De natuur in de overgang
Een koude windvlaag geeft me een duwtje in mijn rug wanneer ik om zeven minuten over half acht binnen strompel. De aangename warmte die er hangt zorgt ervoor dat mijn neus meteen onbedaarlijk begint te lopen. Figuurlijk dan.
Een koude windvlaag geeft me een duwtje in mijn rug wanneer ik om zeven minuten over half acht binnen strompel. De aangename warmte die er hangt zorgt ervoor dat mijn neus meteen onbedaarlijk begint te lopen. Figuurlijk dan.
Eigenlijk had ze het al gevoeld vanaf de eerste keer dat ze in zijn ogen keek.
Mooie ogen. Groen met een beetje blauw en hier en daar een spikkeltje goudbruin.
En altijd die geheimzinnige blik als hij haar aankeek, met een flauw glimlachje rond zijn mond.
“Hallo?”
[i]“Hallo?”[/i]
“Hallo?”
[i]“Hallo?”[/i]
“Ja?”
[i]“Met wíe spreek ik?”[/i]
“Ja hallo, hoe moet ik dat weten, jij belt mij toch?”
“Een beurtbalkje is een staafje voor het scheiden van koopartikelen op een kassaband in bijvoorbeeld een supermarkt”, zo valt te lezen op wikipedia.nl
Het heeft me heel wat moeite gekost om hier achter te komen. De zoektermen “stokje tussen de boodschappen” leverde voldoende hilarische hits op, maar leidde helaas niet tot een bevredigend resultaat.
Langzaam trekt de lucht dicht en vormt een egaal, grijs vlak. Gespannen wacht ik af. Even later dwarrelen de eerste donsjes speels en levendig voor mijn keukenraam omlaag.
Opgewonden veer ik op en loop van de keuken naar de woonkamer. “Kijk! Het sneeuwt!”, roep ik enthousiast en ik ga in de luie stoel voor het raam zitten. In rap tempo worden de kleine, witte vlokjes groter en zwaarder.