Van Lulhoven
Ik speel elk spel om te winnen, sterker ik zie in alles een competitie. Mijn testosteron giert door mijn lichaam als iets zich voordoet waarmee ik mijn brute kracht of iets kan tonen waarmee ik mijn tegenstander verneder, verpletter en of decimeer. Niets maakt mij meer gelukkiger. Niemand in mijn omgeving wil dan ook de strijd met mij aangaan, omdat ik ook nog eens een zeer slecht verliezer schijn te zijn. Ik win alles van iedereen behalve van een, die vernederd mij keer op keer en drijft mij zelfs tot huilen toe.
