Hij stond voor mijn deur met een grote kist sinaasappels. “Hier, voor jou. Pers er elke dag een paar uit en je bent er zo weer bovenop.” Snotterig keek ik hem aan: “Waar heb je die nou vandaan?” “Bij de groenteboer geleend,” lachte hij, met zijn schavuitensmile. “Breng ze dan maar gauw terug, voordat je moeilijkheden krijgt,” adviseerde ik hem. “Pak nou maar aan. Je hebt ze nodig en als je me moeilijkheden wilt besparen, stuur je me niet terug met die dingen. Laat me maar binnen, want ik geloof dat ie net doorheeft dat ze weg zijn.” Hij stapte over de drempel en duwde met zijn schouder de deur achter zich dicht: “Hup, naar boven jij. Ik zal er een paar voor je uitpersen.” Voor ik het wist, had ik een groot glas siepsap onder mijn neus, die ik braaf opdronk, terwijl hij op de rand van mijn bed zat.

Fredje, een maatje dat ik ergens in een kroeg had leren kennen. Een ‘zigeunerjong’, zoals hij zichzelf noemde. Klein, stevig mannetje, grote bos kroeshaar, ondeugende helblauwe ogen. Op het eerste gezicht een lieverdje. Op het tweede gezicht een echte ‘boef’.

Tijden later kreeg ik pas door, dat ik zijn koerierster was geweest. Menigmaal had ik – achteraf gezien – vreemde boodschappen door moeten geven aan mensen: “Wil je even langs Theo lopen en zeggen dat mijn hond weer in orde is?” vroeg hij me dan als ik hem in de kroeg trof. Of: “Zeg effe tegen Jan, dat ik mijn haar niet af laat knippen, maar lang laat groeien, als je hem ziet.” Uiteraard bracht ik die vage boodschappen over.

Ik vond het wel al een beetje vreemd, toen hij op een dag jachtig mijn kamer in kwam rennen en vroeg of ik in zijn jasje een binnenzak kon naaien, waar DIT pistool in paste. DIT pistool werd me onder mijn neus gehouden en ik deinsde achteruit: “Getverderrie hee, issie geladen?” Nee, dat was hij niet. Uit zijn jaszak trok hij nog een pistool: een handzaam klein dingetje van wit paarlemoer: “Dit vond ik wel een mooie voor jou. Hebben?” “Nee man! Wat MOET ik daarmee?” “Schieten als het nodig is,” zei hij, alsof dat voor mij een vanzelfsprekende zaak behoorde te zijn.

Fredje. Op een dag drong tot me door, dat ik hem een tijdje al niet meer had gezien en ik ging naar de kroeg om rond te vragen of iemand wist waar hij was. “In de bak,” antwoordde een bekende. “Opgepakt, vanwege diamant- en wapensmokkel.”

Geen idee, hoe ik er moet hebben uitgezien op dat moment, maar ik geloofde mijn oren niet en mijn mond bleef minstens vijf minuten openhangen. In mijn hoofd begonnen honderden radertjes te draaien en alles op zijn plek te zetten. “Diamanten? Wapens?” Er volgde een heel verhaal, hoe Fredje diamanten op zijn hoofd plakte, tussen zijn kroeshaar. Hoe hij tussen Delfzijl en Antwerpen pendelde. En hoe hij koeriersters inzette: naieve studentes, waarmee hij zogenaamd bevriend was.
Oke, die kwam aan. Ik was er dus gewoon ingetrapt in mijn onnozelheid. Fredjes vriendschap was helemaal geen vriendschap. Fredje had me gebruikt omdat ik stom genoeg was om voor de duvel te dansen.
Ik liep als een geslagen hond naar huis. Voelde me verschrikkelijk bedrogen en gebruikt door iemand waarvan ik dacht, dat hij een maatje was.

Ik heb hem nooit meer gezien. Het laatste wat ik over hem hoorde was, dat het niet goed met hem ging in de bajes. Hij was zwaar depressief.

Van de week liep ik langs een groentestalletje op de markt. Hoe herinneringen bovenkomen weet ik niet, maar mijn oog viel op een kist met sinaasappels en ik dacht ineens weer aan Fredje, die bijna dertig jaar geleden uit mijn leven verdween. De radertjes in mijn hoofd draaiden weer op volle toeren. Ik dacht aan al die Fredjes, waar vandaag de dag de gevangenissen overvol mee zitten. Nee, het zijn geen lieverdjes, die boeven. We krijgen er steeds meer van. Zoveel, dat de cellen niet meer aan te slepen zijn.

En ik bedacht me: als ik Fredje met zijn kist sinaasappels nou eens in zijn lurven had genomen en naar die groenteboer had gesleept om de kist terug te bezorgen. Hoe zou het dan met hem afgelopen zijn? En ik bedacht me verder: als we met ons allen al die Fredjes bij hun eerste bengelstreken goed hadden aangepakt en de les hadden gelezen. Zouden de gevangenissen nu dan niet een stuk leger zijn?

Of ben ik nu weer te naief?

Categorieën: Maatschappij

14 reacties

tontheunis · 31 juli 2004 op 13:07

Goed verhaal. Naïef?

Geloof in het goede. En blijf het proberen. Die ene op wie het een positieve uitwerking heeft, weegt op tegen de tientallen waarmee het niet goed zal komen. Toen ik nog bewaarder was, heb ik dat ook gedaan en geloof me, daar is niets naïefs aan. Sporadisch kom ik nog wel eens zo’n oude ‘logé’ tegen. En als ik die dan hoor vertellen hoe zijn leven toch nog de goede kant op is gegaan, dan was het de moeite waard.

Groet,

TT

Snoppe · 31 juli 2004 op 13:11

Als ik eindelijk, eindelijk, na drie uur loeren en jagen, zo’n stomme koolmees bij zijn lurven heb en hem mee naar huis neem, gooit mijn baas hem ook altijd weer terug. Ik heb wel eens aangeboden hem dan zelf maar terug te brengen, maar daar trapt ie niet in. Instinct, hè?

Toch wel een beetje naïef van je…

Miauw

gast · 31 juli 2004 op 13:14

Denk wel dat je weer naief zou zijn.

Louise · 31 juli 2004 op 14:52

Dit is echt een goed verhaal. Heb het van begin tot eind geboeid gelezen. Ik was benieuwd, ik vond het spannend en de boodschap erachter vond ik mooi.

Ach naïef, wat is naïef?
Gelukkig zijn er nog steeds mensen die in anderen geloven. Ik denk dat dat belangrijker is. Fredje zal met dat ene kistje sinaasappels terugbrengen echt niet het goede pad op zijn gegaan, en ik denk ook dat je beter een keer gebruikt kan worden dan altijd en eeuwig anderen wantrouwen.
Toch?!

Kobus · 31 juli 2004 op 15:03

Mooi verwoord Ma3. Denk niet dat het altijd met naïviteit te maken hoeft te hebben. Meer met de sfeer waar je in zit. En de prachtige verhalen die verteld worden. Ik heb ook wel eens te maken gehad met dat soort gasten. Hard aan het afkicken van drank of drugs en dan gevoelens oproepen van verwondering/bewondering. En ondertussen in huis of bedrijf alle mogelijkheden onderzoeken om te kunnen gebruiken voor hun activiteiten. En proberen te manipuleren.

Eftee · 31 juli 2004 op 16:45

Altijd het slechtste denken van mensen, verbittert je. Het is toch heerlijk, als je, door je vertrouwen in het goede, ook iets goeds terug krijgt. Die maken dan de tegenvallers weer minder erg.
Weer een echte Ma3 column[img]http://www.examedia.nl/columnx/images/subject/icon14.gif[/img].

Kees Schilder · 31 juli 2004 op 19:20

Elk mens heeft altijd wel iets goeds. Als je daar niet meer in geloofd kun je wel ophouden.
Mooie column

pepe · 31 juli 2004 op 21:05

Heerlijke ma3 column, erg beeldend. Naief of niet, ik las hem met plezier.

En ik nog denken waar ken ik die Ton toch van, ik heb vast eens gelogeerd bij jou 😉

Dees · 31 juli 2004 op 23:27

Naief? Nee. Als jij dat had gedaan en zijn lerares toen en de wijkagent, dan had Fred misschien nu wel een groentenzaak gehad 😀

Mooie column.

KingArthur · 1 augustus 2004 op 03:00

Naief misschien wel ja. Een ding lees ik in ieder geval wel in je column en dat is dat je uit gaat van het goede in de mens.

Dat is een mooi gegeven en probeer ik ook vaak te doen. Het is alleen zo jammer dat je steeds vaker teleur wordt gesteld en dat kan je verbitteren.

Goede column!

Ma3anne · 1 augustus 2004 op 08:35

Bedankt voor jullie reacties.

Ton: Inderdaad. Daar ga ik ook altijd vanuit. Al is er maar één die ik over de streep kan trekken naar de goede kant, dan ga ik graag op mijn gezicht voor al die anderen die niet meer te redden zijn.

Snoppe: poezen zijn niet meer te redden. Dat blijven rovers. 😛

Loutje: Ik blijf in mensen geloven en het goede in ze zien. Tegen de klippen op soms. Maar leven vanuit wantrouwen tegenover mensen vind ik helemaal niks. Dan zit ik alleen mezelf maar in de weg. Dat wil niet zeggen, dat ik niet door zou hebben als ik iemand tegenover me heb die de boel beduvelt en dan komt hij/zij me heus wel tegen. Maar iedereen krijgt bij mij één herkansing. Dit verhaal was 30 jaar geleden. Intussen ben ik wel wat wijzer geworden. 😉

Kobus: ik zie dat toch anders. Wanneer jij in het goede in de mens gelooft, voelt die ander dat en laat zich vanzelf van zijn goede kant zien. Wat ie achter jouw rug om doet, is weer een heel ander verhaal.

Eftee: precies. Leven vanuit wantrouwen verbittert. En daar pas ik voor.

Kees: zo is het maar net.

Peep: ik snap je laatste zinnetje niet. 😕

Desa: jij snapt de onderliggende gedachte. Nee, echt naief ben ik niet. Heb ik toch te veel voor met kinderen en jongeren gewerkt de afgelopen 30 jaar. Van penitentiaire inrichting, via buurthuizen tot scholen. Een kind opvoeden doen we met ons allen. Dat kan niemand alleen.

Koning: Teleurstellingen krijg je alleen, als je ten opzichte van anderen een verwachtingspatroon hebt. Kun je dat loslaten, dan kun je tegelijkertijd het goede in mensen blijven zien en niet teleurgesteld worden als die ander niet doet wat jij wilt dat hij/zij doet.

Mup · 1 augustus 2004 op 10:48

Als het al naiievieteit is, gewoon houden zo en niet veranderen hoor,

Groet Mup.

sally · 1 augustus 2004 op 14:30

Ik ken een zeer rechtgeaard persoon die het telkens weer treft de verkeerde personen aan te trekken.
Telkens trapt ze er weer in en verzucht dan lijdzaam: Dat mij dat weer moet overkomen.
Dat vind ik pas echt naief.
Een beetje wantrouwen kan soms geen kwaad.
hij was weer mooi ma3anne

Hans · 1 augustus 2004 op 19:32

een leuke story met een mooie open vraag.
Maar holstertjes naaien zie ik je nog niet doen.
daar ben je eenvoudigweg te netjes voor. Dat is op zich ook een pluspunt

Geef een antwoord