Met 36 basisschool scholieren, één leerkracht, een aanstaande leerkracht en een medemoeder met de bus en de trein naar Amsterdam. En weer terug. Als ik dat aankon, zou ik voortaan alles aankunnen. We zijn om kwart over acht ‘s ochtends lopend naar de dichtstbijzijnde bushalte gelopen. Dat ging goed, de eerste kleine hindernis hadden we goed doorstaan. Dat gaf moed. De buschauffeur ook. Hij gooide alle deuren open, lachte ons vriendelijk en meelevend toe. Gaf me zelfs een bemoedigende knipoog. De kaartjes waren al gekocht en konden we aangekomen op het station af gaan stempelen. Ik zou de kaartjes onder mijn hoede nemen. De trein was op tijd, en we konden allemaal in een coupé. Dat verbaasde me na het uitblijven van een vertraging nog het meest. Met de leerkracht bespraken we de route die we nog moesten lopen in Amsterdam. Die wandeling zou na een half uurtje treinen, een kwartiertje in beslag nemen. Mijn medemoeder kwam zichtbaar gespannen vragen of we iedereen hadden. Onze rots-in-de-branding-leerkracht antwoordde: “Nee, er staan er nog twee op het perron, maar een verlies van 10% is verantwoord.” Het gezicht dat het arme mens trok, had je moeten zien, valt niet te beschrijven.

Even voor halftien kwamen we aan op de Prinsengracht 267. Het Achterhuis van Anne Frank. We werden ontvangen door een medewerkster van het museum, in een speciaal daarvoor gemaakte zaal. Er was gezorgd voor wat beeldmateriaal en wat foto’s waarmee de dagbedervers aan de slag konden. Na wat informatie en vragen. Een van de vragen van de medewerkster was of de kinderen vonden dat ze vrij waren in ons land. De meeste waren het daar mee eens, op één leerling na. Die vond dat ze met haar geloof en met het uitdragen daarvan langs de deuren, niet vrij was. Er was, zo vertelde deze leerling, zelfs een meneer geweest die er voor had willen zorgen, dat ze met medegelovigen niet meer in een wijk mocht komen. Tenminste niet om het geloof te verkondigen. In mijn enthousiasme wilde ik opspringen om het adres te vragen van de man, en hem een bloemetje te sturen. Maar dat zou niet pedagogisch verantwoord geweest zijn.
Gelukkig voelde deze leerling zich vrij genoeg om hierover te praten.

Een van de opdrachten bestond uit het opzoeken van namen in een In Memorium boek. Zo konden de burgers van de toekomst, opzoeken welke mensen waar geboren en waar gestorven waren. De eerste valstrik was de naam van Anne zelf, ze heette voluit namelijk Annelies Marie. De laatste vraag betrof het boek zelf; ’Waarom is dit boek er gekomen?’ Nee, nu stonken de kids er niet meer in. Om namen in op te zoeken voor die opdrachten natuurlijk!

Ons bezoek eindigde na een indrukwekkende bezichtiging van het Achterhuis. In een van de kamers stond een geschreven tekst van Anne, waarin ze beschreef hoezeer ze de natuur was gaan waarderen en kon genieten van haar beperkte uitzicht op de Kastanjeboom in de tuin. Mijn blik zocht de boom automatisch op, en een koude rilling liep over mijn rug.

Teruglopend naar het station, met een heleboel informatie – en werkstukmateriaal voor op school onder de arm, besefte ik, hoe goed deze kinderen het hadden. Na zo’n serieus bezoek lekker de frisse lucht in, en je klasgenoten uitgelaten de drukke weggetjes langs de grachten op proberen te duwen.
In de trein, met een conducteur die een heus ponsapparaatje had met een loco-motiefje, spraken de meeste kinderen serieus over het leven van Anne. Waarop ik een kind hoorde zeggen; ‘Gelukkig zijn haar boekjes bewaard.’
‘Ja,’ sprak haar overbuurman, ‘ik snap nu waarom zij wel graag naar school wilde.’
En zo gonsde het nog even na. Er werd over het te korte leventje van hun leeftijdsgenootje en de verschillen daarin nagedacht.

Categorieën: Maatschappij

6 reacties

Kees Schilder · 17 januari 2004 op 08:46

Ech genoten van de column.Goed geschreven, soms ironisch,soms gevoelig en zeker boeiend.
I love it Mup

pepe · 17 januari 2004 op 09:07

Weer eens heel veel herkenning, een poosje terug liepen wij dezelfde route, namen dezelfde trein, met hetzelfde doel, alleen waren het toen 23 schoolkinderen.

Mooi geschreven Muppie 😉

Sarakim · 17 januari 2004 op 13:36

Aangezien je nu dus alles aan kan kijk ik al uit naar de volgende columns :).

Mosje · 17 januari 2004 op 15:37

Ooit was ik met een medevolwassene en 4 kinderen in de dierentuin. En dat vond ik al lastig: ze schoten alle kanten op!
Moet er niet aan denken met 36 van die voetzoekertjes door een stad als Amsterdam te lopen.
Mijn bewondering is groot, evenals mijn waardering voor je verhaal.

Eftee · 17 januari 2004 op 18:00

Ik dacht al even, aan het begin van je column, dat je met Pepe naar “Het Anne Frank huis” was geweest, maar later bleek dus van niet.
Schandalig, maar ik ben er nog nooit geweest.
Ik ging, op de vorige school van m’n zoon, ook vaak mee met uitjes. Dat liep erop uit dat ik verschillende dagdelen per week in school te vinden was, voor verschillende bezigheden. Gezellig was dat altijd. Nu ben ik wat rustiger aan gaan doen.
Mup, je enthousiasme straalt van je column af. Jij bent vast een hulpouder die nog veeeeeeeeel meer doet op school?
Ik heb genoten van je verhaal.

Mup · 18 januari 2004 op 21:26

Bedankt voor jullie reacties, zat er van te blozen. En ja, ik ben wel actief op de school van mijn kids. Afgelopen vrijdag heb ik met 9 kids een zwemdisco mee mogen/moeten maken. Als je al ooit ergens te oud voor kunt worden, is het in mijn geval daarvoor:-)

Groet Mup.

Geef een antwoord