Ik weet niet beter dan dit. Dat ogen dienen om te zien en dat benen fungeren om me mee voort te bewegen. Dat de sleuteldrager de macht heeft om een voordeur te openen en dat de dakloze gedoemd is om op straat te leven. Ik heb een sleutel en ik heb een kartonnen doos. Maar mijn sleutel ben ik kwijt en mijn kartonnen doos is gevuld met smurrie en troep. Op de tast blijf ik zoeken totdat ik mijn sleutel heb gevonden, maar waar ik ook zoek, het is nergens te vinden. Niet onder het kussen van de bank. Niet in de zakken van mijn jas, zelfs niet in de lades van de kast. Ik besluit mijn broekzakken te legen en er valt iets op de vloer: het zijn mijn ogen, weggestopt tussen losgeld, kauwgom en een gebroken sigaret.

Met een schedelboor maak ik een gat in mijn achterhoofd. Ik verwijder het kleverige kauwgom en het tabak dat zich voor mijn pupillen heeft geplaatst. En mijn denkbeeldige derde oog vervang ik voor mijn rechteroogbol. Twee ogen moeten genoeg zijn om een sleutel te vinden. Mijn derde oog besluit ik vooralsnog te vergeten.

Na enig denkwerk kom ik terecht bij mijn kartonnen doos. De doos waarin ik mijn herinneringen heb verborgen. Zorgvuldig bekijk ik de vele momenten die ik in al die jaren heb opgeslagen. Er is zoveel dat ik al tijden vergeten dacht te zijn. Onder lagen vol stof vind ik de film van mijn verleden en zwart-witte foto’s krijgen langzaam weer kleur.

Plotseling voel ik een stekende pijn in mijn achterhoofd. Het is mijn denkbeeldige derde oog, mijn intuïtie die er om smeekt om zich weer kenbaar te maken. Ik besluit mijn rechteroog terug te plaatsen op de plek waar het thuishoort. Het gat in mijn achterhoofd dicht ik met wat resten kauwgom en ontdaan van onderdrukking, neemt mijn derde oog weer waar.

Nadat ik mijn kartonnen doos volledig geleegd heb en alles in de juiste volgorde heb gerangschikt, ontdaan van ieder stofje en ontdaan van al het zwerfafval, besluit ik mezelf uitgeput ten ruste te leggen. Leunend tegen mijn kartonnen doos sluit ik mijn ogen en de zon verdwijnt achter een inktzwarte wolk.

Plotseling hoor ik het geluid van een bel. Ik sta op, in verwarring, en werktuiglijk open ik de deur waar ik al die tijd tegenaan blijk te hebben gelegen. Voor me staat een oude man met lang haar en een verweerd gezicht. Onder zijn arm draagt hij een opgevouwen, grote kartonnen doos. Ik stap terug en staar hem aan, in totale verbijstering. Maar dan opent hij zijn hand en vraagt mij om te kijken. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht en ik sluit hem in mijn armen.

Categorieën: Fictie

12 reacties

WritersBlocq · 18 januari 2006 op 17:39

Mooie column Troy, ik… shit de bel gaat, toei!

Trukie · 18 januari 2006 op 19:00

Wer verbazend Troy hoe jij de verschillende elementen aan elkaar plakt om er weer een topstukje van te breien.

Li · 18 januari 2006 op 21:51

Een openbaring zo’n nieuwe start.
Li

melady · 19 januari 2006 op 01:22

Ik heb zoveel mooie colums van je gelezen Troy.
Deze is niet mijn ‘ding’.

Ik begrijp het wel een beetje boel maar ook niet.
Wat wil je nu echt zeggen?

wendy77 · 19 januari 2006 op 13:45

Ook niet mijn ding Troy. Waar blijft de aankomsthal??? 😉

Lynne · 19 januari 2006 op 16:18

Prachtig. Alweer.

Troy · 19 januari 2006 op 16:23

@Wendy: de aankomsthal valt onder mijn rijtje afgekeurde verhalen. Misschien dat ik em hier nog een keer ga plaatsen, maar dan moet ik eerst nog zien welke versie ik ga gebruiken en herschrijven.

@Melady: ik wil niets meer zeggen dan wat ik heb geschreven. De analyse laat ik aan de lezers over;-)

De rest so far :kiss:

wendy77 · 19 januari 2006 op 17:13

haha grappig Troy, dat wat voor jou afgekeurde verhalen zijn, ik ze juist geweldig vind. Dan lees ik hem nog wel een paar keer op je site 😉

Mosje · 19 januari 2006 op 23:33

Lekker absurd, dat met die ogen. Toen ik mijn ogen sloot, zag ik het helemaal voor me.
Gek eigenlijk, dat je voor het zien van mooie dingen je ogen moet sluiten…..

Raindog · 20 januari 2006 op 11:40

Out of my league Troy.
Wat Melady zei, ik wil het wel begrijpen of zien zoals Mosje dat bedoelde maar weet niet zeker of ik dat doe.

Blijft apart…

KingArthur · 20 januari 2006 op 12:05

Gedachten gevangen in woorden. Ik denk dat je hier een vergelijkbaar probleem hebt als ik dat had met: Ontpopping. Het is een tekst die ik ook moeilijk kan doorgronden. Maar als ik hem ervaar :-), vind ik hem mooi.

Dees · 20 januari 2006 op 13:46

Subtiele eerste alinea en een stuk dat zich openvouwt. Heel mooi.

Al zou ik verwacht hebben dat het derde oog zou zijn gaan jeuken.

Geef een antwoord