Juist toen ik terugkeerde van de kampwinkel,kon ik nog net meemaken hoe het jonge stel met opspattend grint en met een loeiende motor van hun dikke BMW,de dubbel-assige caravan van zijn staanplaats sleurde en vertrok. Het waren mooie buren geweest, die nog jonge Duitse kampeerders naast me.
Hij vertrok meestal vroeg in de middag met een van zijn super-fietsen,gemaakt van carbon-fibers en titanium,sportief gekleed,met helm en verder geheel overeenkomstig de vigerende codes en ongeschreven wetten in het mondaine wielercircuit.
Zijn rugzakje was ongetwijfeld gevuld geweest met twee soorten zonnebrand en extra sportdrankjes,rijk aan essentiele micronutriënten en vitamines en vanzelfsprekend bars en repen,barstens vol langzame koolhydraten en vezels.

Zij vlijde zich meestal kort na zijn vertrek op de inklapbare design-zonnebank in zilver- melallic en droeg dan meestal een geraffineerd zijdezacht,mediterranée-blauw badpak.
Ze had ook “gebodypaint” kunnen zijn,alle details van haar prachtige gestalte ,tot de fijnste rondingen rondom haar borsten en buik waren zichtbaar.
Zelfs een klein plooitje was onomfloerst waarneembaar geweest,daar waar de zachte welving van haar pubis eindigde, en het Portugese zonlicht driehoeksgewijs en jubelend smalle doorgang vond tussen haar gebruinde benen.
Niet ordinair of vulgair,maar ingetogen, natuurlijk en onbeschrijfelijk mooi.

Haar partner was niet de enige mooie man met zekere vaardigheden op de camping geweest en dagenlang heb ik danook een proces gadegeslagen tussen twee elkaar verder onbekende mensen, waarvan ik het bestaan nooit heb vermoed.
De verfijning en vervolmaking van wat in de dierenwereld gewoon een paringsdans heet,en waarvan ik de meeste uitingen bij gebrek aan fijne besnaardheid gemist moet hebben,leidde uiteindelijk tot het verlaten van de aanvankelijk bevlogen platonische attitude, en voerde vervolgens nog verrassend snel naar het ruime bed in de dubbel-asser, die plotseling zachtjes stond te wiebelen in het septemberzonnetje en wel in een licht oplopende frequentie.
Dat laatste overigens wèl geheel overeenkomstig mijn fantasie en inzicht.

Haar sportieve partner had enige tijd na zijn vertrek juist op die dag buikkramp gekregen,trof onvoldoende of geen toiletpapier aan in zijn rugzakje en besloot zijn sportieve route te onderbreken,teneinde te kunnen anticiperen op zijn ontregelde ontlastingsdrang onder invloed van hevige krampen.
De confrontatie vond plaats juist na het meest heftige gewiebel van de caravan en was hard,ruw en onomwonden geweest,deels vanuit een geopend toilet en duidelijk waarneembaar voor de buren.
De buren links,rechts,voor en achter.
De gelegenheids-adonis verliet snel en bezweet, bijna in adamskostuum de caravan en ik benijdde
hem niet…
Eh,of wel?
Na lange tijd ben ik er achter gekomen dat mijn mening hierover sterk tostesteron-spiegel-afhankelijk is.

Categorieën: Sexgein

16 reacties

LouisP · 25 januari 2010 op 13:53

Joop,
op zich een grappig verhaal…de genuanceerde verfijnde humoristische details zijn volgens mij iets te..en worden teniet gedaan door de vele foutjes van de komma’s…de laatste twee zinnen had ik weggelaten…

Louis

arta · 25 januari 2010 op 15:39

Op het moment dat míj overdadig gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en lijdende vormen op gaat vallen, of sterker nog, gaan afleiden van het verhaal, dan zijn het er écht teveel!:-D

SIMBA · 25 januari 2010 op 18:58

Best een geinig verhaal.
Na een komma altijd een spatie!

joopvanpoll · 25 januari 2010 op 20:02

Wat is een spatie,wat is een bijvoegelijk naamwoord,hoor ik hier wel thuis?
Mijn onderwijzer schreef kont met een d,
Wat moet ik hier allemaal mee?

joopvanpoll · 25 januari 2010 op 20:05

Wanneer krijg je zoveel groene sterren als jij?
Ik heb er pas eentje.

Prlwytskovsky · 25 januari 2010 op 21:19

Hahaaaa Joop: zoet zijn en erg mooi zingen voor sinterklaas. Dan krijg je ook zoveel sterretjes. 😆

pally · 25 januari 2010 op 22:26

Hier van denk ik, Joop: veel overdadigs schrappen, dan blijft er een leuk verhaal over, want schrijven kun jij wel. En zie je na mijn komma’s die ruimte? Nou, dat is een spatie. Even één keer extra op de grote toets drukken. 😀
succes met de volgende.

groet van Pally

Avalanche · 25 januari 2010 op 23:05

Natuurlijk hoor je hier wel! Doe je voordeel met de altijd als opbouwend bedoelde kritiek. Want schrijven, daarover zijn de meningen volgens mij niet verdeeld hier, kun je beslist.

joopvanpoll · 26 januari 2010 op 04:56

Bedankt voor je opbeurende reactie, ik was wat teleurgesteld.
Niet gehinderd door enige kennis van zaken heb ik impulsief een boek geschreven van…305bladzijden.
Daarin moeten duizenden komma’s staan en nu wordt ook duidelijk dat er veel verkeerd staan en er veel mankeren.
“Burenruzie”, is een stukje uit het boek. Ik begrijp ook, dat wanneer ik het overdadigs schrap, er 200 bladzijden overblijven.
De eerstkomende maand ben ik van de straat.
Groet,
Joop.

joopvanpoll · 26 januari 2010 op 05:28

Beste Avalanche,
Zie mijn reactie hierboven.
Eerst had ik natuurlijk een jaartje mezelf de oren moeten laten wassen door jullie,groene multisterren, en daarna pas een boek schrijven.
Maar zo gaat dat met een ontluikende hobby.
Nu stort ik me op het bezwaar van (te) veel bijvoeglijke naamwoorden. “De zacht ritselende,fluisterende bladeren accentueerden, hoe controversieel ook, de sereen-ophanden stilte in de wijds glooiende wijngaard op de zonovergoten september-zondag, nadat de biddende kerktorens aan de einder hun nog nagalmende boodschap hebben gestaakt”.
Groet,
Joop.

Fem · 26 januari 2010 op 10:04

Bijvoegelijke naamwoorden zijn de jus op een goed verhaal, maar in deze mate, schiet mijn cholesterol toch echt in de rode cijfers 😀

Het is een leuk verhaal met scherpe humor. Nu alleen nog de scherpe randjes van die 305 pagina’s bijschaven;-)

Ma3anne · 26 januari 2010 op 11:08

Je reacties zijn minstens zo leuk als deze column. De spaties en bijvoeglijke naamwoorden hoef ik niet meer uit te leggen, zie ik.

Ik hoop van harte dat je nog veel vers geschreven columns dan wel columns uit je boek (in verbeterde versie uiteraard 😉 ) op CX zult plaatsen. Er zit een spottende ondertoon in jouw schrijven die mij wel aanstaat. Bovendien is de ruwe diamant die wat bijgeslepen kan worden duidelijk zichtbaar.

Chantalle · 26 januari 2010 op 16:44

Mag ik dit gewoon een erg goede column vinden?

trawant · 26 januari 2010 op 17:27

Joop, als, je, zoveel, pennen, losmaakt,dan,hoor, je , er, zeker, bij.
Volgende keer hoofdstuk 2: Hoofdletters en aanhalingstekens.
@ Pally; 😆 😆 ‘De grote toets’

joopvanpoll · 27 januari 2010 op 09:58

Beste Chantalle,
Dat geeft de burger moed.
Allemaal leuke en leerzame reactie’s vallen mij ten deel.
Eerst dacht ik; ‘Wat ben je toch een stomkop om met je eigen naam in zo’n rubriek te gaan staan’.
Nu ervaar ik inmiddels dat het hier uitsluitend mensen betreft, die geen grofheden en agressieve uitingen nodig hebben om te kunnen zeggen wat ze bedoelen.
Chapeau!

Mien · 27 januari 2010 op 16:26

Gekunsteld edoch knap.

Doet me denken aan mijn verblijf op een mini-camping, alwaar twee Duitsers in een mini-tentje steevast op hetzelfde tijdstip de liefde bedreven, weer of geen weer, en waarbij de herdershond op het moment van de climax, uit volle borst luidkeels meejankte.

Mien (houdt sindsdien altijd de rits van zijn tent dicht)

Geef een antwoord