Wakker worden (1)

Haar ogen draaien weg. Ik zie hoe het leven uit haar lichaam stroomt en ik kan niets anders dan huilen. Zo jong, zo vol van het leven. Allerlei plannen verdwenen als sneeuw voor de zon. Ze wou zo graag, maar het is voor haar te laat. Ze kan niet meer zeggen dat ze morgen echt gaat doen wat ze wil, zoals wij. Morgen ga ik die reis plannen. Morgen ga ik echt genieten.

Afvalrace 04: Vet vreet

Pot vet dikkie! Vreet vet en je beseft … vet vreet aan je geest. Vet knaagt aan je ziel. Vet kraakt aan lijf en leden. Vet doet klagen, want ja … het is weer bijna lente. En wat speelt ons dan parten? Juist ja … voorjaarsdunheid … moe word ik ervan. Dat wintervet dat moet eraf. Je wil straks niet lijken op een rollade als je de string thuis voor de spiegel tussen je benen spant. Wie de veter past … trekke hem aan!

Afvalrace 03: Dik maken

Ik maak me ernstig zorgen. Ik maak me dik over dun. In het rijk der dun-oh-foben spit dit Dikkerdje Dap het onderdelf. 87 Kilo schoon aan de haak. Ik ben potverdikke weer aangekomen. Geen gram eraf. Geteisterd door kopzorgen zou ik graag tig grammen kielhalen. Ik gruwel van mijn gramschap. Er hangt een gramschap van 10 kilo in de nabijheid van mijn navel. Nee, het gereedschap onder mijn afdak zal zeker nog niet roesten. Mijn natuur heeft anders beschikt.

Ontpopping – de Venusschoen

Dankzij het venster achter de spiegel, was de hoop op levensvreugde in alle schoonheid voor me uitgetekend. Echter evenwicht was nog ver te zoeken indien de balans niet werd hersteld. Ik moest de trots hervinden om de kracht te krijgen mijn ware ego te aanschouwen. Ontboezeming een noodzaak om te komen tot de kern van de oplossing. Een vertwijfelde zoektocht bracht mij terug bij de verwoeste brug naar mijn hart. Gebeden tot mijzelf als een monnik, herstelde ik geduldig de balans van de brug. Met de overgebleven, goede brokstukken uit het verleden, puzzelde ik het weer bij elkaar om de oversteek te maken naar de tombe van liefde.

Ontpopping – de zwarte spiegel

Eenzaam en verlaten doolde ik door het tochtige gangenstelsel van mijn eigenhandig geschapen labyrint. Door het wegvallen van perspectief waren de bakens volledig overhoop gegooid. Ik was niet meer bij machte de uitgang te vinden, te vluchten voor de herinneringen die donkerrood en confronterend door de metersdikke wanden sijpelden. De warmte die deze plek ooit bezat, leek voorgoed verdwenen met het verlies van mijn hart. Een zomer was verleden tijd, een kille winter in aantocht.