde mij al zo triest vanochtend! Wat een kippenvel-gezout-met-tranen column!

Héééél erg mooi en aangrijpend, en ook realistisch geschreven.

Avatar

Ineke · 15 november 2007 op 08:55

[quote]Jaren later hangt hij er nog.[/quote]
Heel mooi geschreven, Arta. Kippenvel!

Avatar

WritersBlocq · 15 november 2007 op 08:57

Zo, ben hier wel stil van. Onwijs goed geschreven, een column waar ik deze dag nog vaker aan zal denken. Toegankelijk geschreven stukje ook, zo van ‘elk huisje heeft z’n kruisje’.

Avatar

nighthawk · 15 november 2007 op 10:03

Heel en heel en heel mooi Arta.

Avatar

senahponex · 15 november 2007 op 10:17

[quote]Ze wordt vastgepakt, gefeliciteerd, maar ze hoort het niet. Ze wil hier weg. Dit was háár plaats. [/quote]

Petje af.

Avatar

lisa-marie · 15 november 2007 op 10:31

Ik werd er helemaal in meegenomen. In de sporthal kon ik emotie voelen.
Ik vind hem juist heel realistisch en eentje die je kippenvel bezorgt. :wave:

Avatar

Kees Schilder · 15 november 2007 op 10:35

Geweldig mooi!

Avatar

weathergir · 15 november 2007 op 10:56

Fictie? Deze is zo echt, dat ‘ie van het scherm afspat en onder je huid kruipt…

A true work of Art(a). Chapeau!

Avatar

Beryl · 15 november 2007 op 11:46

Ernstig mooi.

:wave:

Avatar

Mup · 15 november 2007 op 14:01

[quote]Ze begeleidt haar moeder naar bed, kleedt haar uit en hoort haar excuses emotieloos aan.[/quote]

Heel heel veelzeggende zin, mooi en tegelijkertijd triest stuk,

Groet Mup.

Avatar

pally · 15 november 2007 op 16:01

Een heel aangrijpende column , Arta! en heel mooi geschreven ook, zonder het teveel aan sentiment waaraan dit soort columns kan lijden.
Juist daarom bijzonder ontroerend en heftig. :wave: :wave:

groet van Pally

Avatar

arta · 16 november 2007 op 13:49

Heel erg bedankt voor de positieve reacties!
🙂

Avatar

KingArthur · 16 november 2007 op 14:13

Goed verhaal, triest maar realistisch geschreven. Maar toch een vraagje over je eerste zin. Ik struikelde over de woordvolgorde:…in fel contrast met de inrichting van de rest van het huis…

moet dat niet zijn: in fel contrast met de rest van de inrichting van het huis… of maakt dat geen verschil?

Avatar

arta · 16 november 2007 op 15:23

@ King: Volgens mij kan mijn zin wel, maar de jouwe leest inderdaad lekkerder! 🙂

Avatar

Prlwytskovsky · 16 november 2007 op 19:05

Blauw, was ik ooit. Maar ja, dat ben ik nu wel vaker.

Je laat mij voelen wat er gevoeld wordt.

Avatar

KawaSutra · 17 november 2007 op 02:29

Bijna gemist en dat zou zonde zijn geweest. Knap geschreven en daardoor heel invoelbaar.

Avatar

Grumpy-old · 17 november 2007 op 04:27

Heel herkenbaar. Dit zijn van die verhalen die iedereen ooit al wel eens van dichtbij meegemaakt heeft.

Pakkend verhaal. En (jammer genoeg) geen fictie voor sommige mensen.

Greetz
Grumpy old man

Avatar

Anne · 17 november 2007 op 11:27

Op zich, Arta, een mooi samengesteld geheel. Maar wat ik mis is suggestie. Voor mij is het verhaal te dramatisch (en laat er geen misverstand over bestaan, dramatiek is voor mij absoluut geen vies woord!) om te kunnen worden gevangen in een relatief korte tekst. Door het toch daarin te stoppen wordt het meer proppen, teveel in te weinig ruimte, waardoor iets van de geheimzinnigheid en de suggestie die naar mijn smaak een onderdeel zouden moeten zijn nou net van dit soort vertellingen, ontbreekt.

Ik zou het sterker vinden als je een deel zou uitlichten, bijvoorbeeld de wedstrijd zelf, of de psychische voorbereiding daarop, maar het drama thuis eigenlijk niet zou verraden, of hooguit met een paar woorden aangestipt laten.

Geef een antwoord