Willy’s droom
‘En nu?’
‘Ja, dat weet ik niet’.
‘Hoe lang staat hij hier al zo?’
‘Ja, dat weet ik ook niet, maar zeker sinds vanmorgen’.
‘En als je eens op zijn huisje tikt?’
‘Nee, tikken helpt niet. Heb ik al geprobeerd’.
‘En nu?’
‘Ja, dat weet ik niet’.
‘Hoe lang staat hij hier al zo?’
‘Ja, dat weet ik ook niet, maar zeker sinds vanmorgen’.
‘En als je eens op zijn huisje tikt?’
‘Nee, tikken helpt niet. Heb ik al geprobeerd’.
Mijn gedachten werden ruw onderbroken doordat Lies voorover op haar handen en knieën viel. De schrik was groter dan de pijn en ze vertrok haar gezicht tot een grimas. Klaar voor de schrikjank. Die komt bij de meeste kinderen in drieën op gang. Eerst een klein kermpje en dan heel diep adem halen voor de sirene die daarop volgt. En na het tweede intermezzo volgt dan de climax, waarna ze ontreddert, oneindig lang alle troost opeisen.
Oma had in het schuurtje van haar aanleunwoning de hogedrukreiniger van wijlen opa Verhoeven gevonden en mee naar binnen genomen. Ze zou het waarschijnlijk in haar vergevorderde staat van dementie verward hebben met een stofzuiger. De precieze oorzaak van haar overlijden is tot op de dag van vandaag nooit vastgesteld, maar ze werd gevonden nabij de keukendeur in een laag water, onder een stapel gebroken serviesgoed en een omgevallen wandkast.
Zoals de reclamemeneer haar had beloofd, werd het nieuwe tuinhuisje binnen vijf werkdagen bij ons aan de deur aangeboden. Vol goede moed werd het assemblagepakket van de Mobile Garden Miracle naar het achtersteven van ons huis getild. De eerste in de tuin geworpen blik van de bezorgers bevestigde mijn vermoeden. Het tuinhuisje was te groot voor onze bescheiden hortus.
Lotte is een kleine rups. Haar lijfje is geel met rode stippen en ze heeft wel duizend zachte haartjes op haar rug. Och, wat zouden die haren kietelen op je neus. Lotje is de mooiste rups van alle rupsen.