Afgebeuld door de spuit tot 39 kilo, sleepte ik mijn botten de drempel van de kliniek over.
Het was niet de eerste keer, wel de laatste keer.
Mijn ouders hadden me de eerste keer gebracht. Er was voor hen geen koffie en een goed gesprek, de hulpverleners hadden daar toen geen boodschap aan, zij waren immers schuldig. Er was verdriet en hoop op de drempel. Ik kreeg een zoen van mijn moeder en een eeltige hand van mijn vader. Twee geknakte mensen, grenzeloos in hun liefde voor mij. ‘Beterschap en schrijf je snel?’ Zonder om te kijken stapte ik de drempel over. Het hechte warme nest was door het koekoeksjong vernield, vertrapt , mijn broertjes en zussen ontgoocheld. Ik liet ze achter in een stinkende puinhoop, zonder om te kijken.

Ik nam voor de zekerheid de spuit en het goddelijk poeder mee.
In mijn kontzak.
Er volgde bij binnenkomst een check-up van lijf en goederen en kontzakken hoorden daar schijnbaar niet bij.
Ik was vaak op het toilet.
Ik was lang op het toilet.
Toen het magische gif op was spoelde ik de spuit door het toilet.
Het gezicht van de dood kwam nog een paar keer bovendrijven, maar na de derde spoeling verdween het in de duistere diepten van het riool.
Hoe ongelofelijk ziek ik ooit geweest was, de afkick in de kliniek waren ‘peanuts’: een beetje grieperig, een beetje snot hier en daar, een beetje van alles wat, maar meer ook niet.
Smerige cellen op het politiebureau, jankende dagen van pijn die vervloeiden in panische en stikdonkere nachten. Pijn, waanzin, ellende en vooral zin in dope, veel heel veel.

Tegenover de kliniek stond een gebouwtje waar de junkies, die naar de boerderij wilden, om 10 uur moesten zijn. Er zat een staflid en twee bewoners van de boerderij.
Ze vertelden over het langdurige programma, de regels, wat we als aspirant bewoners konden verwachten.
Ze stelden zich aan ons voor, ik kreeg een hand, die mijn broze junkiebotjes deden kraken.
Wij moesten ons ook voorstellen. Een vent met rood haar begon: ‘Ik ben Ron en ben erg gemotiveerd ‘. Ik had geen idee wat hij bedoelde, maar het klonk behoorlijk dramatisch.
Toen het mijn beurt was hakkelde ik mijn naam en zei hier voor het eerst te zijn.
‘Zijn jullie clean?’ vroeg een meisje die zich had voorgesteld als Arla.
We knikten braaf.
Het was een poosje geladen stil en als een geweerschot klonk uit de mond van Arla de naam van Ron, ik schoot bijna uit mijn stoel van schrik.
‘Ik vertrouw je niet’ schreeuwde ze, haar ogen groot en moordend, onafgebroken op hem gericht. ‘Je zit de boel te belazeren je zit ons en jezelf te belazeren’.
Even plotseling was het weer stil.
Ron begon te janken, grote krokodillentranen rolden over z’n ingevallen junkiewangen. ‘Eén keer maar ’snotterde hij. Ik kon het niet geloven, hoe wist ze dat.
Hij werd er zonder pardon uitgezet, ‘kom maar terug als je je keus hebt gemaakt’.
Toen was het mijn beurt. ‘Ben je clean’? Ik knikte.
‘Zou je me aan willen kijken’ vroeg ze.
Dat deed ik, vanuit duistere diepten. Het was lichtjaren geleden dat ik oogcontact had gehad met enig menselijk wezen. Alleen de dood had ik vaak en diep in de ogen gekeken.
‘Hoe gaat het met je’? ‘Goed’ zei ik.
“Waarom ben je dan hier als het goed met je gaat?’ vroeg Wim (een staflid).
Verlamd van angst zat ik daar, wist niks te zeggen, wilde opstappen, wilde blijven.
“Wat kom je doen en zou je me aan willen kijken’.
Moord en doodslag vlogen door mijn hoofd.
Ik keek en hij keek , er was geen moord en doodslag in die ogen, geen begeerte, hij kleedde me niet uit met zijn ogen, geen valse liefde, geen smeken, geen dope. Het was straight en vlamde dwars door me heen.
‘Ik wil afkicken’ stamelde ik dodelijk verlegen.
‘Gebruik je dan nog’ vroeg hij.
‘Nee’ zei ik.
‘Dan hoef je ook niet meer af te kicken, dus nogmaals, wat kom je doen en verwacht je van ons’

Maar ik verwachtte niks, ze konden me toch niet geven wat ik wilde.
Ik had meer het ‘sekte-idee’: love, peace & understanding.
Het idee was hopeloos verkeerd.
Ze wilden mij niet.
Ik moest mezelf willen.
Het was de goede code achteraf, niet zíj, maar ík moest investeren, zo had ik het nog nooit bekeken. Ik zette het leven, de mensen om me heen naar mijn hand, ik was immers een junk?
Natuurlijk wil een junk de confrontatie met zichzelf niet aan. Schoppen, trappen, vernielen, leven met z’n eigen wormen en maden en verder moest men niet zeiken.

Ik staarde naar de grond, pijnlijk bewust dat ik iets moest zeggen. ‘Ik’ zei ik .
Het was niet veel, maar ik had het ook wel eens met minder gedaan.
‘Oké’ zei Wim, ‘zet maar op papier wat je wilt, we zien je morgen weer’.
Verwurging en ophanging.
Een volle spuit.
Een stevig afgebonden arm.
Een dikke kloppende ader.
Mike.
De bajes.
De goot.

Ik werd als een kleuter het klasje uitgestuurd.


15 reacties

KingArthur · 12 oktober 2005 op 11:43

…en leidt nu een volwassen leven. Mooi…weer.

Dees · 12 oktober 2005 op 11:52

Grappig, deel drie bevat dan veel minder emotie dan de voorgaande delen en dan ‘junkiemeisje’. Je kan de kentering ahw aan voelen komen.

wendy77 · 12 oktober 2005 op 12:03

Als jij ooit een boek gaat schrijven, laat het me dan weten, want dan koop ik het 🙂

pepe · 12 oktober 2005 op 17:31

Hier zou je inderdaad een boek mee kunnen vullen, fans heb je genoeg denk ik.
Je neemt ons mee in een wereld die voor vele een onbekende wereld is.
Knap geschreven vind ik.

Tarballs · 12 oktober 2005 op 17:48

Eén woord: WOW!

Shitonya · 12 oktober 2005 op 21:59

miljaar, weer nieuw gespuis zie ik hierboven

Mosje · 12 oktober 2005 op 23:34

Weet je wat wij eens moesten doen Melady? Elkaar opzoeken, en een avondje ouwehoeren onder het genot van een glas wijn. Zoiets.

bert · 12 oktober 2005 op 23:58

Je schrijft puur, eerlijk en heel open over jouw probleemperiode. Bijzonder goed verwoord.
Als de kinderen van nu jouw ervaringen zouden lezen denk ik toch dat er minder gebruikt zou worden. Beginnende gebruikers hebben volgens mij echt geen idee waar ze zichzelf in storten.

WritersBlocq · 13 oktober 2005 op 00:13

Knap geschreven weer! Ben benieuwd hoeveel delen er nog komen?

Kees Schilder · 13 oktober 2005 op 06:03

Meeslepend en echt.Hier zou je lezingen mee/over kunnen geven.

Geertje · 13 oktober 2005 op 10:20

[quote]Het was de goede code achteraf, niet zíj, maar ík moest investeren, zo had ik het nog nooit bekeken.[/quote]

Indringend geschreven. 🙂

Wright · 13 oktober 2005 op 11:23

Weer huiveringwekkend goed geschreven!

klungel · 13 oktober 2005 op 12:29

Ja, dat aankijken he.
Dat blijft hangen bij mij.

Mooi weer.

Op naar deel 4.

Troy · 13 oktober 2005 op 23:07

Hij is gewoon weer helemaal goed. Komt er nu ook een deel vier?

Troy

sally · 14 oktober 2005 op 00:56

Het blijft boeien melady…

liefs
Sally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder