Hier gaat alles naar wens hoor. Claudy liet mij gewoon gillend op de wc zitten terwijl er een spin maat rubberboot voor mijn voeten zat en voor geen centimeters week om mijn gegil. Claudy zat zowat in die lachstuip en ik gunde haar een zeer erge hik op dat moment, omdat zij dus helemaal niet bang voor spinnen is en ik juist over mijn fobie begon te raken. Doch deze spin kwam zomaar via het wc-raampje binnen, was niet door mij uitgenodigd en zeker niet op de doos waar ik altijd heerlijk rustig mijn puzzels afmaak, in alle rust, of in ieder geval is het kleinste kamertje in de hut even een rustpuntje als je lichaam daarom vraagt. En dan heb ik geen pottenkijkers (?) nodig in de vorm van een zwarte achtpotige raddraaier die de boel hier op stelten zet omdat ik erachter kwam dat ik nog kon gillen.

“Claáááááááúúúúúúú haal die spin nou weg, ik kan de wc niet uit!”, brulde ik in paniek. Ik voelde dat hij/zij mij aankeek, alleen zag ik die ogen nergens, maar dat rotte gevoel dat was er zeker van mijn kant in ieder geval.

“Ach stel je niet aan, dat beestje doet niets, gewoon een stukje wc-papier pakken en het dier daarna doorspoelen”, klonk het lachend vanuit de voorkamer.
“Ik maak dat dier niet dood dat weet je, help me nou!”, smeekte ik haar.
“Die spin is banger voor jou dan jij voor hem en trouwens, ik ruik je hier helemaal”, kwam er nog doodleuk achteraan, nee met mijn vrouw kun je echt een overval plegen, die belt eerst van tevoren de politie of het wel mag.

Natuurlijk stink ik als ik op de wc mijn grote boodschap doe, maar knijp dan even die kokkert van je dicht en help je vrouw in nood.
Uiteindelijk heeft zij met een hand haar neus dichtgeknepen, met de andere de spin héél voorzichtig opgepakt met de andere blote hand ( mijn heldin) en die buiten gezet, daar waar de spin hoort. En ik kon rustig mijn boodschapje verder doen, maar ben nog nooit zo vlug weer in de kamer geweest als na deze kleine nachtmerrie.

En verder heb ik een heerlijke schuiveduiker in de modder gemaakt, geheel volgens de regels van het spel.
Niet opletten dus maar gewoon met je volle lichaam midden op de weg glijden in een modderplas dat daar door de motregen was blijven liggen, ik als blinde vink zag dat natuurlijk niet en gleed in volle vaart voorover een meter verder. Zo, die hoefde ik tenminste niet te lopen. De aanleiding? Er was een oldtimer race aan de gang in deze omgeving en met genoegen zagen wij al die mooie auto’s uit onze kinderjaren voorbijschieten door de stilte van de bossen, want ze reden allemaal verkeerd. Wel een kapitale antieke auto, doch geen TOM-TOM?
Nee dus, want steeds zagen wij dezelfde auto’s voorbij rijden op het kruispunt voor ons, wij zitten bij een kruispunt van een boerderij links, rechtdoor krijg je een camping, en rechts ga je de weg op en dan zijn de eerste halve are van ons. Dus je ziet de hut pas achter het laatste stuk grasveld langs het pad dat dan weer naar boven leid waar andere chalets in het bos staan. Wij zaten eerste rang het schouwspel te bekritiseren en bedachten ineens dat er wel héél veel dezelfde MG’s meededen, allemaal witte, zagen ook een Bugatti, een Opel uit mijn kinderjaren, een ontzettend oude Jaguar. En allemaal met open kap.
Het was er ook wel lekker weer voor, mits je oorkleppen ophad en de meesten hadden die ook wel op zagen wij. Maar de kaartlezers gaven steeds de verkeerde route aan en reden heen en weer, stopte de chauffeurs weer en keken verdwaasd in de rondte. Wij hadden al direct in de gaten dat zij de verkeerde afslag hadden genomen omdat het weggetje dat ze moesten nemen wel héél diep verscholen lag achter de weg van de camping.

Als je namelijk de weg naar de camping oprijd zie je eerst wat parkeerplaatsen naast de kantine van diezelfde camping, dus men veronderstelt dat je al op die camping zit. Nee dus, als je een stukje doorrijd zit je ineens op een ruiterpad, maar dáárvoor zie je aan de linkerkant een verhard weggetje die je leid naar de grote B weg. En die moesten die rijkeluiszoontjes hebben. Zij zagen vanuit het kruispunt wel de weg, maar wisten, bij potdorie hoe kon dat nou kaérel, er niet te komen.
Totdat ik natuurlijk de dappere dodo wilde uithangen om het ze maar even uit te leggen. Buiten het feit dat al dat harde gebrom mij stoorde in het lezen en mijn vrouw als een blaffende hond de griep aan voelde komen dus zich ook niet helemaal jofel voelde. Ik deed mijn sokken uit ( spijt spijt) trok mijn teenslippers aan en besloot die duikeenden maar even de goede route te wijzen zodat de rust zou wederkeren.. Ze hadden nou wel genoeg geshowd met hun prachtige exemplaren waar je alleen maar van kon dromen.

Terwijl ik ons houten pad afliep was alles al droog van de motregen, dus niets vermoedend liep ik de weg op, alwaar de witte MG al draaide voor de tigste keer om het maar op te geven. Terwijl ik mijn hand ophield om net te zwaaien zag ik even niet dat er een autospoor nog vol water en modder nat lag te wezen en lag te wachten op die bolle uit Zwolle die de helft wel even zou opzuigen. Dat gebeurde zo spontaan dat ikzelf in een ontzettende lachstuip kwam te liggen in het bandenspoor. Daar lag een zwarte broek met een vest en daarin een een 55jarige doos die de weg wel even wilde wijzen naar twee heren die een kaart omhoog hielden en niet eens de moeite deden om mij te vragen óf hoe het ging, óf “heeft u zich pijn gedaan” óf desnoods even uitstappen om mij overeind te helpen.
Dat was wel fijn geweest, want net als Charley Chaplin stond ik op, met moeite en steeds maar wegglijdende in mijn slippers, zodat ik nu totaal onder de modder zat. Dus dan maar de slippers uitgedaan, terwijl ik mijn billen nat voelde worden en die kerels netjes op mij wachtten. De galbakkies. Eindelijk stond ik na een geheel vrij van betaling break dancescene op en liep druipend van de modder naar de witte wagen.

“Weet u misschien waar wij zitten?”, vroeg de kaartlezer en hield mij gelijk een plastic kaart voor mijn moddervrije gezicht. Maar dat was ook het enige dat schoon was. Ik legde mijn vieze klauwen ( kon het niet laten) op de deur van de man en klauwde die kaart uit zijn handen en wees hem totaal de verkeerde route, oftewel meer dan 40 kilometer om laten rijden. Met genoegen zag ik mijn handpalmen op de zijkant van het witte lak en mijn vingers van modder zaten op het rode leer aan de binnenkant. Ik genoot. Zij niet natuurlijk, ook drukte ik nog even snel mijn natte benen tegen de deur aan en ging wat schuin over de man hangen om ook de achterkant wat te bemodderen.
Die zouden tenminste kunnen zeggen dat ze een “hell of a ride”hadden gehad. “Zeg het nou gelijk even tegen die anderen, of stuur ze dat paadje daar verderop gewoon op, denken ze dat ze ook op die snelweg komen, zijn jullie in ieder geval als eerste waar je wezen moet”. Hun dank en mijn slimme zet in dank afnemend kwam daar net die mooie ouwe Opel weer retour. “Wij weten de weg, je moet voorbij die kantine links dat paadje nemen, die leid je naar die grote weg”, brulde Mister MG naar Mister Opel. Opel bedankte mij voor mijn medewerking en Mister MG lachte gluiperig terwijl hij de Opel netjes voor liet gaan. Na uitvoering alle dank in ontvangst genomen te hebben gaven ze een dot gas en ik liep heel voorzichtig richting hut, waar ik vrouwlief al verwachtte met een vast klaargestoomde douche na mijn modderbad.

“Wat ziet die auto eruit zeg, lijkt wel of dat ding vastgezeten heeft in de modder”, hoor ik haar zeggen. Ze ziet niet eens mijn schade.
“Dat heb ik gedaan, omdat die klootzakken te beroerd waren om mij even uit de modder te helpen, heb ik ze maar even de modder ingeholpen. Nu rijden ze via Verweggiestan naar de eindstreep en ze hebben de concurrent de goede weg gewezen”, mokte ik terwijl ik al mijn natte kleding uitdeed. Toen zag vrouwlief pas de schade aan mijn kleding en ego. “Zo hé wat is er met jou gebeurt?” Ze had niets gezien, was lekker aan het lezen dus had mijn schuif ook niet gezien op de weg, wel die auto vol met modder weg zien rijden.

Na een lekkere hete douche vertelde ik haar het verhaal en ze lag in een deuk. Heb haar intussen uitgedeukt dat wel, maar de spierpijn die ik nu voel door dat racepartijtje, geloof mij als ik u zeg dat ik niet zo gauw meer mensen help die boven mijn stand leven cq rijden. Die heteaardappeltypes hebben totaal geen opvoeding genoten, laat staan manieren om een gevallen vrouw ( want dat was ik wel toevallig) te helpen in nood, terwijl ik hen wel wilde helpen. Zij zullen nog vaak aan mij denken bij elke wasbeurt die hun pokkeauto krijgt.


klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

6 reacties

doemaar88 · 7 oktober 2008 op 14:30

Ik vind je schrijfstijl en humor erg leuk en pakkend. Persoonlijk vind ik deze column te langdradig waardoor mijn aandacht verslapt naarmate ik ‘m doorlees en dat vind ik jammer!

Mien · 7 oktober 2008 op 15:15

Nou nou Klapdoos, je bent aardig uit en ook nog bijna van de doos geklapt.

Wat een idee om twee columns tegelijkertijd in te zenden! Het duurt tegenwoordig ook zo lang voordat een ingezonden column verschijselt op ColumnX. Je zou bijna de rubriek: Actualiteiten willen opheffen … maar dat terzijde.

De 1e column vond ik griezelig eng en gelukkig kort.
De 2e column vond ik helaas lang en griezelig echt.

Mien Alles Okee!

lisa-marie · 7 oktober 2008 op 17:28

Ik heb het idee dat dit eigenlijk twee colums zijn.
En het is erg ik weet het maar om de eerste heb ik vreselijk gelachen, had er ook beeld bij. 😆

Prlwytskovsky · 7 oktober 2008 op 18:33

Klappieeeeee hallo dan, ook weer in de uitzending?

[quote]Weet u misschien waar wij zitten[/quote]
Ja, in die klote auto van jullie! 😆

Troy · 7 oktober 2008 op 20:51

Zo, jij bent lekker aan het schrijven geslagen!
Ik heb alleen de eerste column gelezen en die vond ik erg vermakelijk. Zelf ben ik ook niet zo’n fan van kriebelige achtpotigen 😉

Dees · 8 oktober 2008 op 10:42

Ik snap het wel, zoveel te vertellen en zo weinig tijd… 😀 Een echte klapdoos!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder