‘Lieveling,’ fluistert ze in mijn oor. Haar tong strijkt langs mijn oorlel en onwillekeurig ril ik van verrukking. Dit gaat fout. Ik staar naar de gesloten deur achter haar. Ik moet haar kwijt. Mijn verstand gilt dat ik haar hardhandig het hotel uit moet gooien. Ze strijkt door mijn haar en ik staar in haar wijd geopende pupillen. Ze zoent me. Haar tong dwingt mijn lippen uit elkaar. Het begint bij mij te kriebelen, mijn bloed begint te koken en dat kleine stemmetje in mij dat roept dat ik moet vluchten, rennen voor mijn leven, wordt alsmaar kleiner en kleiner en zachter. Onze tongen vinden elkaar en beginnen een wilde balts. Ik laat alle remmen los, streel met beide handen de rondingen van haar billen en we verliezen ons in wilde passie. Ik geef me volledig. Wat heb ik nog te verliezen? Vrouw kwijt. Huis kwijt. Niets dus. Mijn wereld is verdwenen. Alleen zij is er nog. Zij en ik. Binnen een cocon van hete emoties. Ze wringt haar handen onder mijn jas, duwt het van mij af en ik volg gretig haar voorbeeld en knoop, trek bijna haar blouse los. Het volgende moment duwt ze mij met kracht van zich af. Ik staar haar aan. Eerst nog versuft, dan verbijsterd. ‘Hé!’ stamel ik perplex. ‘Wat doe je nu?’ We staan ineens als kemphanen tegenover elkaar. De passie is verdwenen.

Zij staart mij aan met een intens liefdeloze blik, scheurt met een woest gebaar een enveloppe open, waar ze hem vandaan heeft is mij een raadsel, en trekt er een velletje papier uit. Een bankbiljet, nee, een boekenbon zo te zien. Ze slaakt een kreet als een kat waarvan de staart onder een wals wordt verbrijzeld en staart naar het papiertje alsof ze in fluorescerende letters haar doodvonnis leest. ‘Wat is dit!’ krijst ze, enkele spetters speeksel komen vlak voor mijn voeten op de grond.
‘Mijn verjaardags-‘ Mijn mond valt open en ik grijp mij aan een meubelstuk vast, een flashback doet mij bijna vallen van duizeligheid. ‘Hoe kan dat? Die bon van vijftig piek die je uit de binnenzak van mijn jasje hebt gefutseld heb ik aan die knaap van de wasstraat gegeven. Hoe komt die-‘
‘Dood!’ gilt ze, haar ogen puilen uit haar hoofd en ineens vind ik haar helemaal niet mooi, de knappe vrouw die mij heeft verleid is van de aardbodem verdwenen. ‘Je bent dood! Ik ben dood, maar jij bent helemaal dood!’
Ik snap er niets meer van.

‘O mijn god!’ Ze slaat haar hand voor haar mond. Met korte zenuwachtige pasjes stampt ze van links naar rechts door de kamer. Ze is veranderd in een ijsbeer die terugkijkt op tien jaar gevangenschap. ‘Hoe kon je dat doen. Ben je soms levensmoe? Waarom doe je mij dit aan? Waarom? Waarom?’
Ik ben de draad kwijt. Ze is mij uitleg verschuldigd, maar ik krijg geen kans. Ze loopt om mij heen, slaat mijn arm weg als ik haar tot stoppen wil dwingen. Dan begint mij iets te dagen.
Ik grijp haar pols en trek haar naar mij toe. Ze kijkt me met een woeste blik in haar ogen aan, wil zich losrukken maar mijn greep is stevig. ‘Het had net zo goed een ander kunnen zijn. Niet waar? Je hebt het slim aangepakt dametje. En ik, rund dat ik ben, ben er met open ogen ingetrapt. Ik ben achter mijn op hol geslagen hormonen aangerend. Wie had je gepakt als ik een minuutje later was komen opdagen? Een andere getrouwde man? Een opa op een brommertje? Een vrouw misschien?’

Ze staart mij uitdagend aan. Tart mijn beheersingsvermogen. Mijn hoofd voelt aan als een fluitketel waarvan het water het kookpunt allang heeft bereikt maar waarvan de tuit zorgvuldig is vastgelast. De druk moet en zal er vanaf. Maar hoe. En wanneer. En wat zullen de gevolgen zijn.
‘Als jij dit uit mijn binnenzak hebt gehaald, wat heb ik die knul dan gegeven? Wat heb je snel weggemoffeld tijdens onze vrijpartij in de wasstraat? Nou? Geef antwoord!’
‘Mijn pensioen.’
‘Je wat?’
‘Ik dacht dat ze het niet zouden merken.’
‘Wat zouden ze niet merken. Schiet op en speel geen spelletje met me!’

‘Het ging zo makkelijk.’ Ze slaat haar ogen neer en loopt naar het raam, staart de donkere nacht in. Ik besef nu pas dat ik haar heb losgelaten. ‘Ik kende de code en op een avond werd de verleiding gewoon te groot. Al dat geld, opgestapeld in die kluis. Ik dacht, zo’n klein bundeltje van de achterste stapel, wie merkt dat nou.’
‘Ik. Dat is wel duidelijk.’ Ik ga naast haar staan en staar omlaag naar de oranje gloed van een lantaarnpaal voor het hotel.
‘Ik zat in het nauw die middag. Ze zaten me op de hielen en ik moest weg. Snel. Toen zag ik jou en rook mijn kans. We doken jouw auto in maar het was al te laat. Ze moeten ons gezien hebben. Nadat jij naar huis was gereden stonden ze plotseling om mij heen en ik kon geen kant meer op. Ik had niet wat ze zochten. Dat was mijn redding. Anders had ik nu niet meer geleefd.’
‘O lekker. Dus toen besloten ze bij mijn huis langs te gaan.’
Ze knikt.
Ik kijk haar argwanend aan. Iets klopt niet, maar ik kom er niet achter wat het is. ‘En nu?’

Ze kijkt me een beetje dommig aan en in mijn hoofd gaat een luide alarmbel af. Ik weet nu immers hoe goed ze toneel speelt. ‘Mee,’ beveel ik haar. Zonder te kijken of ze mij volgt loop ik de kamer uit en been de doodstille gang door. Mijn voetstappen klinken dof op het dikke morsige tapijt. Abrupt sta ik stil, sla met mijn vlakke hand tegen mijn voorhoofd en ren terug naar de kamer. ‘Blijf hier!’ sis ik naar haar terwijl ik haar passeer. In de hotelkamer graai ik het jasje van de grond en vis met trillende vingers de autosleutel uit een buitenzak. Stom van mij! Zonder kom ik niet ver.
Terug op de gang slaat de leegte om mijn hart. Waar is ze! Ik begin te rennen en sla de bocht om, als ik snel ben onderschep ik haar misschien nog bij de lift. Daar! Vijf meter van haar verwijderd sta ik abrupt stil. Ze staart mij aan en wijst alsof haar vinger de loop van een revolver is. Ze lost het fatale schot: ‘Hij draagt het bij zich. Het zit in zijn jasje.’ De drie mannen laten haar meteen los en beginnen te rennen. En ik? Ik ben al weg. Op het moment dat ik mij het trappenhuis aan het einde van de gang in laat vallen schiet een laatste panische gedachte door mij heen. Ze liegt. Ik wist dat er iets niet klopte. Die criminelen wisten helemaal niet waar ik woonde. Zij heeft ze naar mijn huis gebracht. Zij heeft ze naar hier gebracht. Ze is levensgevaarlijk! Ze is de dood in cadeauverpakking.


Kees

Zelfstandig schrijver en fotograaf

6 reacties

Casperio · 12 maart 2003 op 14:21

Pffff, wat een wijze levenlessen….

[quote]”Ze is levensgevaarlijk! Ze is de dood in cadeauverpakking.”[/quote]
Ik zal d’r voor uitkijken. Als is de verleiding niet echt groot… Ik heb tenslotte Mercurius! Wat moet je dan nog met iemand anders:-?

Kees, bedankt voor dit spannende en meeslepende verhaal. Het heeft weer eens bewezen dat je echt een TOPSCHRIJVER bent! Alleen nu moet er nog een uitgeverij achter komen dat ze bij Kees Krick moeten zijn.

KEEP THE FAITH! 😎

Kees · 12 maart 2003 op 16:01

Dank je, Casper. Het verhaal nadert nu de ontknoping. Wordt toch iets langer dan ik dacht, maar de verhaallijn ligt dan ook niet in beton gegoten. Enne… ik ben amateur en voorlopig sturen de uitgeverijen alleen alleen maar standaardafwijzingen (helaas). Eerst kon ik kwartetten; nu kan de hele straat meedoen.

Na afloop van de serie maak ik misschien een ‘the making of’ column, een kijkje achter de schermen van het ontstaan van het verhaal.

Yannick · 12 maart 2003 op 21:59

Wel jammer dat de wasstraat zijn einde in zicht heeft.

Als je je boeken nou eens zelf print, nietje erdoor en verkopen met die hap 🙂

gast · 13 maart 2003 op 08:32

Gaaf verhaal Kees. Vol aktie en alle andere ingredienten die nodig zijn. En wat betreft dat kwartetten met alle afwijzingen. De schrijfster van Gejaagd door de Wind kon er een bijbel van maken. En nu kent iedereen het boek en de schrijfster. Eens moet het lukken!

gast · 13 maart 2003 op 08:33

Gaaf verhaal Kees. Vol aktie en alle andere ingredienten die nodig zijn. En wat betreft dat kwartetten met alle afwijzingen. De schrijfster van Gejaagd door de Wind kon er een bijbel van maken. En nu kent iedereen het boek en de schrijfster. Eens moet het lukken! Cor Snijders

Kees · 13 maart 2003 op 21:24

Het is wel een idee. Wachten tot het stormt en dan het manuscript in de lucht gooien. Bereik ik veel mensen ineens mee. Gejaagd door de wind!

Geef een reactie