Kurt had haar ontmoet in de zomer van 1944 en was op slag stapelverliefd geworden. Als jongeman van tweeëntwintig was hij gestationeerd in de provincie Groningen en daar had hij Sjoukje Veenstra leren kennen. In het dorp kende men hem als een betrouwbare vent, ondanks het feit dat hij een van de bezetters was. Hij regelde voedselpakketten voor de ondergedoken Joodse kinderen en waarschuwde de mensen in het verzet wanneer ze een inval konden verwachten. Na de capitulatie moest hij terug naar Duitsland, maar hij zou zo spoedig mogelijk terugkeren naar zijn verloofde. Helaas had hij buiten de waard gerekend. Hij werd verraden en belandde in de gevangenis. Vanuit Brandenburg schreef hij tientallen brieven die hun bestemming nooit bereikten.
Intussen werd in december 1945 zijn dochter geboren en had Sjoukje zich neergelegd bij het feit, dat ze in haar eentje voor de opvoeding opdraaide. Ze vernam niets meer van Kurt en vertelde haar dochtertje dat haar vader was overleden.

Ze moest goed op de weg letten hoewel haar hoofd wel een bijenkorf leek. Waarom was ze akkoord gegaan met deze maffe regeling? Wie was deze man en wat wilde hij? Ze leek wel zot om hierin mee te gaan. Na haar wilde jaren in de commune, op popfestivals en bij demonstraties was ze nooit meer zo onbezonnen bezig geweest. Wat mankeerde haar in vredesnaam? Achteraf had ze spijt dat ze haar buren niet had verteld wat ze van plan was. Niemand wist van deze roekeloze onderneming. Na haar pensionering had ze zich teruggetrokken uit de maatschappij. Haar wereld bestond alleen nog maar uit het wereldwijde web, waar ze een extra bron van inkomsten had aangeboord.

“U heeft uw bestemming bereikt”, meldden de beide Toms. Hier moest het zijn, de Kärstadter Strasse. Ze was nauwelijks uitgestapt of de voordeur ging open en een hoogbejaarde man manoeuvreerde zijn rolstoel soepel over het tuinpad. “Sjoukje? Sjoukje Veenstra? Liebchen, du hast noch dieselbe himmelsblaue Augen.”
“Liebchen? Wat had ze nou aan haar fiets hangen? Waar had hij het over? Die arme man was duidelijk ernstig in de war.
Maar het kon toch geen kwaad om even met hem naar binnen te gaan en uit te leggen wie zij was? Hij zou haar heus niet bespringen.”


7 reacties

pally · 18 november 2011 op 12:36

Mooi geschreven, Marja, dit 2e deel. Ik heb het 1e deel nog niet gelezen, maar ga dat nu doen.Het is een soort ‘memories’op schrift. Maar daar heb ik ook absoluut een zwak voor. Deel 3 zal ik zeker weer lezen.

groet van Pally

SIMBA · 18 november 2011 op 13:16

Nu begin ik erin te komen 😀 en kijk uit naar deel III

Libelle · 18 november 2011 op 14:02

Ik wil niets meer missen!

Boukje · 18 november 2011 op 16:28

Eindelijk weer eens een sappig en spannend vervolgverhaal na het weekeid-gewip.
Heerlijk, rek maar uit dat verhaal! 😀

Ferrara · 18 november 2011 op 17:13

Het is werken zo’n vervolgverhaal, maar het gaat je goed af.

Helmar · 19 november 2011 op 18:44

Leuk kijk uit naar deel 3
Weer wat geleerd: continuïteit is belangrijk!
Dank

arta · 21 november 2011 op 13:06

Leuk, weer een vervolgverhaal!
Ik ben nu al benieuwd naar het volgende deel!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder