Een rauwe kreet vulde de stilte in de nacht. Een man, enkel bedekt door een overhemd, strompelde angstig voorwaarts. Hij zocht zijn weg langs de bomen in het bos. Tussen het wilde gehijg door uitte hij een wanhopig gejammer. Hij was nog niet zo ver van zijn huis weggelopen maar hij zou het niet meer terugvinden. De mist sloot hem af van de echte wereld. Hij was nu in haar wereld. Haar prooi. Hij kon alleen het moment van zijn dood uitstellen, maar sterven zou hij. De man wilde het niet geloven, schudde zijn hoofd fel. Hij kon niet vermoed hebben wie zijn drinkmakkere Martijn vermoord had, maar het nieuws van Seppe’s dood had hem als een klok uit de kerktoren wakker geluid. Ze waren allebei op eenzelfde manier teruggevonden. Naakt, bedekt met oppervlakkige wonden van klauwen alsof met hen gespeeld werd. Ze waren zelfs ontdaan van hun mannelijk lid en hun gezicht was vertrokken in een angstige grimas. Hun hart moet het hebben begeven van de schrik. Vandaar de stijve, krampachtige houding die hun lichamen hadden.
Overal was de grond oneffen en met zijn brede armen zocht hij hier en daar steun tegen een boom om telkens zijn val te voorkomen. Wanneer hij zou vallen, was het met hem afgelopen. Hij zwaaide in het rond, als om iets wat er niet was weg te slaan en raakte een tak met zijn hoofd, viel dan pardoes op de wakke grond.
Eén moment bleef het stil, slechts de mist bewoog, en stroomde over hem als een golf water. Uit zijn overhemd steeg damp op. Het vermengde zich met de mist. Dat leek hem verraden te hebben want de mist vormde een brede cirkel rondom hem.
En dan…rechts,… geritsel. Een krakend takje nu. Een paar snelle passen door de bladeren, die achter hem langs passeerden. Een dier misschien? Of was het de helleveeg? Die zijn makkers had vermoord!
In een struik voor hem meende hij iets te zien bewegen. Het kon geen mens zijn maar het leek te groot om een dier te zijn. Het stond rechtop voor een boom. Maar het hoofd leek lager dan de schouders te zijn. Een laag gegrom deed hem rillen over zijn lompe lijf. De groeiende vorm van het wezen voor hem wees hem erop dat het naderde. Een gedaante met kapmantel, steunend op een lange stok, kwam de nauwe kring van zichtbaarheid binnen. De man keek vol ongeloof naar de naderende gestalte. Onmogelijk dat een kreupel iemand hem zo snel kon hebben ingehaald. Maar daar was het. En het kwam nog een stap dichter. De gedaante leunde voorover op een dikke knoestige tak onder de arm, en het leek telkens alsof de gestalte viel maar net op tijd brak het goede been van de gedaante zijn val.
“De helleveeg”, fluisterde hij haast onhoorbaar. Alsof ze hem had begrepen diende de helleveeg hem van repliek met een doordringend gesis. Nog een stap. Met een lelijk misvormde hand greep ze de tak iets beter vast. De huid op haar hand leek eraf gevallen te zijn en twee van haar middelste vingers hingen vergroeid aan elkaar. Lange puntige nagels prikten in de tak. Nog drie meter scheidde hem van een zekere dood.
Hij begon steeds meer te beven, enerzijds van kou, maar meer van angst om wat zou komen en hield zijn armen uitstrekt voor zich alsof dat hem zou beschermen. Haar vrije hand verdween tussen een opening in haar pij. “Ik ben je niet vergeten, Archibald”. Haar sissende stem klonk luider dan hij voor mogelijk hield en beukte op hem in.
Die stem… Archibald herkende die stem, maar wist hem niet te plaatsen. Zijn ogen trokken een verbaasde blik, en terwijl hij probeerde te achterhalen waar hij die van kende kwam de nog steeds verhulde gedaante dichter.
Nu stopte ze op een meter voor hem. Haar hand kwam terug vantussen haar kleding. Ze hield die voor haar gezicht dat weg zat in de kap en blies een gelig poeder in zijn gezicht. De man die verschrikt adem nam, inhalleerde de stof diep. Het irriteerde zijn luchtwegen eventjes en dan ontwikkelde zich bij hem een hevige paniekaanval. De ogen van de man stonden wijd uiteen van complete zinneloosheid, hij tierde zo luidkeels uit pure doodsangst en liet daarbij ongecontroleerd zijn tong hangen uit zijn mond. De enige reden waarom hij nu nog ademde was om zijn paniek een stem te geven. Hij merkte niet eens op dat hij niet meer in staat was om te bewegen. De gedaante trok het gewaad omhoog, en zo ontwaarden zich twee lelijke benen, bezaaid met brandplekken. Hij rook verbrand vlees. Ze zette zich schrijlings neer op haar slachtoffer en begon cirkels te beschrijven met haar heupen.
“Vind je dit leuk, Archibald?” “Raak je hier opgewonden van, Archi?” Ze sprak zijn naam met klem uit.
Nu ging ze weer voor- en achteruit met haar heupen. Hierdoor viel de kap van haar hoofd en nu pas kon de man haar gezicht zien. Ze was kaal, had een misvormde neus en aan één kant hing een stukje overlapt kraakbeen waar een oor had moeten zitten. Ze keek hem aan. Haar ogen. Die herkende hij. Het besef deed hem nog meer jammeren. Zijn kin trilde voluit van angst en uit zijn mond drupte kwijl, terwijl hij haar smekend aankeek. “Jj…jij…ww…was Ddd…dood!” Hij herhaalde het laatste woord ritmisch. Haar gezicht leek iets te vormen wat op een lach leek. Ze kreunde zelfvoldaan en bracht haar kapotte mond dichter bij zijn kin. Ze likte met één lange haal over zijn gezicht. De man keek haar met betraande ogen aan en terwijl ze zei: Jaa, ik ben het,…Archiii, kijk me goed aan…

En dat deed hij en schoot uit in een lach.
“Nou, dit was kinky”, zei hij!
De vrouw stopte met bewegen en keek hem teleurgesteld aan. Haar hoofd naar rechts bewegend, liet ze een zucht ontsnappen en ze opperde zeurend: “Ik ben moe. Ik wil naar huis!”
De regisseur kwam van zijn stoel af en wenkte de make-up dichterbij.
“Ja, sorry, euch…Pieter, kunnen we even serieus blijven. Dit is nu al de tweede keer, man!” De grimeuse deed vlug haar werk, depte even met een spons over zijn gezicht en verdween van de set.

“Komaan, laatste keer, we herhalen vanaf: ‘jij was dood’. Okay?”
“En…aktie!”

Categorieën: Verhalen

6 reacties

KawaSutra · 9 april 2007 op 13:13

Haha, deed me weer denken aan de zombie-films uit de jaren ’80. Overtuigend geschreven, een echte “Thriller” om met Michael Jackson te spreken.

Mup · 9 april 2007 op 17:09

Ben er een tweede keer voor gaan zitten, Cheops, ‘mooi’ einde.
De kleine taalverschillen van het Belgische, daar kan ik van genieten,

Groet Mup.

pally · 9 april 2007 op 17:17

Een echte griezelfilm op CX!

arta · 9 april 2007 op 19:31

Met plezier gelezen!
🙂

schoevers · 9 april 2007 op 20:48

Vermaak!
Zugabe! Zugabe! 😆

SIMBA · 10 april 2007 op 11:38

Spannend hoor!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder