Interessant, hoor, die Toscaanse stadjes met oplopende straten en oude gebouwen. Maar nu even basta. We gaan gewoon nog een week richting zee. Met een schepje, een emmertje en misschien een dik boek. Daarna zijn we er klaar voor om in drie dagen terug te reizen naar huis, met de blik op oneindige snelweg. Oude popmuziek met de cd-speler meeblèrend. Zo hard als we kunnen. Helemaal naar de kust rijden is geen optie. We kennen ze maar al te goed: die grote ongezellige strandcampings, aardedonker, onder bomen. Campingplaatsen strak in het gelid tegen elkaar geperst. Een receptie die de sfeer ademt van een vliegveldbalie. Je krijgt streng een van de duizend plaatsen aangewezen met een kruisje op de plattegrond. Alles is er aanwezig. Nee.

Twaalf kilometer van de kust meanderen we op de vroege zondagavond mee met de golvende beweging van de heuvels, als we een bord zien en een vlag. ‘Agricampeggio’. Er naast een bak met houten meloenen. Het pad steil omhoog, gaan we meteen op. Boven gekomen is het eerste wat we zien, een duidelijk dronken kok, te midden van een nafeestend gezelschap, slaapwandelend tussen rommelige tafels, omgegooide glazen en lege flessen. Lodderig groet de kok vanuit de bar met een houding of hij ons wel verwachtte. ’Campeggio ?’, vragen we. Hij knikt en wijst vaag hogerop.

Luid protesterend hijst het busje zich omhoog. Dan: een vijver, een terrein met bloemen en een schitterend uitzicht. Er is verder niemand. Het sanitairgebouwtje, dat op een kapelletje lijkt wordt speciaal voor ons open gedaan. Een eigen paradijs, een half uurtje van de kust.
Als er zoveel plaats is, kun je bijna niet kiezen waar je wil staan, gek is dat. Uiteindelijk zitten we dan toch met een glas wijn in het laatste streepje zon te genieten van de heuvels in de verte. Een zwart-wit gestreepte slang heeft blijkbaar hetzelfde idee, maar verdwijnt ritselend als hij ons ziet. Verder verkennen van het terrein, brengt ons later bij een groot hok met struisvogels, wel zes. Het mannetje stelt zich dreigend naar ons op met gespreide vleugels. Gelukkig achter gaas. ‘pericolo’, zegt een bord met rode letters ‘gevaar’. Ja, dat is wel duidelijk.

Beneden zijn de gasten vertrokken. We horen hun auto’s wegrijden. Het is langzamerhand doodstil en donker geworden. Dit wordt een heerlijk rustige nacht, zeggen we glimlachend tegen elkaar.
Net liggen we of er steekt een enorm kikkerkoor van wal. Hoog en laag, schor en fluitend, maar allemaal keihard. De vogels vallen in met repeterende trillers, samen met de krekels. Op de achtergrond de bastonen van de struisvogelman die kreunend zijn harem af gaat om zijn plicht te vervullen. De vervaarlijke kroonjuwelen onder zijn buik hadden ons al moeten waarschuwen.

Dit orkest oefent elke nacht samen, dat is duidelijk. Ze zijn helemaal op elkaar ingespeeld en worden blijkbaar niet moe. We liggen klaarwakker te luisteren. Soms is het een paar minuten stil – waarschijnlijk een rustteken op de partituur – en dan gaat het weer volop los.
Tot het daglicht aanbreekt. Dan wordt het stil. We gaan hier toch niet weg. Blijven de hele week het concert trouw en slapen overdag op het strand. Zelfs als de watervoorziening de laatste twee dagen uitvalt en we ‘s morgens elkaars rug met het laatste water uit de tank wassen in de ochtendzon.
De eigenaar komt als afscheid een recept brengen voor struisvogeleieren. Hij wil ze ons verkopen tegen een speciale prijs. We weigeren beleefd.

Op de snelweg hebben we geen behoefe aan muziek, deze keer…

Categorieën: Reisverhalen

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

17 reacties

Mien · 27 juli 2011 op 08:14

Leuke column :hammer:

Mien

LouisP · 27 juli 2011 op 08:29

Pally,
‘k heb echt mijn best gedaan om er iets uit te kwooten maar ’t lukt me niet. Alles is zo goed..
nee, ‘k heb geen behoefte aan een kwoot, deze keer

alles is goed, helemaal..

SIMBA · 27 juli 2011 op 08:29

Ja, er is overal wat…..als je op plaats 993 van die mega camping had gestaan had je ook herrie gehad en waarschijnlijk meer alledaagse herrie, deze nachtelijke geluiden waren in elk geval apart 😀
Wij hebben eens bij een meertje gestaan, ook zeer idylisch, waar ’s nachts wasberen met elkaar communiceerden 😕 en ze maakten ook alles kapot wat naast de camper lag, als je de raampjes niet goed dicht had dan kwamen ze binnen. Wij zijn dus de volgende ochtend direct vertrokken!

Meralixe · 27 juli 2011 op 09:46

Mede door het feit dat wij ( mijn vrouw en ik ) al 15 jaar fervente “sleurhutreizegers zijn is er niet veel fantasie nodig om ons in te leven in uw vacantieperikkelen die andermaal goed meegegeven zijn.
U zet me er toe aan om ook eens iets in die richting te proberen maar ik heb nu al schrik dat ik “gebuisd” zal zijn.

Helma · 27 juli 2011 op 10:57

Leuke column!

Ontwikkeling · 27 juli 2011 op 12:10

Heerlijke column!

arta · 27 juli 2011 op 12:55

Mooi, mooi, mooi, ook de titel!
😉

Ferrara · 27 juli 2011 op 13:12

Fijn verhaal. Wat een paradijsje.

embee · 27 juli 2011 op 21:53

Superleuk!! Gave titel. Die kikkers, prachtig,dat hadden wij ook eens in de Bourgogne.Zal ik nog een lekker grosso struisvogeleitje voor je bakken? :kus:

embee

pluisvndkkr · 27 juli 2011 op 23:20

Schitterende column, waarvan de inhoud volledig tot mijn verbeelding spreekt. Op naar Toscane …

klapdoos · 28 juli 2011 op 11:53

Ik blijf altijd maar met je meereizen, daar waar ik nooit zal komen breng jij mij wel veilig heen en terug, heerlijk om te lezen en erbij te zijn zo levendig…genoten,
groet van leny

Ferrara · 28 juli 2011 op 12:47

Een sleurhut haalt je uit de sleur!
Wat is gebuisd?

pally · 29 juli 2011 op 10:53

Heel hartelijk bedankt allemaal voor de vele reacties!

xxPally

trawant · 29 juli 2011 op 16:32

Nog even mee geweest van Toscane naar zee..
Mooie beschrijving heerlijk verhaal..!

Prlwytskovsky · 29 juli 2011 op 18:18

Wat een heerlijk reisverslag Pally. Wanneer ga je weer? 😉

WritersBlocq · 30 juli 2011 op 00:33

Lekker reisje heb je naar binnen geschoven, Pal!

Dees · 30 juli 2011 op 11:46

Vind hem heel mooi. Ik heb wel het gevoel dat je er veel achtergrondinformatie bij hebt gegeven. De hoofdrol van de zintuigen is eigenlijk sterk genoeg van zichzelf vind ik.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder