Daar..!
Daar gaat ie, schiet op man!
Lopen met die luie poten van je anders raken we ‘m kwijt.
Grr, hijg, pijn in mijn zijde, last van mijn borst, wacht maar tot ik ‘m te pakken krijg.
Shit, hij gaat de hoek om, opschieten nu anders zijn we hem kwijt. Hij kijkt achterom, jezus, ze komen dichterbij. Wat moeten ze toch van me?
De man is buitenadem, zijn lichamelijke conditie is toch al niet zo best en nu moet hij lopen voor zijn leven zo lijkt het. Toen hij het winkelcentrum had verlaten kwamen ze achter hem aan lopen. Eerst rustig maar telkens als hij zijn pas versnelde deden zij het ook. De man zocht koortsachtig naar een uitweg en wist zich geen raad. Wat had hij gedaan, waarom moesten ze hem hebben..

Hij had ze wel zien staan, de hele groep stond op de parkeerplaats van het winkelcentrum toen hij aankwam. Gniffelend hadden ze hem nagewezen en toen had het ongemakkelijke gevoel al bezit van hem genomen. Toen hij echter uit de supermarkt kwam waren ze verdwenen, de winkelkarretjes stonden weer netjes in tussen de stalen frames en de achterdeur was gesloten.

Plotseling vloog de deur echter open, daar waren ze weer, 4 jongens van een jaar of 18. Ze liepen op hem af, hij liep door alsof hij ze niet had gezien. De jongens begonnen te roepen; “hé ouwe, kom es hier”. Hij wist dat ze het tegen hem hadden, al was hij pas 53. In plaats van te stoppen, versnelde hij zijn pas en toen ging het fout, ze begonnen te rennen en hij ging er vandoor. Hij moest denken aan zijn kleinzoon van 4 jaar oud, op wie hij straks zou passen.

Weer een hoek om, ze waren er nog steeds. Hij kon niet meer. Langzaam voelde hij zijn spieren verslappen. Hij kon niet meer, hij moest stoppen.
De jongens hadden hem inmiddels ingehaald en dwongen hem op de grond. Vuile dief, bralde een van de nozems, je dacht toch niet dat je ongestraft weg kon komen? De man kermde, hij snapte er geen zak van, wat bedoelde die gast? “Ik heb nog nooit iets gestolen” zei hij net voordat z’n tanden aan barrels werden geslagen. Hij greep naar zijn mond, de boodschappentas viel uit zijn handen.

Nog voordat hij besefte wat er was gebeurd voelde hij een stekende pijn in zijn rug waar een van die gasten zijn vuist in had gepland. Nog een trap en een stoot. De man begon te grienen, hij wenste zich dood. De jongens vervulden zijn wens en het laatste dat hij zag was het in de wind wapperende kassabonnetje van zijn halfje bruinbrood.
Het enige dat hij wilde was zijn kleinzoon trakteren op vers brood met kaas.

Categorieën: Maatschappij

1 reactie

Casperio · 22 oktober 2003 op 18:33

Aangrijpende column!
En helaas zeer actueel.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder