Tussen kunst en kitsch

Stel, je bent een kunstenaar en zoals het rechtgeaarde kunstenaars betaamt leef je van werk naar werk. Je verkoopt wat, vindt inspiratie, aan de slag maar weer, nieuw werk, nieuw medium, nieuwe visie, you name it. Op zekere dag ben je het mecenaat van die ene bewonderaar beu of wil je wel eens wat meer publieke belangstelling voor je werk. Je waant je de nieuwe Picasso of hebt een idee dat de wereld moet kennen. Dan zoek je publiciteit. Uiteraard kan je niet aan reclame doen, daar zijn noch de middelen, noch de connecties voor.

Een wereld apart, een aparte wereld, apart een wereld

Op het einde van mijn supermarktbezoek maak ik mijn opwachting in de afdeling waar mijnheer Janssens de plak zwaait. Hij hangt geportretteerd in zijn werkplunje onder het bordje met de naam van de sectie (kranten en tijdschriften) aan het begin van het rayon. Foto (een vriendelijk lachende vijftiger in grijze schort met rode colbert), naam (Dhr. Janssens) en functie (uw verantwoordelijke). Janssens is een watersjeik, denk ik, verantwoordelijke voor deze oase van rust. Een eiland van water en bomen, huizen en uitrustende Bedoeïenen in de woestijn die consumentisme heet.

Een nieuwe trein

Een nieuw treintraject is een cadeauverpakking waarvan je de inhoud al kent. De bestemming gekozen uit de catalogus. De weg ernaartoe is afwachten. De bestemming gegeven. Op voorhand bepaald. Het traject moet een plaats in gevoel en geheugen invullen. Het traject moet zich in je lijf nestelen. Het deel van de wereld tussen hier en daar invullen. Een deel van de bestemming vormen met veranderende landschappen.

De storm

Het heeft iets van een videoclip, zo’n storm. Wolken. Regen. Streepje blauw. Rukwind. Zwart. Gefluit. Grijs. Hagel. Wit. Het beeld verandert iedere seconde. De klank wordt tegen de pijngrens afgemixt. De stoere frontman van de rockgroep ontbreekt. De storm is de soundtrack en het onderwerp, het beeld, de camera en de regisseur. Ons rest alleen te kijken. Live.

Met een bic in de hand

Vooraan in de geschiedenisklas zie je het hem hij zij steeds heen en weer bewegen onder de harde hand van de leraar een rode staaf van vijftien centimeter of toch ongeveer verkrijgbaar in verschillende diktes geproduceerd door een Franse plasticboer die eigenlijk een Italiaan was…

Mooi tot in de eeuwen der eeuwen

Matt Damon is the sexiest man alive, althans volgens het Amerikaanse magazine People. De acteur wordt geroemd omwille van zijn [i]irresistible sense of humor[/i]. Daarenboven is de zevenendertigjarige een [i]rock solid family man[/i] en ondanks deze quasi-perfectie blijkt de man te beschikken over een [i]heart-melting humility[/i]. Wat meteen nogmaals in de verf werd gezet door ’s mans reactie die sprak over ouder worden en egoboost en “maar” een huisvader. ‘Ze leefden nog lang en gelukkig’ had de redacteur er net niet onder durven zetten.

Dante in de schoenwinkel

We staan aan een etalage te kijken. Drie schoenen kijken me aan met nietszeggende gespenogen. Zij kijkt en wijst, in de etalage en verderop waar gekeken wordt en gepast, kleinere en grotere maten worden gevraagd. Waar vrouwen passen, mannen en kinderen zich terugtrekken in een krant of strip, in MTV of de DVD van Cars. Af en toe opkijkend om de vruchten van de overwegend vrouwelijke pluk goed of af te keuren.

Een dier, vier letters

‘Goedemorgen dames en heren!’, het opgefokte gedoe van het belspelpresentatrice is niet alleen enerverend, het is zo lachwekkend dat ik even blijf kijken. ‘We zoeken een dier. Een nogal pittig geval, met tanden en alles. Een stoer dier zoeken we dus. Vier letters tel ik hier op mijn papier. Goeiemorgen, wat is uw antwoord?’, de presentatrice beschikt niet enkel over een leuke snoet, ze heeft de adem om vier zinnen na elkaar te spuwen, er een rijmzin in te verwerken en dat zonder adem te happen. Ze is ontdekt als dichtende diepzeeduikster denk ik.

Station

Een station is haast per definitie een plek waar je aan voorbij gaat. Dagelijks of uitzonderlijk, naar het werk of op reis. Binnen, opstappen, vertrekken, klaar. Een gebruiksgebouw. Al is het niet helemaal duidelijk waar ‘het station’ begint, waar het zijn bestaan opgeeft. Gebouw en concept wijken uit elkaar. Zeker nu stations meer en meer gelijkenis vertonen met winkelcentra.

Koers kan je ruiken

De koers kan je ruiken, leerde ik van m’n vader. Er was een tijd dat ik lachte. Omdat ik het niet helemaal vatte denk ik nu. Toen dacht ik dat het was zoals in de zin: de roos ruikt zoet. Later leerde ik en kreeg het door. Net zoals ik leerde wat Shakespeare zoal kon hebben bedoeld met die roos van hem. Toen ik leerde over rode rozen en dat eraan ruiken niet de helft van de betekenis van dat zoet zijn was.

Vandenbroucke koning

Een speling van het lot moet het zijn geweest, net voor de koppenbergcross gisteren was ik nog even in Bertrand Russell’s klassieke geschiedenis van de Westerse Filosofie gedoken. Een mens moet wat op 1 november. Dag van mist en wind op het kerkhof.

Een avond in Wimbledon

Zou Martina het zelf geloofd hebben, die verklaring voor de cocaïne in haar plas op de Open Engelse Tenniskampioenschappen? Een verhaal met cocaïne in een fruitsapje. Hoeveel keer zou ze de verklaring, door advocaten voorgekauwd, hebben gelezen voor ze besliste dat het dat maar zou worden op een persconferentie in Zürich? Dat ze zou zeggen dat ze onverwacht high was geworden van haar jus d’orange maar dat ze het niet vreemd had aangevoeld.