Hobbelweg.. Drempelweg… Gat-in-de-weg?
Ineens waren ze er, de borden in onze wijk. “Hier óók 30”. Eindelijk veiligheid, dachten we. Niets hoor, de borden werden glashard genegeerd door weggebruikers, behalve fietsers.
Ineens waren ze er, de borden in onze wijk. “Hier óók 30”. Eindelijk veiligheid, dachten we. Niets hoor, de borden werden glashard genegeerd door weggebruikers, behalve fietsers.
Aan de vooravond van de landelijke verkiezingen hangt een waas van rust over Helmond West. Schijn bedriegt. Enkele wijkbewoners hebben hun huis al verlaten. Uit een veel te kleine woningvijver hebben zij een nieuwe stek gehengeld. Niet bepaald iezie.
Regelmatig schrijf ik over het ziekenhuis. Voor mij is het de manier om te verwerken wat er soms allemaal op een dag gebeurt op de poli waar ik werk. Ik noem het schriftelijk puinruimen. Meestal gaat het redelijk gemakkelijk, doordat het over vreemde personen gaat en mijn gevoel niet in het verhaal betrokken wordt.
Nu mijn schoonmoeder in het ziekenhuis ligt, voelt het duidelijk anders.
Mijn eerste verhaal over onze caravan wordt ook de laatste. In ieder geval voor wat betreft onze SMV uit 1978 die, terwijl ik dit schrijf, intussen onze caravan niet meer is. Zojuist schreed zij statig aan de trekhaak van een ander voertuig dan de onze, de straat uit. Ze is geadopteerd door een nieuw gezin, waarvan zij de vakantiethuishaven zal worden.
Het woord condoleren komt niet bij me binnen. Ik vang een ander woord op en het klinkt als feliciteren. “Vertelt u het haar, of zullen wij?” vraagt de andere agent. “Laat mij maar”, antwoordt mijn moeder. Nog voor ze kan beginnen onderbreek ik haar. Boos schreeuw ik tegen haar dat het klaar is met het gezeur, laten we nu die dieven vangen. Er is immers ingebroken?
“Je vader leeft niet meer, hij heeft een hartstilstand gehad” vertelt moeder klinisch. Ik antwoord haar dat ik het begrijp, ik zou me ook doodschrikken van zoveel inbrekers.