Als ik door de Stationsstraat loop met een broodje Bertolli-kip van de V&D heb ik echt een feestje voor mezelf. Met m’n ogen halfdicht in het heerlijke namiddagzonnetje probeer ik zo lang mogelijk van het broodje te genieten. Plots hoor ik een soort rochelend gerochel. Ik besef dat iemand iets tegen me wil zeggen. Een verwilderd baardmannenhoofd kijkt me met rode opgezwollen hondenogen aan. Een klodder speeksel druipt uit z’n mondhoek en valt via z’n baard op de rand van z’n jas. Daar vormt hij een plasje rond een uitgevallen haar. Ik doe krampachtig m’n best niet naar de klodder te kijken. De zwerver probeert het nog een keer. Met moeite lukt het hem weer een rochelend geluid voort te brengen. Maar goed ook, want als hij te hard zou praten, zou hij z’n laatste loshangende tanden wel eens kunnen uitspugen. ‘Ik heb honger joh, heb je wat geld voor me?’ versta ik. Nu heb ik dus spontaan geen honger meer. Niet dat het heerlijke met kip, sla, tomaat en een overheerlijke olijfoliesaus belegde broodje niet smaakt, maar het eten van dit culinaire hoogstandje slaat door het aangezicht van de zwerver daar op de grond in een keer om in een egoïstische daad. Toch geef ik de zwerver niets van mijn broodje.

Ik heb geen hekel aan zwervers, integendeel, ik sta best sympathiek tegenover deze mensen. Het zullen nooit m’n beste vrienden worden, maar ik heb respect voor de manier waarop ze zich toch kunnen handhaven in deze maatschappij. Zet mij in hun schoenen en binnen een week kun je me opvegen onderaan de Interpolistoren.

Een paar maanden geleden liep ik door de Heuvelstraat samen met een vriend. In de portiek van een leegstaand pand zat een zwerfster. Ze was rond de vijftig en ze had haar benen over elkaar geslagen en zat in het zonnetje te genieten met in haar ene hand een sigaret en haar andere hand een pilsje. Ze zat wat voor zich uit te lachen Haar verschijning viel niet op temidden van alle reclameborden die de winkelstraat sierden. Reclames van de nieuwste mobiele telefoons, het nieuwste album van Idols, een grote poster voor H&M met een supermodel die naar het leek erg blij was met haar bikinitopje van 14,90. Er passeerden veel chagrijnige mensen, die allemaal snel doorliepen, zodat het leek of ze het erg druk hadden. Bij hen vergeleken zag de vrouw er een stuk gelukkiger uit. Wij vonden het grappig om even te zwaaien naar deze dame die daar met haar gelukzalige glimlach van haar twee genotsmiddelen zat te genieten. Ze zwaaide terug, riep ons bij zich en vroeg of we ook een biertje lustten. Geld vroeg ze niet. Het biertje heb ik niet aangenomen, wel gaf ik haar een paar euro. En ze vertelde dat ze groen zo’n mooie kleur vond, en dat ze graag een hut in de lantaarnpaal zou willen maken. Ze vertelde dat ze de dag ervoor de plantjes in het wilhelminapark water was gaan geven en dat ze geld had verdiend met het inleveren van lege flesjes bier die mensen op de grond lieten slingeren. Het was haar vaste plekkie vertelde ze ons.

En zo gingen we elke week wel een keertje langs haar portiek om een praatje te maken. En altijd had ze hele verhalen. En met diezelfde kalmte en glimlach vertelde ze over het lekkere weer, over de longziekte die ze had. De vreemde kleding die jongeren tegenwoordig dragen en de prijs van bier. En vaak zag ik haar zitten, pratend tegen Jan en Alleman. Soms moest ze heel hard huilen.

Mijn euro’s zag ik niet middel om haar eten te geven, maar een investering in het behoud van deze iconen van deze moderne samenleving. Zo’n zwerver is een soort van attractie in een stad, die onder monumentenzorg zou moeten vallen. Zwervers worden herkend, uitgelachen, uitgekotst. Maar deze zelfde zwervers worden herinnerd. De Tilburgers kennen de zwervers van weleer nog; Rooie Stien, Zot Joke, het rode mannetje of de hedendaagse held van de straat die bij elke ontmoeting vraagt of je een halve euro op zak hebt. Deze mensen moeten behouden worden. Eigenlijk zouden er verkiezingen moeten komen voor zwerver-van-het jaar, zodat deze mensen er hun best voor gaan doen niet mijn eetlust te bederven, maar leuk voor de dag te komen en ons vermaken op een grappige manier. Zo krijg je zwervers in een nieuw soort stadscultuur, waarin ze niet op onze kosten leven, maar werken aan een gezellig stadscentrum waarin ze de straat niet ontsieren maar versieren.

Vorige week liep ik nog door de Heuvelstraat. Het regende en de mensen waren nog chagrijniger als altijd. Ik liep richting de portiek. Maar die is weg. Het heeft nu plaatsgemaakt voor weer een nieuwe telefoonwinkel. De etalage strak en minimalistisch. En de vrouw is er niet meer.


2 reacties

viking · 28 september 2003 op 12:39

Het zijn ongetwijfeld de meest kleurrijke mensen die je in een stad ziet. Ondanks het trieste verhaal achter hun bestaan. Zij hebben tenminste een verhaal.

Casperio · 30 september 2003 op 18:35

Weer een mooie column Fjag2003!

Als mede-Tilburger (jeetje, Tilburg is oververtegenwoordigd op Column X…. ‘t wordt tijd dat ik ga verhuizen) herken ik de beschrijvingen van een aantal zwervers.

Vooral de zwerver die elke keer om een halve euro vraagt is bekend/berucht in de omgeving. Hij had na de invoering van de euro de hoogste inflatiekoers…. In 2001 vroeg ie nog om een gulden en in 2002 werd het gelijk een euro.
Trouwens, het gerucht gaat dat deze man zelfs miljonair zou zijn…. Weet jij daar toevallig iets van Fjag?

Geef een antwoord