Na de lange reis hobbelen we in de verfomfaaide passagierskudde mee, de eindeloze steppe volgend van muffe vloerbedekkinggangen richting bagageband.
Even later doemen ze als een visioen voor echtgenoot en mij op in het gelige schijnsel van de omringende gebouwen. Onze reus van een zoon en de twee kleindochters met benen die in het half jaar dat we ze niet hebben gezien uitschuifbaar zijn gebleken. Ze lachen ons enthousiast een welkom toe bij de uitgang van het vliegveld in Buenos Aires.

Wat wezenloos stappen we na de uitgebreide omhelzingen in hun auto, een hoog bakbeest van Aziatische komaf, aangeschaft met het vooruitzicht op bergen logees. Het dringt nog niet helemaal tot ons door dat we er nu echt zijn. Op de bestemming waar we maanden naar uitgekeken hebben. De realiteit is er wel, maar kan of wil ons hoofd nog niet binnen. De voorpret moet eerst verdreven worden om naar het volgende stadium te kunnen.

Een uur lang schuiven veel tropische bomen en reclames en stoplichten voorbij de autoruiten. We voelen de spanning bij de meisjes, van het gaan laten zien waar ze nu voor een jaar wonen en naar school gaan. Ze kijken scherp naar onze reactie als we het hek binnenrijden en de witte gevel van het koloniale huis zien en de oude watertoren er naast waarin wij zullen slapen. Het mysterieuze park donkert eromheen. We roeren wat in de pastaschotel, door schoondochter warm gemaakt. Maar we zijn te moe. Het tijdsverschil doet zich als een slaapwandelende werkelijkheid voelen.

Even later lopen we langs het huis de tuin in naar de witte toren. Een geur van kruiden en anders. Dan een aantal hoge houten draaitrappen op met onze loodzware koffers. Twee tegen elkaar geschoven ledikanten wachten op de bovenste etage. De voet-en hoofdeinden van dof koper. Het is een hoge ruimte met een knalrood plafond. Een antieke kinderwagen leunt tegen de wand. In de hoek een potkacheltje zonder pijp. We laten ons op de bedden vallen en zijn bijna meteen van de wereld.

Heel vroeg word ik wakker, duw een van de luiken open en stap op blote voeten het smalle balkon op. Er ontvouwt zich een filmlandschap voor mijn ogen. In de verte glanst de Rio de la Plata over de boomtoppen heen. Van enthousiasme dat een uitweg zoekt, ga ik iedereen van mijn what’s app-lijstje een foto van het uitzicht sturen. Misschien om mezelf te laten zien dat ik nu echt in Argentinië ben aangekomen.

Buenos Aires blijkt een enorme stad met veel gezichten. We realiseren ons dat we er maar een fractie van kunnen zien. Vanuit de zwaarbewaakte groene wijk rijden we er heen met de groezelige trein die propvol is en waarvoor niemand een kaartje koopt. We laten ons per taxi naar de highlights uit onze reisgids brengen. De plaatjes in het echt zien. Een beetje angst hebben voor beroving in gevaarlijke wijken. Huiverend op het plein staan van de dwaze moeders.

De hondenuitlaters met wel tien honden aan de lijn, onder paars bloesemende bomen drukken in mijn hoofd een foto af. Circusartiesten, dansers zijn het, met veel verstand van honden. Ik wou zeggen met hondenverstand, maar dat is wat anders.
Al gauw zullen we twee weken lang richting noorden gaan reizen tot in de Andes, tot vlak bij Bolivia.

Categorieën: Reisverhalen

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

12 reacties

SIMBA · 15 januari 2014 op 08:52

“De voorpret moet eerst verdreven worden om naar het volgende stadium te kunnen”
Geweldige zin, die helemaal dat “aankomstgevoel” omschrijft!

Mien · 15 januari 2014 op 11:27

Ik heb de column gelezen als een enthousiaste selfie. Maar dan wat breder uitgemeten. Mooie beschrijvingen maar af en toe iets too much. Ik denk dat het wat krachtiger kan indien je niet te veel bijvoegt. maar dat heb ik al eerder aangegeven.
De volgende zin loopt niet lekker:
[quote]Het tijdsverschil doet zich als een slaapwandelende werkelijkheid voelen.[/quote]
Laat de rest van de Argentijnse steak maar komen. Het blijft smullen!

    pally · 15 januari 2014 op 12:19

    Ik begrijp wat je bedoelt, Mien, maar ik heb het aanvaard als behorend bij mijn stijl. Zeker, sinds ik Alice Monroe heb gelezen( waar ik overigens niet aan kan tippen ). Erg Bedankt voor je uitgebreide reactie.

      Mien · 16 januari 2014 op 00:33

      Dan heb je nog een nobel streven voor je Pally.
      Niet verkeerd om de schrijfstijl van een vrouwelijke Tsjechov te ambiëren. 🙂

Ferrara · 15 januari 2014 op 13:11

Simba heeft de mooiste zin al gequoot.
Mooie beschrijving van jullie onderkomen. Zie het zo voor me.
BA nog niet helemaal op het netvlies.

arta · 15 januari 2014 op 15:35

Ik hou van de sfeer die jij met je schrijven oproept!
Heerlijk meegenieten, dit!

Meralixe · 15 januari 2014 op 19:10

‘Na de lange reis hobbelen we in de verfomfaaide passagierskudde mee
Dit is voor mij de mooiste zin.
, de eindeloze steppe volgend van muffe vloerbedekkinggangen richting bagageband.’ vind ik dan een beetje te ver gezocht of, de tocht kan lang zijn, en door vermoeidheid zeeeeer lang zijn maar deze dan vergelijken met een eindeloze steppe zo groot als, ik zeg maar wat, zo groot als Nederland en België samen, dan klinkt dat toch een beetje te banaal. 🙂

Zo, nog een mooi glimlachje achter de stoute opmerking en we blijven dezelfde vrienden. Toch?

Waarschijnlijk ben ik een beetje jaloers omdat je zo ’n prachtige reis gemaakt hebt. 🙂

    pally · 15 januari 2014 op 20:02

    Ja, je bent vast een tikkie jaloers, Meralixe…en dat begrijp ik goed. 😉 En Tja, die steppe, die vond ik leuk omdat er daar zoveel van zijn in Argentinië, maar daar heten ze eigenlijk pampa( een gemiste woordkans).

Nachtzuster · 15 januari 2014 op 23:30

Mooi gedetailleerd geschreven. Ik voel echter dat je voor jezelf nog niet helemaal in de juiste sfeer zit, in dit deel twee. Misschien omdat de indrukken zo overweldigend waren? Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik de rust van het vertellen, wat jou zo eigen is, een beetje mis. Ik kan er naast zitten natuurlijk. In ieder geval graag gelezen!

troubadour · 16 januari 2014 op 20:14

” Onze reus van een zoon en de twee kleindochters met benen die in het half jaar dat we ze niet hebben gezien uitschuifbaar zijn gebleken.”
De mooiste zin, by far! Zelfs in een half jaar zie je het..

brilmans · 16 januari 2014 op 23:18

Mag het zo :yes: ? Dan doe ik het zo :yes:

pally · 18 januari 2014 op 13:22

Erg bedankt voor de reacties weer! Ja, nachtzuster, ik ben de balans nog aan het zoeken tussen rust in het verhaal en toch veel vertellen, dat heb je goed gezien. Overigens vind ik flink voortrollen van zo’n verhaal ook leuk, maar daar moet je dan wel een uitgebalanceerde vorm voor vinden. De reacties geven mij in elk geval het gevoel dat het de moeite waard is, door te schrijven.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder