“Goedemiddag meneer P. En, hoe voelen we ons vandaag? Ziet u het zonnetje buiten? Wacht, ik zet even die geranium aan de kant. Zo. Nu kunt u beter naar buiten kijken. Ik heb goed nieuws! U krijgt er nog een briefje over, maar ik kan alvast verklappen dat we in ons ziekenhuis vrijdag weer het jaarlijkse Hotsieknotsiebal organiseren. Leuk hè! En we hebben dit jaar prachtige kostuums! Kunt u zich vol in het feestgewoel storten.” “Feesten? Ik? Waar zie je me voor aan! Laat mij het komende weekend maar lekker hier in mijn bedje, krantje erbij. Hopelijk niet gestoord door al die pokkeherrie. Zal je zien dat de fanfare weer op de gang gaat staan toeteren en blèren. Mens, krijg al hoofdpijn als ik eraan denk.”

“Maar meneer P, ik tel de dagen juist af, kan echt niet wachten. Met de buurt werken we al máánden aan de wagen. Hij is echt prachtig geworden, u zou hem eens moeten zien. “Dur oewe trom, ligge wai krom” is onze slogan. We lopen allemaal krom en op onze wagen staat een pop…”

“Precies wat ik bedoel. Wie verzint er nou zoiets? Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt, een wagen bouwen, wat een flauwekul.”

“Hartstikke gezellig! Iedere avond komen we met de buurt bij elkaar in een boerenschuur. Die trom, dat is een nieuw beeld dat voor het gemeentehuis komt te staan. Wat denk je? Vijfduizend euro kost dat ding! Kunst noemen ze dat. Niet te geloven toch? En ondertussen moeten de gewone burgers zich krom betalen aan gemeentebelasting. Vandaar “ Dur oewe…”

“Ja ja, stop maar. Ieder zijn meug maar aan mij is het niet besteed. Laat mij gewoon lekker mijn dingetje doen. Al dat gezuip en gebral. En wat denk je van al die schuinsmarcheerders? Hoeveel huwelijken sneuvelen er wel niet in die paar dagen? Omdat de boerenbruidegom zijn boerenbruid iets te hartstochtelijk kust? Of omdat de buurvrouw in haar niets-verhullende Tiroler jurkje aan Jan en alleman laat zien wat ze in de uitverkoop heeft?”

“Ach, dat valt toch best mee. Wat bent u toch negatief. Dat is niet goed hoor, voor uw hart. Maar zeg, meneer P, u weet er wel veel van hè. Hoe kan dat dan, als u het zo haat allemaal?”

“Tsja, vroeger, als kind. Toen moest je wel. Als ik eraan denk voel ik dat pak nog jeuken. En wat had ik het heet. Overal stonk het naar rook en bier. Allemaal mensen die tegen me aan botsten. Hossen noemen ze dat. Bah. Ik stond echt voor aap.”

“Nee… echt? U als aap?”

“Nee nee! Veel erger nog, als lieveheersbeestje. Dat pak had mijn moeder gekregen van…”

“Lieveheersbeestje? Ach wat schattig. Ik zeg het wel vaker hier, meneer P lijkt een nors en grommend mannetje, maar daar gaat een lief hartje achter schuil, is het niet, meneer P? Gezellig dat u meedoet, vrijdag, op ons Hotsieknotsiebal!”

“….”

Categorieën: Thema column

7 reacties

LouisP · 3 maart 2011 op 14:38

“Goedemiddag meneer P. En, hoe voelen we ons vandaag? Ziet u het zonnetje buiten? Wacht, ik zet even die geranium aan de kant. Zo.
hahahahaha…

“Dur oewe trom, ligge wai krom”
hahaha…

heel grappig(erg grappig)

hahahaha

sylvia1 · 3 maart 2011 op 17:54

😆
Hier en daar mis ik een woordje zoals ‘carnaval’ of ‘optocht’, maar ja, mag niet hè. Strenge regels hoor bij deze themacolumn…

Mosje · 3 maart 2011 op 20:34

Dit is een onvervalste Desa.
😀

Mien · 3 maart 2011 op 23:31

Volgens mij zijn Rosmalen en Den Bosch op één dag gebouwd. Ik ga voor Arta. Knap de verplichtte woorden ingezet. Leuke column.

Mien Hossiebossie

arta · 4 maart 2011 op 08:52

Kanniemissen: Do!
😀

LouisP · 4 maart 2011 op 16:46

Jaa, bij elke raadwieikbencolumn die ik keigoed vond was het die van DO..dus ja, den deze is van DO….

DreamOn · 5 maart 2011 op 13:44

Heel aardig van je LouisP, maar ik heb deze leuke column niet geschreven. Helaas, zou ik bijna zeggen…

Geef een reactie

Avatar plaatshouder