Ik zink diep weg in de nacht. Het donker camoufleert mijn gedachten. Alles blijft verhuld. De klok tikt onregelmatig en ik voel een koude rilling. Het donker ademt, ik hoor het zelfs. In eenzame wanhoop luister ik naar de stilte van de nacht. “Er moet iemand zijn”, mompel ik, “het kan niet anders dan dat er iemand is”. Het bed is niet langer veilig. Ik beschouw mezelf van een afstand en ik sidder bij de aanblik. Ik hoor het kraken van de vliering en in de verte hoor ik geluiden van mensen. Het geluid komt dichterbij. Het lijkt op een gezang.

Ik volg mijn gedachten in de hoop dat ze ergens eindigen. Een dood einde. Plotseling tikt er iemand op mijn raam. Ik schreeuw en richt me overeind. Een blik op je foto wekt de herinnering opnieuw tot leven. Ik haast me naar beneden, open de deur en laat de koele oktober wind mijn hoofd nieuw leven inblazen.

Alleen sta ik onder de hemel. De sterren vertellen verhalen. Alles vertraagt en ik loop naar de slapende kinderen die achter de grote eik in de tuin plannen beramen. Op het moment dat ik op ze afloop verdwijnen ze als schimmen in de lucht en mijn fysieke lichaam valt in stof uiteen. Gewichtsloos stijg ik omhoog naar mijn slaapkamerraam en gluur naar binnen.

Ik slaap met mijn ogen open. Ik adem terwijl ik probeer om mijn adem in te houden. Naast mijn bed staat een foto van een vrouw. Ik tik op het raam en zie mezelf schreeuwen. “Er moet iemand zijn”, hoor ik mezelf zeggen, “Het kan niet anders dan dat er iemand is”.

De slapende kinderen komen naar me toe. Ze knikken naar elkaar bij wijze van afspraak en beginnen met het zingen van een lied. Alles gaat volgens plan. Als versteend blijf ik door het raam staren. Ik zie hoe ik een korte blik op een foto werp en me naar beneden haast. Ik open de deur en stap naar buiten. Mijn fysieke lichaam valt als een sluier om me heen. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en adem diep in. De koele oktober wind brengt mijn hoofd weer tot leven.

Alleen sta ik onder de hemel. De sterren vertellen verhalen. Alles vertraagt en ik loop naar de slapende kinderen die achter de grote eik in de tuin plannen beramen. Ik weet wat ze van plan zijn en stap op ze af. “Het is genoeg geweest”, roep ik, en betrapt kijken ze om.

Categorieën: Fictie

15 reacties

Wright · 4 juli 2005 op 13:49

Een never ending story?
Ik zag de beelden voor me, als in een film.
De rol van de kinderen is me nog niet helemaal duidelijk, ik laat het even zakken, dat werkt meestal het best bij jouw columns.
Wel weer erg intrigerend geschreven!

Domicela · 4 juli 2005 op 13:54

Ik zie twee opties: 1) ik snap er weer helemaal niets van 😕 of 2) er komt een vervolg 🙂

Groetjes,

Mila

klungel · 4 juli 2005 op 14:41

Ik vind het heel mooi en boeiend geschreven.
Het verhaal gaat denk ik over een ouder die slaapt en in de verte meemaakt dat haar kinderen naar buiten gaan (of iets doen wat niet mag). Dit veroorzaakt een droom maar ook een gevoel dat er iets niet klopt. Uiteindelijk wint het gevoel van de slaap en wordt ze wakker om haar kinderen tot de orde te roepen.
Maar ik kan het mis hebben natuurlijk :-).

Kees Schilder · 4 juli 2005 op 15:15

Een weldaad om te lezen.Soms valt iets niet uit te leggen. Ervaren, daar komt het bij deze column(s) op neer.

Li · 4 juli 2005 op 15:30

Deze column is een SOF.:-)
Ofwel: Surrealisme in optima forma.;-)

Li

Shitonya · 4 juli 2005 op 17:06

in de verte hoor ik geluiden van mensen. Het geluid komt dichterbij. Het lijkt op een gezang
– dit zijn de “slapende” kinderen achter de grote eik.

Aan het begin hoort hij zichzelf tikken op het raam. ( kom je achteraf pas achter )
Vrouw op de foto is zijn overleden vrouw.
Hij slaapwandelt/droomt, “treed even uit zijn lichaam” en kijkt op zichzelf neer.

Enz enz. In elk verhaal zit een verhaal “lijn” verborgen, zo ook met Troy’s verhalen. Het is voor sommige ( fantasie-lozen?) alleen even zoeken. 😉

Prachtig geschreven weer Troy. Je bent het voorbeeld voor ons allen ^_^

Louise · 4 juli 2005 op 19:23

Een echte Troy en dat betekent gewoon lezen en mee laten drijven…
Dit onderwerp sprak me nog eens bijzonder aan omdat ik een fanatiek slaapwandelaar ben. Het warrige en de beleving los van de werkelijkheid, herkende ik absoluut.
Gelukkig ben ik tot nu toe wel altijd binnen gebleven.

Mosje · 4 juli 2005 op 19:41

Mooi Troy. Zo langzamerhand begin ik te wennen aan je schrijfsels. Het is soms even doorbijten, maar dan krijg je ook wat moois te zien.

pepe · 4 juli 2005 op 20:33

Na het lezen van enkele reacties en het stuk nog eens herlezen, begon ik er meer van te snappen. Dus Mila, misschien nog eens herlezen? 😉

Het is wel een aparte stijl van schrijven.

Dees · 4 juli 2005 op 21:41

Een onvervalste Troy.

Met weer een mental note; niet de reacties lezen voor de column. Misschien zelfs maar helemaal niet de reacties lezen.

Ik ben wel nieuwsgierig of je meer doet met deze lijnen dan ze alleen hier te plaatsen. Je hebt talent genoeg voor dat meer.

Grtz,

Dees

KingArthur · 4 juli 2005 op 21:50

Ongrijpbaar en ook mooi. Je hebt een duidelijke handtekening.

Ma3anne · 4 juli 2005 op 23:07

Ow wat mooi beschreven, die uittreding en herhaling.
Zit hier even met mijn mond open van verbazing en herken een droom in een droom…

KawaSutra · 5 juli 2005 op 00:00

Deze kon ik wel aardig volgen (geloof ik).
Doet me een beetje denken aan de tekeningen van Escher. Je kunt er op verschillnde manieren naar kijken, het lijkt te kloppen maar de logica zegt iets anders. Maar het blijft mooi! 🙂

melady · 5 juli 2005 op 01:20

Moet je colums echt drie keer lezen, maar daarna snap ik het ik wel.
Denk ik.

bert · 5 juli 2005 op 23:49

Ik wil het niet snappen, ik wil het niet quoten.
Ik wil er alleen maar van genieten, en het nog 10 keer lezen! 🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder