Ze was sprieterig, met lange blonde haren. Een vrolijke goedlachse meid. Ik liep graag met haar, hand in hand. Bijna iedere dag. En ze was supercool. Ze kon voetballen, boomklimmen en zelfs stoeien vond ze leuk. Later, toen het gek gevonden werd om hand in hand te lopen, liepen we naast elkaar naar school. Samen. Ik werd ’s ochtends altijd blij wakker met de gezamenlijke wandeling in het vooruitzicht. Ze was mijn beste vriend. In onze tienerjaren liepen we niet meer samen naar school. Wel deden we af en toe ons huiswerk samen. Het waren de gelukkigste momenten van mijn leven. Wij zaten beiden gebogen over onze schoolboeken en schriften, Marly geconcentreerd en met een pruillipje, als de leerstof aan de pittige kant was, en ik, vaak dagdromend over hoe het zou zijn om later onze kinderen met hun huiswerk bezig te zien. Ik had haar wel eens om een kusje gevraagd, dat deed je nu eenmaal op die leeftijd, maar dat had ze op een lieve maar resolute manier afgewimpeld.

Na ons eindexamen scheidden onze wegen. Ik ging studeren in Delft en kwam zelden meer thuis. Alhoewel ik Marly aanvankelijk echt miste, slokten de beslommeringen van het studentenleven mij allengs op. Maar zij is nooit echt helemaal weg geweest uit mijn gedachten. Sterker nog, als het in de studie even tegenzat, trok het beeld van Marly’s trotse gezicht als ik weer thuis zou komen, zwaaiend met mijn bul, mij er doorheen.

Ik kan mij het moment van de onheilstijding herinneren als de dag van gisteren. Het was een dinsdagavond. Ik had net een tentamen gehad en ik stond op het punt om met mijn huisgenoten naar een of ander inwijdingsfeest gaan. Een studiegenoot, die bij ons op de middelbare school had gezeten vertelde het mij:”Heb je het al gehoord, Marly is zwanger en gaat trouwen.” Mijn wereld stortte volledig in.

De bruiloft heb ik geskipped en ook de geboorte van haar zoontje, Richard, heb ik aan mij voorbij laten gaan. Na een periode van apathie stortte ik mij volledig op mijn studie. En met succes. Cum laude studeerde ik af, en hoewel Marly’s trotse gezicht uiteraard niet bij de afstudeerplechtigheid aanwezig was, waren er wel vele andere blije gezichten, waaronder dat van mijn vriendin Babette.

Ik hield erg veel van Babette. Te veel eigenlijk, maar daar zou ik later achterkomen. Toen ik haar, nadat ik haar reeds ten huwelijk had gevraagd, wilde verrassen door haar met een onaangekondigd bezoekje in haar ouders’ vakantiehuisje in Zeeland te vereren. Een verrassing werd het zeker, ik trof haar daar in bed met een mij onbekende man. Mijn hart was gebroken. Maar niet zo erg als die ene dinsdagavond.

Op een gegeven moment kwam mij ter ore dat het niet zo goed ging in Marly’s huwelijk. Er zou zelfs sprake zijn van mishandeling. Zou ik haar misschien een keer bellen?

We hadden elkaar veel te vertellen, beiden een ongelukkig huwelijk – of in mijn geval bijna-huwelijk. Marly met een zoontje van vijf jaar. En we waren pas 26. Nog een heel leven voor de boeg. Marly was erg blij om mij te spreken, dat kon je merken. Ze kon haar hart tenminste onbekommerd luchten aan haar ouwe trouwe vriend. En ik? Ik bedacht mijzelf dat ik zonder moeite kleine Richard als mijn eigen zoon zou kunnen accepteren en een meisje van ons beiden zou ons gezinnetje compleet maken.

Niet lang daarna is zij gescheiden. Dat zij niet meteen contact met mij heeft opgezocht kan ik begrijpen. Een huwelijk dat op de klippen is gelopen is een traumatische ervaring, die je – weliswaar met hulp en steun van vrienden – vooral zelf moet verwerken. Ik besloot haar er de tijd voor te geven en ik heb mij onder een grote berg werk bedolven.

Marly had hetzelfde had gedaan. Zij had naast haar moederschap en een baan ook nog eens een studie opgepakt. Ik heb altijd al geweten dat zij een go-getter was. Dat ze binnen een jaar weer getrouwd zou zijn, had ik niet verwacht. Ik moest mijn toekomstbeeld voor ons beiden weer eens bijstellen.

Ik begon nog harder te werken en – als aardig neven-effect – goed te verdienen. Mijn spaargeld belegde ik slim, in stenen, dus ik begon een aardig vermogen op te bouwen. In de liefde was ik minder gelukkig. Ik denk dat ik te goed van vertrouwen was, of zoiets, want mijn hart is vele malen gebroken. En mijn vertrouwen geschonden. Maar alles bij mekaar leidde ik toch een goed leven.

Toen ik 32 jaar was, vernam ik dat Marly weer was gescheiden. Haar tweede huwelijk was nogal heftig geweest, had ik toen begrepen. Uiteindelijk is ze zelfs uit huis gevlucht voor haar kennelijk zeer gewelddadige echtgenoot.

Ik kreeg toen voor het eerst het idee dat het waarschijnlijk de bedoeling was dat Marly en ik werkelijk bij elkaar moesten zijn. En dat alle obstakels die wij in het leven tot dusverre waren tegengekomen ons juist dichter tot elkaar moesten brengen. Het warme gevoel dat ik tijdens onze huiswerksessies had gekend, vervulde mij weer. Het lot had ons weer op elkaars pad gebracht.

Niet veel later zagen wij elkaar weer en het was inderdaad alsof de tijd had stilgestaan. En ze was alleen maar aantrekkelijker geworden, een slanke vrouw met prachtige welvingen op de juiste plaatsen en met halflang platinablond haar, een glamoureuze vrouw. Zij sprak honderduit over de zware tijd die zij had doorgemaakt, de mishandelingen – in beide huwelijken – en de eenzaamheid die zij had gekend. Ik, op mijn beurt, vertrouwde haar de fiasco’s van mijn liefdesleven toe. Mijn liefde voor haar was nu groter dan ooit.

Wij begonnen elkaar frequenter te zien en ik realiseerde mij dat Marly, met een puberende zoon en een zware baan, als advocate nota bene, een druk bestaan leidde en ik besloot mijzelf niet al te veel op te dringen. Ik leefde voor de momenten die wij samen doorbrachten, zo eens per week. Ik had wel moeite met het feit dat van werkelijke intimiteit niet echt sprake was: het bed hadden wij nog nimmer gedeeld. Maar dit zou gewoon een kwestie van tijd zijn, wist ik.

Geleidelijk kwamen we nu ook te spreken over onze gevoelens voor elkaar. Ik besloot mijn liefde voor haar niet onder stoelen of banken te steken. Zij was iets gereserveerder. Zij vertelde mij dat zij niet zo goed wist wat haar gevoelens waren, maar ik was absoluut haar beste vriend, verzekerde zij mij , en niemand begreep haar zoals ik. Dat was voor mij voldoende, op dat moment.

En ook niet onbelangrijk, Richard was dol op mij. We zaten regelmatig te “gamen” en ik nam hem ook wel eens mee naar een voetbalwedstrijd. Het gelukkige gezinnetje, dat ik mij zo dikwijls had voorgesteld leek nu weer een reёle mogelijkheid. Helaas wist ik dat Marly ook andere vrienden had en soms bleef er ook wel eens iemand slapen. Ik vond dit natuurlijk niet leuk, maar ik wist dat ze uiteindelijk toch voor mij zou kiezen.

Toen ze mij een keer had gezegd dat de vonk tussen ons niet echt oversloeg, wist ik dat ze dit niet echt meende. Ik bedoel, wij kennen elkaar nu al bijna 35 jaar en niemand kent haar zo goed als ik. Al haar zieleroerselen heeft ze aan mij toevertrouwd. Al haar vertwijfelingen over de opvoeding van Richard, zelfs nu nog nu hij niet meer thuis woont. Alle affaires die zij de afgelopen jaren heeft gehad heeft zij met mij gedeeld. Neen, het is overduidelijk dat Marly en ik voor elkaar bestemd zijn. Ik moet haar gewoon nog even wat tijd gunnen, zodat ze daar zelf ook achter kan komen.


Chris

Chris den Daas

2 reacties

Boukje · 2 april 2012 op 11:50

De onbereikbare liefde heeft ook wel iets zoets.
Leuk om eens iets minder hoogdravends van je te lezen Chris. 😀

Mien · 3 april 2012 op 09:20

.

[b][u][url=http://www.youtube.com/watch?v=t9u9mZz-o-g]Bittersweet Symphony[/url][/u][/b]

Dat was de eerste gedachte die bij mij opkwam toen ik de column las.

Knap geschreven. Zet toch even aan tot reflectie.

Mien

Geef een antwoord