Het schelle alarm van een wekker die te vroeg stond afgesteld, in Roderick’s opinie, ontwaakte hem uit zijn slaap. Iets waarvan hij die nacht al te weinig had gevat. Normaliter ontwaakte hij in het begin van de middag, echter had het noodlot hem getroffen: het was weer eerste Kerstdag. De horror. Deze kerst was nog erger dan normaal, bedacht hij zich, terwijl hij pogingen deed om met zijn klamme hand een fles water van zijn nachtkastje te grijpen. ‘Godverdomme, 10:30, ’ mompelde hij, ‘dit zijn burgermanstijden.’ Dit jaar werd kerst bij Roderick thuis gevierd, idee van zijn vriendin, zijn hele familie én de familie van zijn vriendin waren uitgenodigd voor het feestelijke festijn. Hij hekelde zijn eigen familieleden al, laat staan die van zijn vriendin. Materialistisch tuig waarmee hij liever niet veel gesprekken wou uitwisselen. Doorgaans werd de gespreksstof tijdens feestelijke verplichtingen gereduceerd tot prietpraat over auto’s, werk, elektronica en roddels over andere mensen. Kortom: allemaal basale besognes waarmee mensen in de westerse wereld kampen. Dergelijke gedachtekronkels beslopen Roderick altijd wanneer hij ze zo pathetisch zag zitten. Nadat hij een slok van zijn water had genomen, wierp hij een blik op het kussen naast hem. Er lag niemand, zo constateerde hij. Een goede zaak, vond Roderick, wellicht was zijn vriendin er zonder hem vandoor gedaan om de kerstinkopen voor vanavond te doen. Hij bedacht zich geen moment en maakte dankbaar van deze situatie gebruik door weer snel in slaap te vallen.

Terwijl Roderick droomde over appetijtelijke Franse vrouwen met stokbrood, hoorde hij plots een fel geluid van de werkelijkheid zijn gehoorgang instromen. ‘Wakker worden, klootzak!’, riep het gedaante. Roderick keek verontrust op, maar besefte zich tegelijkertijd welk onverlaat zijn gehoorkanaal probeerde te beschadigen. Het was zijn vriendin Tanya, die stem herkende hij uit duizenden. ‘Het is verdomme 11 uur je zou om 10 uur opstaan,’ zei ze kwaad. ‘Oei,’ zei Roderick voorzichtig.‘het spijt me voor het misdrijf dat ik begaan heb.’ Nonchalant schampte hij wat slaap uit zijn ogen. Roderick was niet echt verliefd op Tanya, al was zij een fiere, blonde meid die spontaan in het leven stond. Misschien hield hij daarom niet van haar. Hij bleef bij haar om het gemak. Tanya was een ambitieuze carrièrevrouw en hij was verre van dat. Op deze manier kon hij het rustig aan doen en had hij meer vrijheid, iets wat hij koesterde. Het was een afweging die hij had gemaakt: of een banaal bestaan met zijn vriendin Tanya, of solitair en eenzaam door het leven gaan als loonslaaf om de huur te betalen in deze barre tijden. Hij koos voor het eerste. ‘Ik denk toch dat je de kerstinkopen in je eentje moet doen,’ zei Roderick panikerend. ‘Ik voel me niet zo goed, ik droomde zojuist over stokbrood, en dat is een teken aan de wand. Dat is een signaal dat ik langer moet blijven slapen, anders krijg ik erge koorts. Het zal niet de eerste keer zijn dat zoiets gebeurt.’ Tanya keek met een verongelijkte blik, maar besefte dat een discussie op dit moment geen zin had, en nam het wijze besluit om in haar eentje op pad te gaan. Dat probleem is opgelost, mompelde Roderick zachtjes en viel weer in slaap.

Het was inmiddels twee uur s’ middags toen Roderick eindelijk opstond. Zijn vriendin was alreeds wedergekeerd, zo hoorde hij aan het gestamp beneden. Roderick keek in de spiegel en mijmerde, terwijl hij halvelings zijn haar fatsoeneerde. Hij besefte zich plots dat over drie uur de visite al zou binnenkomen voor het fameuze kerstdiner, en dat hij dan op geforceerde wijze gesprekken gaande moest houden en meer van dat soort toneelspel. Niet zozeer hekelde hij familie, eigenlijk hekelde hij elke vorm van sociaal contact. Hij was vroeger een relatief sociale jongen, totdat hij plots een inzicht kreeg dat het bestaan nutteloos was en de mensheid eveneens. Hij werd misantroop en kwam amper nog zijn bed uit. Hij wist doorgaans elke vorm van sociaal contact op sluwe wijze te vermijden, maar met het beruchte kerstdiner was het menens. Nu kwam hij er niet onderuit. Een sociale zoete inval en dat nog wel in zijn eigen huis. Hij huiverde. Drie uur later zat hij aan de tafel, midden in het gezelligheidsgevaar. Hij voelde zich omcirkeld in een sociale kring met bekende mensen die voor hem tegelijkertijd heel onbekend aanvoelden. Het was nog erger dan hij had verwacht en een grote eenzaamheid maakte zich meester van hem, terwijl hij naar de banale gesprekken luisterde. Lieve god, laat mij a.u.b. de kunst van het ademen verleren, mompelde hij zachtjes in zichzelf. Op dat moment voelde hij zijn hart steeds slomer kloppen totdat het stil stond, hij zijn bewustzijn verloor en met het hoofd in zijn bord salade viel. De eeuwigheid wachtte op hem.


4 reacties

Nachtzuster · 22 december 2013 op 12:15

Ik hou van jouw humor en schrijfstijl. Heerlijk gortdroog. Het verhaal leest als een trein. Erg lekker geschreven. Alleen het eind vind ik wat minder. Gruwelijk ook. Desalniettemin vloog ik er doorheen en heb ik mij uitermate goed vermaakt!

Mien · 22 december 2013 op 22:56

Zo zelfs de worstebroodjes overgeslagen. Da’s knap. Ieder zijn kerstverhaal, je ontkomt er gewoon niet aan.

arta · 25 december 2013 op 12:16

Leuk stuk!

Geef een antwoord