Ruggengraat!

Er moet me wat van het hart. Waar zijn de echte mannen gebleven? De mannen met een ruggengraat, de mannen die nog echt man zijn in hart in nieren! Heb ik soms de laatste der Mohikanen in mijn vrouwelijke netten weten te strikken? Heb ik de laatste van een uitstervend ras? Want heren, laten we eerlijk zijn, jullie zijn nou niet meer bepaald de sterke wezens die de vrouwen aan hun haren hun hol in slepen en daar eens even lekker mannelijk te keer gaan tegen ons, vrouwen. Ahh de heren zijn op hun mannelijkheid getrapt en jullie willen weten waar ik dit op baseer?

Een op de drie….

“Kindje, zou je dat wel doen?“ Bezorgd, keek haar moeder haar aan. Het antwoord was kort en duidelijk “ja mam.” De moeder slaakte een diepe zucht en met de moed der wanhoop probeerde ze nog een keer haar dochter op andere gedachte te brengen.

“Alles is (o)vergankelijk!”

Stomverbaasd kijk ik mijn huisarts aan. “Wilt u dat nog een keer herhalen alstublieft?” De man die me net heeft verteld dat mijn leven bijna ten einde is kijkt me verbouwereerd aan en zegt “Aan uw oren mankeerde u bij het laatste onderzoek nog niets hoor mevrouw. U zult zich er bij neer moeten leggen, het bloedonderzoek laat geen twijfel bestaan over de uitslag.”

(Im)perfect

Loom glijden haar handen over haar eigen lijf. Haar lichaam, nog na tintelend van het liefdespel, voelt heerlijk aan. Als ze een blik naast haar werpt, ziet ze haar grote liefde de zo betekenisvolle sigaret roken en relaxed met de afstandsbediening in zijn hand “sport op vrijdag” kijken. Nooit was ze een man tegengekomen die er zo perfect uitzag en haar seksueel zo wist te bevredigen, als hij.

20 jaar (v)echtvereniging!

Het is zaterdagavond en we willen ons installeren voor een gezellige avond op de bank. Paul trekt me op zijn schoot en ik nestel me “flieft” in zijn armen. Zacht fluistert hij “tjeee wijfie, over een maand alweer twintig jaar samen”. Vanuit de andere kant van de kamer klinkt een hoop gekuch en het geluid van mensen die over moeten geven. Als ik Paul tegen onze “p.p-tjes” (pokkuhh pubertjes) hoor zeggen dat ze blij moeten zijn dat we na twintig jaar nog steeds zo *flieft* zijn, geven zij als antwoord dat ze zich beter vermaken als we ruzie hebben dan dit kleffe, bijna ziekelijke gedrag van ouwe mensen. “Trouwens”, vult de jongste aan, “ook jullie hebben een slaapkamer waar je dit soort onsmakelijke dingen kan doen”.