Een rit met de bus

Naar aanleiding van het boek ‘De einsteincode’ geschreven :

Een rit met de bus.

Vandaag is een donkere dag.
Ik ben opgestaan met een bedrukt gevoel dat ik niet van me af lijk te kunnen schudden, terwijl ik op andere dagen vrij opgewekt de straat opklim.

De klap, de pijn en de kist.

Een vlinder, verstrikt in het web van een hongerige spin, weet zich na veel gefladder te bevrijden en baant zich een weg door de passaat richting een woonwijk. Onzeker en geschrokken van de bijna-dood verraadt hij zichzelf aan een mensenjong dat net het moedersnet verlaat.
Bratt sluit de buitendeur heel zachtjes. Een lichte zomerwind streelt langs z’n haarloze benen. Nu moeder op stap is en z’n vader ligt te ronken in de zetel van de veranda, heeft hij alle tijd om z’n plannetjes tot uitvoer te brengen.

Try again

Ik moet niks. Vandaag niet en morgen niet. Ik zit luilekker op mijn bureaustoel, niet recht zitten maar eerder hangen.
Ik kijk naar het scherm van mijn krachtige game-pc en zie mijn krijger staan hijgen van de gedane inspanning. Het is een spierbundel, een soort conan maar dan een blauwe, met hier en daar een levenslijn op zijn lijf.

Try again

Ik zit luilekker op mijn bureaustoel, niet recht zitten maar eerder hangend.
Ik kijk naar het scherm van mijn krachtige game-pc en zie mijn krijger staan hijgen van de gedane inspanning. Het is een spierbundel, een soort conan maar dan een blauwe, met hier en daar een levenslijn op zijn lijf.

Helleveeg

Een rauwe kreet vulde de stilte in de nacht. Een man, enkel bedekt door een overhemd, strompelde angstig voorwaarts. Hij zocht zijn weg langs de bomen in het bos. Tussen het wilde gehijg door uitte hij een wanhopig gejammer. Hij was nog niet zo ver van zijn huis weggelopen maar hij zou het niet meer terugvinden. De mist sloot hem af van de echte wereld. Hij was nu in haar wereld. Haar prooi. Hij kon alleen het moment van zijn dood uitstellen, maar sterven zou hij. De man wilde het niet geloven, schudde zijn hoofd fel.

Zwemmer zwem

Neen, ik ben niet bang van water! Maar ik heb er lang moeten aan wennen.
Ik weet niet hoe men tegenwoordig op school zwemles geeft, maar toen ik op school zat ging het er niet zo vriendelijk aan toe. Toen zou je leren zwemmen, willen of niet! Ik zat op de lagere school en we maakten elke week een busrit naar het zwembad. We zongen in de bus, praatten en maakten pret. Het was een leuk uitstapje…tot we er waren. Dan keerde de stemming om, toen de sportleraar het heft in handen nam.

Wit goud

We schrijven anno ’86:
Het landschap heeft zijn kleuren prijsgegeven en met vergeefse moeite probeert het zich warm te houden. Van het frivole geritsel van bladeren is zelfs de echo verloren gegaan in het dramatische gehuil van de wind. Ongure windmuren die bij momenten hun ketenen weten te doorbreken, snokken aan de vele boomarmen, beduvelen vluchtende krantendelen, en hier en daar zoekt nog een vogel zijn weg door de verwarde luchtlagen. Het tijdperk des doods wijst ons hiermee de vergankelijkheid aan in het leven en heerst onverbiddelijk over het eenzame landschap.

Vuil, vies en vettig !

“Vuil, vies en vettig !”, riep de moederfiguur met roze keukenschortje terwijl de bijpassende poetspluim in haar linkerhand als een zwaard de lucht leek te doorklieven.
Het is de leuze die door de strijdvrouwen van de Belgische ‘poetsfederatie’ hoog in het vaandel wordt gedragen.

Het succes van een meesterdief

De avond sleurt gestaag de kleuren uit de dag. Op dit moment is licht mijn bondgenoot niet
Anders val ik teveel op. Al moet ik nu wel een zaklamp gebruiken om mijn werk te kunnen doen.
En ik heb maar zo’n twaalf minuten meer voor ze thuiskomt.