De oude man zit op een bankje en kijkt vanaf de kade uit over de zee. De morgenzon schijnt. Terwijl de meeuwen hun tijdloze lied schreeuwen speelt de zoute zeewind door zijn haren en schuurt zijn gezicht. Schepen varen voorbij en de golven maken hun eeuwige rolbewegingen. In gedachte ziet de man zijn leven aan zich voorbij trekken. Hij denkt aan zijn vrouw, Rian. Zijn Rian, die hem nog maar sporadisch herkent. Hij denkt aan het appartement dat ze bewonen in de stad. Aan de kinderen, die hen alweer jaren geleden hebben verlaten om een eigen leven te gaan leiden.
Zoon Jan woont met zijn Ellen in het verre Londen. Veel contact hebben ze niet. Of eigenlijk, helemaal niet. Van Albert weet hij niet eens waar hij is gebleven. Albert was een dromer. Hij had die jongen nog zo op het hart gedrukt om toch vooral voor vastigheid en zekerheid in het leven te kiezen. Een meisje zoeken, trouwen en… “Kijk naar mij” zei hij dan. “Ik ben oud, maar gelukkig. Vroeger was ik precies zoals jij en ik weet ook wel dat het allemaal niet even gemakkelijk is. Dat is het voor niemand. Maar bedenk wel dat jij er morgen nog bent, maar die dromen van jou…” Met zijn armen maakte hij een wegwerp beweging. “Verdwenen!” Maar Bram trok zijn eigen plan. Hij reageerde scherp: “Ouwe, het is altijd hetzelfde met jou. Vanaf het moment dat ik kon praten kreeg ik van jou alleen maar te horen dat ik moest luisteren. Afgelopen!” Albert sloeg de deur achter zich dicht en vertrok om nooit meer terug te keren. En dan Bram, de jongste zoon. Tja, Bram koos voor het leger en verdween tijdens een missie. Later kregen ze te horen dat hij was gesneuveld. Dat was voor Rian het breekpunt. De man zucht en friemelt wat met de envelop die hij in zijn handen heeft.
Laatst kwam hij Peter nog tegen. Ze hebben samen op het fabriek gewerkt. Maar hij had niet veel te missen, die Peter. Had zijn eigen sores. “We moeten maar eens afspreken” zei hij nog. Ja ja, afspreken. Thuis zit Rian op hem te wachten. Of te wachten, ze staart maar door het raam naar buiten. Oud en eenzaam zijn ze samen geworden. Oud en eenzaam en niets meer om voor te leven. Hij legt de envelop op het bankje.
De kade is leeg. Schepen varen voorbij en de golven maken hun eeuwige rolbewegingen. De meeuwen schreeuwen hun tijdloze lied.

20 reacties
Mien · 19 augustus 2014 op 07:52
Mooie titel en eindalinea die een leven in een notendop poëtisch weergeven.
Meralixe · 19 augustus 2014 op 08:33
Tjonge … Tjonge… g, wat een donkere column!
Zal ik maar rap over gaan naar het schrijf technische?
Opletten voor het woordje ‘en’ dat je nog al veel gebruikt om twee onderwerpen aan elkaar te knopen. Dat maakt de column eentonig EN opsommend. Het helpt anderzijds wel om de column in de goede sfeer te krijgen.
Even kreeg ik het lastig met de personages die je opnoemde. Ik vermoed zelfs dat ook jij de zonen eventjes door elkaar smeet.(Bram en Albert)
En Mien mag dan wel vinden dat die laatste zin bijzonder mooi is, en dat is hij ook wel, maar zijn opmerking geeft me toch de indruk dat hij de column nog eens aandachtig zal moeten lezen.
Mien · 19 augustus 2014 op 08:41
Laatste alinea Meralixe! 😉
Mien · 19 augustus 2014 op 14:07
Aandachtig lezen begint bij zorgvuldig lezen. Dat geldt ook voor het schrijven. De eerste Bram moet volgens mij Albert zijn. Een indruk is voor mij te vrijblijvend Meralixe. Dan blijf je ergens bij de grot van Plato hangen vrees ik. Leg eens uit wat je precies bedoeld. Wat heb ik in jouw ogen niet aandachtig gelezen?
Meralixe · 19 augustus 2014 op 19:36
Kijk, ik kan me ook schromelijk vergissen maar uw opmerking en ook deze van nog enkele anderen geven me de indruk dat de envelop niet goed begrepen is. Ik zag er een afscheidsbrief in van iemand die uit het leven is gestapt. Gevolg van een dergelijke zienswijze is dan een zeker contrast tussen uw reactie en mijn denkwijze.
Zullen we wachten op de schrijver? Die kan ons allen wegwijs maken. 🙂
Mien · 19 augustus 2014 op 22:29
Ik hoef niet te wachten op de schrijver. De boodschap heb ik allang gelezen. Dat is ook de strekking van het keven in een notendop gevat in zwarte poëzie. Ja, ook die bestaat.
troubadour · 19 augustus 2014 op 08:44
Ja, ook ik struikelde over Bram en Albert.
Niets meer om voor te leven, het oppoetsen van het verleden, wat rest er nog dan Ketel 1?
evil-ine · 19 augustus 2014 op 13:40
Mijmerende oude mensen, prachtig. Je verwoord zijn gemoed, zwaar, goed. Ik zie er donkere stapelwolken bij.
Verder rijst er een klein vraagje. Die envelop…Wat zit daar in? Heeft hij een reden dat hij hem bij zich heeft?
Pierken · 19 augustus 2014 op 18:10
Afgezien van dat de man er naar kijkt, lees ik het verband tussen hem en de zee te weinig terug om het deze titel te geven. Had je gelet op deze titel ook de schrijfstijl van Hemingway voor ogen toen je dit schreef? Zijn telegramstijl is je hier en daar in ieder geval aardig gelukt. Het leest prettig. Of leg ik een verkeerd linkje?
Als je gaat uitleggen wat er in die envelop zit, dan kijk ik wel even niet. De inhoud daarvan is alleen voor de ogen van die man en dat vind ik een mooie toevoeging aan jouw verhaal.
Dees · 19 augustus 2014 op 18:47
Ik denk dat ik het lied van de meeuwen ken!
Al die keren dat ik huilde
Terwijl ik alle zaken die ik wist voor mezelf hield
Het is moeilijk, maar het is nog moeilijker het te negeren
Als ze gelijk hadden zou ik ze gelijk geven
Maar ze kennen zichzelf, niet mij
Er is een manier
En ik weet dat ik weg moet gaan
Ik weet dat ik moet gaan
De vraag is wel: waarom, waarom zo letterlijk en waarom zonder bronvermelding? Of was het een test, want dan ben ik vast geslaagd!
Chris · 19 augustus 2014 op 19:02
Ik neem aan een beetje van jezelf en een beetje van Yusuf Islam…
g.van stipdonk · 19 augustus 2014 op 19:51
Hartelijk dank voor jullie reacties. Heb inderdaad een Brammetje over het hoofd gezien. Voor wat betreft de brief: er moet altijd iets te raden over blijven. Heb geprobeerd met dit stukje om 3 nummers die me altijd bijzonder hebben aangesproken in eigen woorden te laten herleven en een eigen sfeer mee te geven. Zoals hierboven al is aangegeven is dit nummer er een van:
https://www.youtube.com/watch?v=JCQVnSOFqfM
Maar… welke 2 nummers blijven over? Wie doet er een gooi?
Dees · 19 augustus 2014 op 20:00
Otis!
Maar ook een iets kritischer geluid, de sfeer van een nummer vangen kan een prachtige column opleveren. Letterlijk hele stukken tekst vind ik eigenlijk te makkelijk.
En ik vraag me af waarom je dat bij cat. Stevens wel doet en bij Otis Redding er iets verder van vandaan blijft. Nummer drie weet ik zo niet, denk ik. Mogelijk iets met die enveloppe.
Dees · 19 augustus 2014 op 20:03
Enneuh, I’m not sad, ‘cause two out of three ain’t bad…. 😉
g.van stipdonk · 19 augustus 2014 op 22:26
Yo! Klasse! Klopt dat ik hier en daar wel een beetje erg bij de originele tekst ben gebleven, maar heb dat bewust gedaan om de herkenbaarheid te vergroten in deze.
https://www.youtube.com/watch?v=PyxLaHmOaYM
Nog 1 te gaan. Wie maakt me los!
arta · 19 augustus 2014 op 20:20
Bij de titel begon mijn ken-je-klassiekers-radar al te loeien. Hemingway! De toon van jouw stuk leek een verwijzing. Dat er tonen van geheel andere aard door het stuk dansen is mij geheel ontgaan. Vind hem overigens toch mooi a capella neergezet 😉
Dees: Hoe geniaal! 😀
Mien · 19 augustus 2014 op 22:31
Complimenten aan Dees en Gerard. Geen idee wie nummer drie is.
g.van stipdonk · 21 augustus 2014 op 21:40
The missing link:
https://www.youtube.com/watch?v=RfwGkplB_sY
Benieuwd of iemand dit nummer (nog) kent.
Mien · 21 augustus 2014 op 22:16
Zowel nummer als zanger onbekend bij mij, maar … wel een mooi en sfeervol nummer. Knappe tekst. Good old country blues. Genoten. Thanks!
g.van stipdonk · 23 augustus 2014 op 15:54
Graag gedaan.