Kletskoppen
‘Hé, gezellig, kom binnen. De koffie is net klaar, ik schenk meteen even een bakkie voor ons in.’
‘Hé, gezellig, kom binnen. De koffie is net klaar, ik schenk meteen even een bakkie voor ons in.’
Soms ben ik me ineens bewust van het feit, dat mijn kinderen toch wel een heel andere jeugd doormaken dan de kinderen van mijn generatie. Mijn dochter vroeg me pasgeleden: ‘Mam, toen jij klein was, toen hadden jullie alleen maar zwart-wit televisie. Maar de computerspelletjes: waren die ook alleen maar in zwart-wit?’ Ze snapte er niks van, dat ik als kind nog nooit van een computer gehoord had en pas op mijn dertigste voor het eerst in aanraking was gekomen met een personal computer.
Mam is duidelijk blij om mij te zien. Ze sluit me in haar armen en wiegt me heen en weer in haar armen, alsof ik vijf jaar ben in plaats van achttien. Ik laat haar maar even begaan. Dan maak ik me los en nadat we wat te drinken hebben gepakt, gaan we de woonkamer binnen. Het ziet er blauw van de rook. Als ik mam goed bekijk moet ik constateren dat ze er slecht uitziet. Geen wonder ook. Na al dat gepieker en getob over mij. Opnieuw bekruipt me een schuldgevoel.
‘Mag ik binnenkomen?’ vraagt Tim, nadat hij de sleutelbos heeft opgeraapt en aan mij heeft overhandigd. Ik knik zwijgend. Met trillende vingers steek ik de sleutel in het sleutelgat. Mijn hart bonst. Ik hoop dat Manon snel terug komt met haar sigaretten. We gaan naar binnen en Tim gaat op de bank zitten. Ik moet twee keer vragen of hij koffie wil, voordat het tot hem doordringt dat ik tegen hem praat. Als ik hem wat beter bekijk, zie ik dat hij er afgetobd uitziet. Zijn gezicht een beetje smaller, zijn ogen verdrietig. Hij maakt een wat afwezige indruk.
Eindelijk een beetje tot rust gekomen. Het drama van twee weken geleden iets naar de achtergrond geschoven. Ik woon tijdelijk in bij Manon en we hebben het gezellig samen. Die bewuste avond heeft Manon mam opgebeld en met haar afgesproken, dat ik hier voorlopig zou blijven. Mam wilde graag dat ik de volgende dag weer naar huis zou komen om de ruzie uit te praten, maar Manon hield voet bij stuk; ik had rust nodig en bleef bij haar.