Zijn schoenen staan als stille getuige onder mijn salontafel. En al weet ik dat dit slechts tijdelijk is, toch verstoren ze mijn rust. Hij ligt nog in mijn bed en ik voel me alsof ik op visite ben in mijn eigen huis. Hij hoort hier niet te zijn. Niet op mijn vrije ochtend; de ochtend die ik koester. Ik hoor zijn gesnurk van boven en ik irriteer me er mateloos aan. Hij moet weg, gewoon helemaal weg. “ Je bent prachtig. Eigenlijk houd ik niet van vrouwen die veel babbelen en huppelend door het leven gaan, maar jij bent zo bijzonder, ik denk wel dat ik aan je kan gaan wennen” Ik kijk hem aan als hij is uitgepraat en kan me met de beste wil van de wereld niet meer voor de geest halen waarom ik hem ooit leuk gevonden heb. Hoezo kan hij wel aan me wennen? Rot toch op, ik wil helemaal niet dat hij aan me gaat wennen.
“ Jij bent ook mooi. Eigenlijk houd ik niet van mannen die zichzelf mijn natte droom vinden, maar voor jou maak ik een uitzondering. Ik denk niet dat ik aan je zal gaan wennen”
Hij kijkt me wazig aan. Hij snapt me niet en gezien zijn uiterlijk had ik dat van te voren kunnen weten. Ik zit in de fase: wel-mooi-niet-slim, momenteel dus ik moet niet zeuren als het kwartje niet zo wil vallen.
“ Zullen we gaan vrijen tot het licht wordt? Ik heb zin in je,je ruikt zo lekker”
Op het moment dat ik mijn kots van zijn broek veeg vraag ik me af of hij al een ander plan bedacht heeft.

Ik loop de trap op en ril een beetje. Ik heb het koud en zou het liefst mijn bed weer induiken maar helaas ligt daar al iemand. Ik pak de stofzuiger, zet hem aan en stofzuig doelloos de bovenverdieping, in de hoop dat hij er wakker van wordt. IJdele hoop, maar het overstemt in ieder geval de herrie die uit mijn slaapkamer komt. Ik zwiep de deur open en doe hem met een noodgang weer dicht. Mijn god, wat een lucht. De resten van zijn Jameson hebben zich vermengt met de resten van mijn Estrella, afgelopen nacht en ik realiseer me dat ik moet gaan stoppen met drinken.

“ Jezus…je kotst me helemaal onder. Lekker romantisch zeg”
Ik kijk hem verongelijkt aan. Wie denkt hij in hemelsnaam wel dat ‘ie is?
“ Als je uitspraken doet over vrijen tot het licht wordt krijg ik braakneigingen. Ik ben niet verliefd op je, dus ik doe niet aan vrijen. Ik heb gewoon seks!”
Hij kijkt me opnieuw aan alsof ik net van een andere planeet ben neergedaald en haalt zijn schouders op.
“ Nou, dan ga ik wel slapen, ik heb teveel gedronken om nog naar huis te rijden dus ik kruip wel lekker bij jou in bed”
Ach, hij gaat zijn gang maar. Zelf ben ik ook flink in de olie dus of er nu wel of niet iemand naast me ligt zal me een zorg zijn. Ik snurk als een idioot en als ik teveel heb ingenomen is geen enkel bos meer veilig, dus ik wens hem veel succes.

Opnieuw waag ik me in mijn slaapkamer. Ik loop naar het raam en open het op de wijdste stand. De vrieskou komt me tegemoet. Ik loop naar mijn bed en geef hem een por tussen zijn ribben. Aan het gemurmel en gevloek te horen heb ik doel getroffen. Eindelijk is hij wakker en lodderig kijkt hij me aan. De blik die ik hem toewerp overtuigt hem ervan dat zwijgen momenteel de beste oplossing is. Hij wankelt uit bed, sleept zich voort naar de deur en strompelt de slaapkamer uit. Ik werp zijn kleren achter hem aan en ik hoor hem zuchtend bukken. Ik haal mijn beddengoed af en mik het de wasmachine in. Als ik beneden kom is hij bezig met het strikken van zijn veters. Hij staat op, pakt zijn jas van de kapstok en kijkt me opnieuw aan.
“ Ik houd niet van vrouwen die veel babbelen, maar jouw stilte maakt me helemaal gek. Ik had aan je kunnen gaan wennen, maar je laat me niet”
Ik glimlach, doe de deur open en met een knikje van mijn hoofd maak ik hem duidelijk dat weggaan het enige juiste is, in deze. Gebogen loopt hij het tuinpad af en bij zijn auto aangekomen kijkt hij nog even om. Ik steek mijn hand op, als laatste gebaar.

De wasmachine zoemt. Het geluid brengt herinneringen boven.Herinneringen die nooit zullen vervagen, om het even hoeveel mannen er nog in mijn bed zullen vertoeven.


6 reacties

LouisP · 21 februari 2010 op 13:15

Chantalle,

mooi stuk Chantalle, ‘k wilde bijna zeggen ‘herkenbaar'(van horen zeggen)…
Serieus, lekker om te lezen…
Een paar zinnetjes die ik anders zou doen.
‘Wijdste stand’, ‘om het even’, dat van dat bos omzagen en snurken, het kotsen is zozo en een paar foute interpuncties
Mooiste zin..”Rot toch op, ik wil helemaal niet dat hij aan mij gaat wennen” Schitterende sprekende zin..zeker tegenover het feit dat je toch maar mooi met hem in bed hebt geslapen.
En dat je ge..euh seks hebt gehad met hem…
Prima, het stuk..

groet,

Louis

Prlwytskovsky · 21 februari 2010 op 13:41

Wahahaaaaaa … ik gong helemaal in een deuk. Maar aan de andere kant schrijf je er een voelbare weemoed in.
Vooral je laatste zin maakt mij nieuwsgierig naar je volgende veroveringen. 😉

Avalanche · 21 februari 2010 op 17:48

Bij de eerste zinnen kreeg ik al het gevoel dat er iets grondig mis was. Dat werd alleen maar bevestigd, verderop.

Akelig herkenbaar en mooi geschreven, Chantalle!

arta · 22 februari 2010 op 09:42

Mooi neergezet. Ik moest ff teruglezen bij de stukjes ‘ terug in de tijd’, dat had ik niet gelijk door, maar zeker mooi geschreven!

DreamOn · 22 februari 2010 op 12:25

Voor mij is het gelukkig helemaal niet herkenbaar.
Ik word er een beetje triest van, als ik zie, hoe mensen elkaar als speelbal gebruiken. Daar is liefde en seks volgens mij niet voor bedoeld.

[quote]om het even hoeveel mannen er nog in mijn bed zullen vertoeven.[/quote]

Je gaat er dus al vanuit dat je nooit de ware zult vinden en dat het een komen en gaan van mannen zal zijn. Triest.

Het is inderdaad heel goed geschreven, al vind ik de gesproken tekst niet goed tussen aanhalingstekens weergegeven, en is ook het spatiegebruik niet optimaal. Beetje slordig.

pally · 22 februari 2010 op 16:32

Een stukje als een onopgemaakt bed na een dranknacht met onpersoonlijke seks, Chantalle, raak getroffen ,wat slordig en droevig stemmend,
Mooi,

groet van Pally

Geef een antwoord