De avondklok van mevrouw Jans

Hij zat diep over het stuur van zijn fiets gebogen om enigszins te ontkomen aan de striemende regen die hem tegemoet kwam toen hij de smalle straat infietste.
„Helemaal doorrijden tot aan het eind van de Hoogstraat. Aan de rechterkant, achter de hoge bomen, staat de flat waar mevrouw Jans woont.” Dat had men hem als extra informatie meegegeven toen hij op het hoofdkantoor de lijst met bijbehorende instructies was gaan ophalen.
„Fijn dat je wil invallen vandaag, nog een prettige avond” hoorde hij Tanja roepen toen hij de deur al achter zich had dichtgetrokken.

Ik heb eindelijk vijf minuutjes tijd…

oktober, Baranya, Hongarije

Lieve Ann

Ik heb eindelijk 5 minuutjes tijd kunnen vrijmaken om een paar regels aan je te schrijven. Vergeef mij het vreselijke ruitjespapier, maar ik kon op dit moment niets beters vinden. Alles zit nog in de verhuisdozen in een verhuiswagen die op dit moment nog in Nederland staat.

Tjonge jonge, waar zit die deurbel hier ergens?

“Tjonge jonge, waar zit die deurbel hier ergens? Ik sta al tien minuten te roepen” hoorde ik hem zeggen terwijl ik langzaam over het kiezelpad naar de toegangspoort liep.
Ik greep met beide handen het rolmechanisme van de hoge poort vast en trok aan de poort.
“Nou nou zeg, geen deurbel en die hoge poort, wat heeft dat te betekenen? Liever geen bezoek, soms?” riep hij opgewekt en glipte door de ontstane nauwe opening naar binnen.

Django op weg naar Hongarije

Gerrit keek achterom en zag hoe Django breeduit lag te slapen. Het massieve lichaam van de bouvier lag verspreid over de achterbank van de auto. Slapen was een van Django’s lievelingsbezigheden en tijdens de lange rit naar hun nieuwe woonland Hongarije, had hij zijn uren gevuld met slapen.

Gerrit en Toos op weg naar Hongarije

’We moete ons gedeisd houwe, die opgewaaide sneeuw is link’ sprak Gerrit tegen zichzelf, het stuur van zijn oude BMW uit de 5 serie tot moes knijpend. Toos zat onderuitgezakt naast hem. Ze had haar schoenen al uren geleden uitgetrokken. De zachte wollen sokken hielden haar voeten, die ze af en toe tegen het dashboard plantte om haar beenkrampen te verminderen, meer dan warm. De weg was haast niet meer zichtbaar door de voortdurend opwaaiende sneeuw.

Ági, de vrouw van boer Lájos

De heldere maan plakt grillige vormen van kale bomen op de bevroren grond van de hof. Lájos gooit zijn hoofd in zijn nek en kijkt naar de hemel alsof God hem persoonlijk toespreekt vanuit die eindeloze fluweelzwarte diepte. Hoe lang nog, vraagt hij zich af en weet niet of hij zich triest moet voelen bij de gedachte dat zijn leven over niet al te lange tijd aan de kapstok zal hangen als een vergeten jas. De ijzige kou doet hem sneller naar de deur lopen. Een rode lap die door een paar spijkers in het kozijn op zijn plaats wordt gehouden, moet de winterkou buiten houden.

Boer Lájos in zijn stal

Tevreden leunt Lájos tegen een van de oude houten pilaren die het gewelfde plafond van de stal ondersteunt. Met boven zijn hoofd het plankje dat hij ooit eens aan de paal heeft bevestigd om de uitwerpselen van de jonge zwaluwen in het nestje daarboven, op te vangen. Buiten vriest het stevig, min 15 meldde de radio vanmorgen en hij kan het niet ontkennen. In de stal is het lekker warm. De gesloten luiken en de dikke stalmuren houden de ergste kou buiten.