Dreigende volwassenheid

‘Word toch eens volwassen!’ Je kent die belachelijke uitspraak vast wel. Zodra je de pubertijd hebt verlaten, zo rond je twintigste, dertigste of vijftigste, begint iedereen om je heen te roepen dat je eens volwassen moet worden. Terwijl dat natuurlijk de grootste onzin is die je je maar kunt bedenken, want elk mens blijft diep van binnen een klein, jankend kind dat voortdurend aandacht nodig heeft.

Fuck you cupido, fuck you…

Eigenlijk zouden er meer zondagen in de week moeten zitten. Wakker worden zonder verplichtingen of zorgen. Geen last van workaholics, verkoopmedewerkers of zenuwslopende collega’s. Met wat geluk een katertje van de vorige nacht, maar daar valt prima mee te leven. De hele dag in een roes blijven zonder dat je drugs nodig hebt. Alsof je tijdelijk een roze wolk in je hoofd hebt in plaats van dat je er spreekwoordelijk op zweeft.

Vraagteken

Waarom ik zo weinig over mezelf los laat? Misschien omdat hetgeen in mij zo een complete chaos is, dat ik niet weet waar ik moet beginnen, laat staan eindigen. Een einde is er immers nog niet. Al zou er een einde zijn, dan nog zou ik het niet kunnen beschrijven, omdat ik dan geen leven meer bezit.

Met schrijfblok aan het meer

Een nieuw schrijfblok of eigenlijk een oude waar even oude, gevulde bladzijdes uit gescheurd zijn die ik bij lange na niet meer kan herinneren. Het moet afkomstig zijn uit mijn jeugd, gezien de schattige konijntjes op de achtergrond. De tijd waarin ik me nog nergens zorgde over maakte, behalve over welke smerige boerenpot er nu weer op tafel zou verschijnen. En welk dood beest natuurlijk, want toen at ik nog vlees. Ja, in die tijd deed leed mij nog niets. Niet alleen mensen, maar ook dieren konden van mij kapot vallen.

Snikkel in de filosofiepuree

Soms merk je op dat je op de automatische piloot staat. Meestal het gevolg van een toevallig voorbij flitsende gedachte die al het voorspelbare ineens doorbreekt. Je wilt wel op de automatische piloot door blijven vliegen, maar op den duur komt er een bliksem in de vorm van een spontane gedachte. Menselijkheid. How nice is that? Terwijl je in een wereld als deze eigenlijk prima zou kunnen leven op de automatische piloot, want alles draait toch steeds dezelfde kant uit.

Middernacht gedachtes

Het liefst schrijf ik op dit soort momenten. Een willekeurige vrijdagavond waar mensen elkaars geslachtsdeel in hun mond nemen, een sigaret tussen hun lippen stoppen, een alcohol bevattend drankje naar binnen slurpen of in diepe slaap liggen, omdat ze denken dat het normaal is om op zaterdag te werken en dus nu al op dit absurd vroege tijdstip te slapen. Het is twaalf uur geweest, de nacht verschijnt op het toneel. De mensen leven en ik schrijf. Het meest grote verschil is de actie en de gedachte. Denkende mensen leven te weinig en denken teveel. Levende mensen leven teveel en denken te weinig. Aan jou om uit te maken welk mens je wilt zijn of al bent.

Boerenkool met worst

Laatst kwam ik een vrolijke jongeman tegen die op een boerderij woonde. Klaas heette hij. Zo’n typische boeren naam die geen verder commentaar nodig heeft. Wijs mij een Klaas aan en ik wijs zijn bijbehorende boerderij. Mocht hij er niet wonen, dan is het toevallig een poedel die Klaas heet en in een klein flatje is beland bij een blinde vrouw die haar poedel gebruikt als deurmat voor in de strenge winters.

Ode aan de boom

Oh mooie boom, wat hou ik toch van je
Die bladeren die je armen verbergen
Misschien automutileer je wel
En hou je ze daarom zo verborgen
Maar dat maakt niets uit mijn beste vrind
Want ik blijf van je houden

Onbereikbaar

Een hoofd maakt mij wakker dat iets zegt wat niet noemenswaardig is. Typisch zo’n hoofd die je er meteen wilt afbijten om het lichaam uit zijn lijden te verlossen. Hij is in de veronderstelling dat ik hem niet versta, de zot. Behandeld me als een stuk vlees. Ik, een stuk vlees? Ik ben ook nog eens bijzonder intelligent en de liefheid zelve, maar daar zal hij nooit achter komen. Mijn taal zal altijd anders zijn en waarschijnlijk ook altijd blijven.

Aubergine

Ze wandelde door een verlaten bos. Enkele boskonijntjes en boskaboutertjes daargelaten. Want een bos zonder konijnen en kabouters kan natuurlijk niet. Dan zou het teveel op een echt bos gaan lijken en dat kan niet. Dat mag zelfs niet. Want nu, nu is niets meer echt.

My favourite guy

My favourite guy,

De afwezigheid van je nachtelijke smsjes
Dronken telefoontjes en diepgaande of
Zeer hilarische gesprekken
Gaven mij een verontrustend gevoel
Een gemis dat alsmaar groter werd
Uiteindelijk kreeg ik een foutmelding
Van een mail die ik je stuurde
En na vlug onderzoek bleek
dat het logisch was dat ik alles weer terug kreeg
want je was er niet meer

Bloemetjes, bijtjes en koetjes

Men beweert dat ik gek ben, maar elke gek die ik tegenkom beweert van niet. Zij achten mij allemaal volkomen normaal. Kent u dat verschijnsel ‘normaal’? Vast wel, want u moet toch normale en niet normale mensen kunnen onderscheiden. Dat is vast het eerste wat u leert in uw vak. Maar laat ik niet verder afdwalen en uitleggen waarom ik hier ben, want de reden is namelijk het enige wat u dwingt te luisteren nietwaar?