Ik zit luilekker op mijn bureaustoel, niet recht zitten maar eerder hangend.
Ik kijk naar het scherm van mijn krachtige game-pc en zie mijn krijger staan hijgen van de gedane inspanning. Het is een spierbundel, een soort conan maar dan een blauwe, met hier en daar een levenslijn op zijn lijf. Het zwaard in zijn rechterhand ontsierd door bloed dat van hem niet is. Het landschap rondom hem is drassig, haast moerassig en vaak komen gasbellen uit het sopje. Ik moet rechtdoor naar de toren in het midden, daar zal ik de volgende kingpin bestrijden… en winnen. Dat weet ik nu al. Daar zorgen mijn ervaringspunten wel voor. Mijn muis ligt in de hand en ik hoef hem maar een weinig naar voren te bewegen om mijn kampioen er naartoe te brengen. Maar ik doe het niet. Ik hoor lawaai buiten, van spelende kinderen, en zie de stralende zon die het duister bestrijdt van mijn kamer. Het ziet er warm uit buiten en hoewel ik me niet zo vaak buiten begeef, zeker niet wanneer er mensen zijn die me kunnen zien, wordt ik erdoor aangetrokken.
Drie kinderen schuin aan de overkant van de straat, in de voortuin van mijn overbuur zijn aan het spele-vechten en een herinnering van enige tijd terug flitst door me. Ik voel verdriet, hartpijn, of is het gemis? Een traan welt op in een oog en wordt aangevuld door een ander. Mijn gezicht vormt zich krampachtig naar de emotie en ik houd me niet in. Mijn hele lijf schokt, geluidloos blijf ik wenen. Een lange tijd. En de hele tijd hoor ik de kinderen lachen, speels, genietend van hun spel, alsof het leven uit niks anders bestaat dan spelen. Leven om te spelen. Terwijl ik speel om te leven. Althans mijn personage moet in leven blijven.
Een alarmerend geluid schudt me wakker uit mijn emotie en ik keer me om. Ik wordt aangevallen. Die monsters hebben me gevonden. Wanneer ik me niet haast naar mijn pc zal ik sterven, en is het afgelopen met de krijger waar ik zoveel energie heb ingestopt. Ik ga vooruit, langs mijn computer, negeer hem straal en vind de trap naar beneden die ik drie dagen lang niet meer heb genomen, zelfs niet om te gaan eten of te plassen. Een muffe geur komt me tegemoet. Die moet hier allang hangen maar dit is mijn eerste bewustwording. Het toilet stinkt. De living openbaart zich aan me als een oase van vuil, etensresten, een paar glazen, een halfvolle fles melk op de salontafel, colavlekken op het tafelkleed en zelfs Red bull blikjes haastig misvormd door een vlugge, brute machtsvertoning. De televisie staat op stand-by, voor één keer dan. Vaak staat die gewoon te spelen voor een leeg publiek, terwijl ik boven zit te leven. De achterdeur met ruit erin herinner ik me ook nog. Die klemt nu wat…vreemd, dat weet ik niet meer. Een tuin, eens mooi, kubistisch was onze stijl, ligt er nu compleet verwaarloosd bij met lang verwilderd gras dat de weg verspert naar een tuinhuis in verval. De bruin geolieverfde muren zien er vaalgrijs uit. Ik stap door het gras en ga in rechte lijn naar het tuinhuis. Waarom weet ik niet, maar ik houd mijn aandacht op de deurklop. De deur staat halfopen en een vertrouwde vrees beklemd mijn geest. Toch zet mijn lichaam voort. Mijn hart klopt en ik schud het hoofd nijdig. Ik vecht tegen de macht die mijn lichaam onder controle lijkt te hebben. Nu pas besef ik waar ik naartoe ga, en ik wil het niet. De pijn zou te groot zijn. Het zicht te confronterend. Zelfs de deur protesteert fluitend wanneer mijn hand hem openduwt en ik zie… ik zie haar staan. Precies zoals ik haar toen zag staan met de fles in haar hand, en een natte, plakkerige streep aan haar mondhoek. Ik roep maar niets komt eruit. Ze blijft me aankijken. Vermanend? Veroordelend? Met ogen wijdopen gesperd steek ik een hand naar haar uit, zoals eerder. En ze valt, grijpt naar haar keel, in pijn en doodsstrijd. Spastisch beweegt ze verder, een tijdje, tot zelfs dat ophoudt. En dan… is alle leven uit haar verdwenen en ligt ze roerloos aan mijn voeten. Ik laat me vallen op mijn knieën, voel me reddeloos verloren, net als toen, en ween het uit, als een kind. Wanneer ik enige tijd later mijn ogen terug open, zie ik twee kindervoeten voor me staan. Ik schrik, kijk op en zie recht in het gezicht van mijn gestorven dochtertje dat recht voor me staat. Het bleke gezichtje kijkt me begripvol aan en lijkt zelfs vaag te glimlachen. Haar koude handjes legt ze op mijn wangen en ze fluistert iets dat me als een wind in de oren komt: “Leef, vergeef jezelf.”

Ik schrik wakker. Mijn onderste arm slaapt. Ik lig op de plaats waar mijn scherm zoemt. De hand waar ik op lag slaat rood uit en is nat van het kwijl. Mijn nek doet pijn terwijl ik probeer te definiëren wat me zonet is overkomen. Het was een droom, de trap, de living en het tuinhuis. Mijn dochtertje, alles was een droom. Haar woorden echoën nog door mijn hoofd. “Leef, vergeef jezelf.” Hoe kan ik vergeven wat er toen is gebeurd. Ik had alles, een zwangere vrouw en een dochtertje van vijf. Ik was het schommelpaard aan het herstellen in het tuinhuis en had de deur open laten staan. Ik haalde even een frisse pint in huis, toen mijn vrouw me vroeg of ik haar had gezien. De vliegendeur bokte alarmerend tegen de achterdeur. We keken buiten en zagen een schim door het melkglas van het tuinhuis. Ik liep er nog naartoe maar het was te laat. Ze had al een flinke slok van de lijm genomen.
Ze moet gedacht hebben dat het iets drinkbaars was daar de lijm in een waterfles zat. De psycholoog van het parket liet me verstaan dat het een accident was waar niemand schuld aan had maar ik kon het niet aanvaarden. De schuld was te groot. Mijn schuld. En ik verteerde van de pijn. Mijn vrouw verliet me en nam ons inmiddels geboren zoontje mee. Ze begonnen een nieuw leven. Een nieuw leven, ze had het losgelaten. Ik keek voor me uit naar het scherm. Zo te zien moet ik van pure vermoeidheid zijn weggezonken in een diepe slaap. Ik had enkele nachten na elkaar niet geslapen. Een klein venstertje op het wekt mijn aandacht.
Mijn krijger is gestorven!
Op de achtergrond zie ik hem liggen in het moeras en enkele vijanden bewegen er rond. Maar op het kleine venstertje in het midden staan de volgende woorden te pinken: “Try again.”
En opeens krijgen die woorden die ik zo vaak bij dergelijke spelletjes heb gezien, een nieuwe betekenis! Ik kan opnieuw beginnen. Ik kàn opnieuw een leven beginnen. Net zoals mijn dochtertje in mijn droom me liet weten. Het was een boodschap. Voor het eerst voel ik een verlangend gevoel opwellen in mijn binnenste en met pijnlijke benen sta ik op. Ik kijk naar buiten en zie drie kinderen spelen bij de overbuur. En ik glimlach.

Categorieën: Verhalen

8 reacties

SIMBA · 13 april 2007 op 18:08

Wat een mooi verhaal.

Rose · 14 april 2007 op 08:22

Jemig, wat een indrukwekkend stuk tekst. Ben er echt stil van.
Vond gaandeweg het lezen wat puntjes van kritiek, maar die vielen in het niet toen ik steeds verder las.

Prachtig, echt waar.

Cheops · 14 april 2007 op 09:02

Jammer dat je je inhoudt. Ik vindt kritiek erg opbouwend. Tenminste als ze opbouwend bedoelt zijn. Dus ga gerust jullie gang maar. 😀

Rose · 14 april 2007 op 09:26

Ok, as u wish… 🙂

Het zijn maar twee kleinigheden die er eigenlijk voor mij niet meer toe deden, naarmate ik verder in het verhaal kwam.

[quote]Ik hoor lawaai buiten, van spelende kinderen, en zie de stralende zon die het duister bestrijdt van mijn kamer. Het ziet er warm uit buiten en hoewel ik me niet zo vaak buiten begeef, zeker niet wanneer er mensen zijn die me kunnen zien, wordt ik erdoor aangetrokken.[/quote]

Naar mijn mening, iets te vaak het woord buiten gebruikt..wat de zin iets minder mooi maakt.

Verder vind ik dat je meer alinea’s kon gebruiken, dat maakt het prettiger om te lezen.

En als laatst (maar dat is geen kritiek) :

[quote]en zelfs Red bull blikjes haastig misvormd door een vlugge, brute machtsvertoning[/quote]

Mooi!!

Ok, dat was het!
Groetjes, Rose.

Cheops · 14 april 2007 op 09:45

warempel ! Je hebt gelijk, teveel buiten. Ik pas het even aan. Bedankt Rose. Hier heb ik wat aan. 😉

arta · 14 april 2007 op 15:03

Kippenvel, Cheops!
Ik hoop zó dat dit fictie is, maar iets zegt me dat dat helaas niet het geval is…
Heel veel sterkte!
Vergeten? Nooit! Jezelf vergeven? Probeer het…

Mup · 15 april 2007 op 20:33

Inderdaad een erg mooi verhaal. Ik zou kiezen, alhoewel kiezen misschien in deze context niet het juiste woord is, voor een ander leven, geen nieuw leven,

Groet Mup.

Cheops · 16 april 2007 op 06:50

Laat me jullie even geruststellen:
Dit is helemaal fictief. Ik zat aan mijn pc, wist niet wat te doen, ben mijn vingers gaan zetten en dit was het resultaat.
Ik denk dat als vader van een dochtertje van twee, dat overal haar neus en…andere lichaamsdelen in wil steken, je van dergelijke angsten of op zijn minst bezorgdheden niet gespaard blijft. Je denkt eraan, stopt het weg in een donker plekje onder je hersenpan en laat het verder sluimeren om je aandacht bij wat belangrijk is te houden.

Groet,

Cheops. ( wat denken jullie wel van mijn living 😆 )

Geef een antwoord